Rapport: all occuring places, including place levels

         Beschrijving: all occuring places, including place levels


Treffers 1 t/m 100 van 14370   » Komma gescheiden CSV bestand

1 2 3 4 5 ... 144» Volgende»

# Plaats Longitude (Lengte) Latitude (Breedte) Aantekeningen ID
1 Arkansas, USA  -92.2  34.8  Arkansas is een van de staten van de Verenigde Staten. De standaardafkorting voor de Natural State (Natuurlijke Staat), of The Land of Opportunity (Het land van de mogelijkheden) zoals de bijnamen luiden, is AR. De hoofdstad is Little Rock.

Het gebied dat nu Arkansas heet werd oorspronkelijk bevolkt door Indianenstammen zoals de Quapaw. De naam van de staat verwijst vermoedelijk, via het Frans, naar hen en zou zoiets betekenen als "stroomafwaarts". Arkansas is de enige staat waarvan de uitspraak van de naam wettelijk is vastgelegd (in 1881): "ár-ken-saw" op zijn Engels uitgesproken. De eind-S wordt dus niet uitgesproken.

De regio was lang in handen van de Fransen. Gedurende enige decennia eind 18e eeuw was het Spaans bezit. Frankrijk verkocht het uiteindelijk in 1803 aan de Verenigde Staten als onderdeel van de Louisiana Purchase.

De staat Arkansas beslaat 137.732 km², waarvan 134.856 km² land is. Het behoort tot de Central tijdzone. Het grenst in het noorden aan de staat Missouri, in het westen aan Oklahoma en Texas, in het oosten aan Tennessee en Mississippi en in het zuiden aan Louisiana.

De belangrijkste rivieren zijn de Mississippi, die de gehele oostgrens definieert en de erin uitkomende Arkansas.  
157605 
2 Brualer Moor, Niedersachsen, Duitsland  7.280278  53.1  Veengebied bij Brual, gemeente Rhede in Nedersaksen  157297 
3 Duitsland      Landsnaam voor diegenen welke geboren of overleden zijn in een van de, mogelijk voormalige, Duitstalige gebieden van Europa.
(Zie verder Wikipedia of Wikiwand) 
158631 
4 Holtgast, Wittmund, Niedersachsen, Duitsland  7.5825  53.6325  Holtgast is een gemeente in de gemeente Esens in het district Wittmund in Nedersaksen. De gemeente had in 2016 ongeveer 1750 inwoners en beslaat een oppervlakte van 24 vierkante kilometer. De naam Holtgast staat voor Wald (fetches) op de Geest (gast).

De gemeente ligt in de vakantieregio aan de Oost-Friese Noordzeekust. Holtgast ligt aan de weg tussen Esens en Dornum. Dichtbij het vakantieoord Holtgast ligt het Schafhauser bos en de stad Esens. Holtgast bezat een breekpunt op de spoorlijn Ostfriesische Küstenbahn, het Holtgast breekpunt en de sectie Dornum - Holtgast - Esens werden in 1985 gesloten en in 1986 ontmanteld, maar er zijn burgerinitiatieven, die campagne voeren voor een hervatting van de SPNV over het gehele kustpad. 
157423 
5 Midwolderhamrik, Groningen  6.977519989013672  53.24521531553192   Midwolderhamrik was een voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Groningen, later hernoemd in de gemeente Nieuwolda.
De oorspronkelijke naam van het dorp was Midwolderhamrik, ofwel de hamrik, de gemeenschappelijke gronden in het buitengebied van Midwolda. Vandaar de naam 't Hammerk, waaronder het dorp bij de lokale bevolking nog steeds bekendstaat.

Nieuwolda was tot 1990 een zelfstandige en werd toen ingelijfd door de gemeente Scheemda, die in 2010 opging in de gemeente Oldambt.  
158281 
6 Saint Nazaire, Frankrijk  -2.2  47.283333  Saint-Nazaire is een stad in het westen van Frankrijk, in het departement Loire-Atlantique, op de rechteroever van het estuarium van de rivier Loire. De stad telt 68.616 inwoners (Nazairiens). Naast het Frans wordt ook nog geregeld Bretons gesproken door de lokale bevolking.

Saint-Nazaire heeft een zeehaven, de belangrijkste Franse haven aan de Atlantische Oceaan. 
154663 
7 Vésinet, Frankrijk  2.122  48.898  Le Vésinet is een gemeente in het Franse departement Yvelines (regio Île-de-France) en telt 15 929 nwoners (2011). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Saint-Germain-en-Laye.  151804 
8 's Gravenmoer, Dongen, Noord-Brabant  4.939813613891602  51.658713670964595  's Gravenmoer is een dorp in de gemeente Dongen, in het midden-noorden van de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het dorp heeft 2220 inwoners (2004).
Geschiedenis
* 's Gravenmoer is in 1308 ontstaan aan een veenkanaal en hoorde oorspronkelijk bij het Graafschap Holland dat een gedeelte van het gebied ten zuiden van de rivier de Maas in bezit had.
* Van het begin af aan was 's Gravenmoer een schippersplaats, waar gehandeld werd in turf, stro en rijshout. Uiteindelijk kwam aan de turfwinning en later ook aan de scheepvaart een einde. In 1950 werd de haven gedempt.
* In 1421 werd het dorp tijdens de Sint-Elisabethsvloed zwaar getroffen.
* In de zestiende eeuw kwam het dorp via de contacten die de schippers hadden, in aanraking met de Reformatie en werd het gewonnen voor de "nije leer". In 1610 werd een predikant aangesteld. De eeuwen daarna bleef 's Gravenmoer een protestantse enclave in een rooms-katholieke streek.
* Gedurende de Tachtigjarige Oorlog probeerde het dorp aansluiting te vinden bij Brabant, maar het werd in 1734 bij Holland gevoegd. In 1814 na de Franse tijd werd het dorp definitief bij de nieuw gevormde provincie Noord-Brabant gevoegd. Tot 1997 vormde 's Gravenmoer een zelfstandige gemeente.
Naam
De naam van het dorp is 's Gravenmoer, dus zonder koppelteken. Voluit zou de naam des Graven moer zijn, de tweede naamval. De verkorte versie 's Gravenmoer zou eigenlijk met een koppelteken moeten zijn, om aan te geven dat des bij de Graven hoort. Het koppelteken zit echter niet in de naam. 
659 
9 's Gravenwaard, Herwen en Aerdt, Gelderland  6.107034  51.863231  Een gehucht vlak bij Lobith in de vroegere gemeente Herwen en Aerdt nu Rijnwaarden  36603 
10 's Grevelduin, Capelle, Noord-Brabant  4.984574  51.690609  's Grevelduin-Capelle, meestal aangeduid als Capelle, is een dorp in de provincie Noord-Brabant. Het dorp is ontstaan in de 13e eeuw en behoorde oorspronkelijk bij het Graafschap Holland. Tot 1923 was Capelle een zelfstandige gemeente. In 1923 werden de dorpen Sprang, Vrijhoeve-Capelle en Capelle samengevoegd tot de gemeente Sprang-Capelle. In 1997 werd de gemeente Sprang-Capelle opgeheven en sindsdien maakt het dorp Capelle deel uit van de gemeente Waalwijk.
Historie van Capelle
Rond 1200 was het gebied rond Capelle, de Langstraat, een grote wildernis. Het gebied hoorde destijds bij het Graafschap Holland. Op een gegeven moment begon de Graaf van Holland met het "in leen geven" van stukken van dit moeras. Degenen, die de grond in leen kregen, moesten er voor zorgen dat de grond ontgonnen werd. Verder moesten ze een jaarlijkse rente of cijns betalen en manschappen leveren aan de graaf. Op het grondgebied van Capelle ontstonden in die tijd drie ambachtsheerlijkheden. Deze drie heerlijkheden, die het dorp Capelle zouden vormen, waren Nederveen-Capelle, 's Grevelduin-Capelle en Zuidewijn-Capelle. Deze ambachtsheerlijkheden hadden een gezamenlijke kapel (kerk). Vandaar de naam Capelle. Het dorp Capelle komt waarschijnlijk voor het eerst voor in een afschrift van een akte van 29-31 augustus 1257, die te vinden is in de abdij van Sint-Truiden. In deze akte droegen Walterus Spirinch, heer van Aalburg, en zijn vrouw Ysalde al hun bezittingen over aan de abdij van Sint-Truiden, waaronder de tienden in de parochie "Waspich" en "Capella". Waarschijnlijk vormden Waspik en Capelle in 1257 dus één parochie. Er was dus sprake van een kerk, waaruit afgeleid kan worden dat het aantal inwoners al een zekere omvang had bereikt.
Capelle lag destijds in de Grote Waard of Zuid-Hollandse Waard, ook wel genoemd: "Dortse Waard", die in de nacht van 18 op 19 november 1421 door de Sint Elisabethsvloed werd getroffen. Capelle werd door het water verslonden. Ook de middeleeuwse kapel van Capelle werd verwoest. Capelle werd echter herbouwd. De winterdijk werd versterkt en ten zuiden van deze dijk werd Capelle weer opgebouwd.
De belangrijkste inkomstenbron van de inwoners van Capelle was oorspronkelijk het turfsteken / handelen in turf. Turf was destijds de belangrijkste brandstof. Via de vaarten en de haven van Capelle werd de turf afgevoerd naar de grote steden. Door de turfvaart vestigden zich in Capelle ook vele schippers. Ook de landbouw begon zich gaandeweg in Capelle te ontwikkelen.
Aan de turfhandel kwam in de 17e eeuw een einde door het uitgeput raken van de turfgronden. De landbouw begon belangrijker te worden. Door de vele overstromingen in de Langstraat was het buitendijkse gebied zeer vruchtbaar geworden door toedoen van de achtergebleven rivierklei. Het gras wat hierop groeide was zeer geschikt voor het maken van hooi. De hooihandel verdrong de turfhandel. De schippers konden overgaan op het transport van hooi.
In 1814 werd de Hollandse gemeente Capelle aan de provincie Noord-Brabant toegevoegd. Niet zo lang hierna werd het wapen van Capelle vastgesteld. Het wapen valt als volgt te omschrijven: "Van zilver, beladen met een berg (duin), waarop een kapelletje (een kapelsvlinder), alles in hunne natuurlijke kleur". Het is dus een dubbel sprekend wapen (duin wijst op 's-Grevelduin en kapelletje op Capelle). Op woensdag 13 januari 1819 werd het grondgebied van Capelle afgepaald. Capelle kende in die tijd negen buurgemeenten. Dit waren: Dussen, Meeuwen, Drongelen, Besoyen, Sprang, Vrijhoeve-Capelle, Loon op Zand, Dongen en Waspik.
In de tweede helft van de 19e eeuw geschiedde het personen- en goederenvervoer in de Langstraat hoofdzakelijk per diligence en met paard en wagen. Er waren ook enkele stoombootdiensten met het westen van Nederland vanuit de havens in de Langstraat, waaronder de Capelse haven. Deze waren vooral belangrijk voor de veehouders en veehandelaren, want zij moesten regelmatig met hun vee naar de veemarkt in Rotterdam. Vanuit de Capelse haven werd er ook veel hooi naar Rotterdam vervoerd. Jaarlijks gingen ongeveer 800 schepen de Capelse haven in en uit. Zij vervoerden in totaal 40000 ton. Ongeveer 10 schepen van meer dan 10 ton hadden hun thuishaven in Capelle.
De landbouw, handel en industrie in de Langstraat (vooral de schoenindustrie en lederindustrie) hadden problemen met het transport van hun goederen. Een spoorlijn zou de oplossing voor het vervoersprobleem zijn. Er werd flink gelobbyd bij de regering en in 1875 ging de Tweede Kamer akkoord met de aanleg van een spoorlijn. Deze zou lopen tussen Lage Zwaluwe en 's-Hertogenbosch. In de periode 1886-1890 werd de Langstraatspoorlijn aangelegd. Deze spoorlijn kreeg al gauw de bijnaam "halve zolenlijntje", omdat vooral de schoen- en lederindustrie er gebruik van maakte. Ook Capelle kreeg een station. Voor de Capellenaren was de ligging van het station echter zeer ongelukkig: het lag helemaal aan de oostzijde van het dorp. In 1893 werd dat probleem opgelost: op de hoek van de Heistraat en Nieuwevaart kwam een nieuw station. Capelle beschikte vanaf dat moment over twee stations.
Aan het einde van de 19e eeuw werd begonnen met het graven van de Bergse Maas. Deze werd gegraven om de rivieren Maas en Waal te scheiden, waardoor er minder kans was op overstromingen. De Bergse Maas kwam ten noorden te liggen van het Oude Maasje en werd in 1904 officieel in gebruik genomen.
Capelle ging de 20e eeuw binnen en bleef qua karakter een echt boerendorp. Verder was de middenstand goed vertegenwoordigd en waren er drie schoenfabrieken en een meelfabriek. Opvallend was dat Capelle vrij veel renteniers kende, die "teerden op de spaarzaamheid van hun voorouders". Begin 20e eeuw ontstond er glastuinbouw in Capelle. Deze sector kon zich vanwege de ideale waterbeheersing goed ontwikkelen.
De oorlog ging niet aan Capelle voorbij. In de oorlogsperiode was onder andere in Capelle, maar in feite in heel de Langstraat, de verzetsgroep André actief in het verzet tegen de Duitsers. Capelle werd eind oktober 1944 bevrijd, maar de oorlog was toen nog niet voorbij: tot eind januari 1945 lag de hele Langstraat midden in het frontgebied. De geallieerden hadden de Langstraat bevrijd, maar aan de overzijde van de Bergsche Maas, het Land van Heusden en Altena, waren de Duitsers nog heer en meester. Er volgden zware beschietingen. De trieste balans van de strijd rond het Capelse Veer: honderden doden en gewonden.
Na de oorlog moest er in Capelle veel herbouwd worden. In 1950 stopte op de Langstraatspoorlijn het personenvervoer. Niet veel later stopte ook het goederenvervoer. Capelle ontkwam niet aan de watersnood van 1953: er ontstond voor honderdduizenden guldens schade. Gelukkig waren er geen slachtoffers te betreuren, omdat de dijken grotendeels intact bleven.
Aan het eind van de jaren '60 kwam Capelle aan een snelweg de liggen: de Maasroute A59. In 1986 werd begonnen met het verwijderen van de rails en bielzen van de oude spoorlijn. Momenteel ligt er een fietspad: het Halve Zolenpad.
Ondanks twee gemeentelijke herindelingen blijft Capelle zijn eigen karakter behouden. Een stukje van het "oude" Capelle is zelfs teruggekomen: in 1998 werd de binnenhaven van Capelle weer gedeeltelijk open gelegd. 
35875 
11 's Heeraartsberg en Bergambacht, Zuid-Holland  4.783086776733398  51.92999056299371  De oude gemeente Bergambacht is ontstaan uit de twee afzonderlijke dorpen Bergambacht en 's Heeraartsberg, vroeger was Heeraartsberg belangijker dan Bergambacht. Nu is het dorp opgegaan in Bergambacht. De pijl wijst naar de plek waar het Kasteel stond
Ontstaan

Omstreeks 1250 bouwde heer Van den Berg slot 's-Heeraartsberg genoemd naar zijn zoon Aernout of Arend.
Geschiedenis

In 1321 stierf het geslacht Van den Berg uit en beleende graaf van Holland het slot aan zijn goede vriend Jan van Arkel.
Later kwam het landgoed in het bezit van de echtgenoot van Jacoba van Beieren, de heer Van Vliet te Oudewater.
Omstreeks 1513 is het slot, samen met dorp en kerk, door de 'Gelderschen" verwoest. Rond 1610 werd het weer herbouwd door Willem van Zuijlen van Nijeveld.
Het slot is in 1909 afgebroken.
Op de plaats waar eerder het kasteel stond, verrees een boerderij, met de naam 't Slot. Boven de ingang van de boerderij was een wapensteen ingemetseld uit 1610 van het afkomstig kasteel.
Boerderij 't Slot is in oktober 2007 afgebroken om plaats te maken voor een appartementencomplex. Tijdens archeologisch onderzoek na afbraak van de boerderij waren er resten van funderingen te zien uit de 13de en 17de eeuw. Tevens werden er o.a. twee grote natuurstenen kanonskogels, glas, een bronzen mantelspeld, delen van een 16de eeuws bierglas, een zilveren muntje en een zeldzame musketkogel, plus de mal waarmee deze werden gemaakt, gevonden

Huidige situatie
Het originele hek, dat toegang gaf tot de oprijlaan, werd in 1964 verplaatst naar Cothen, waar de baron Van Hardenbroek nog een buitenhuis bezit. Het hek dat nu voor de oprijlaan naar boerderij 't Slot staat, is een replica.
Op de plek waar de boerderij 't Slot stond, verrijst binnenkort een appartementsgebouw. Inspiratie voor dit project vormde het statige Slot 's Heeraartsberg dat hier van 1610 tot 1909 heeft gestaan. 
132669 
12 's Herenloo, Ermelo, Gelderland  5.596949  52.314827  Enige gevonden vermelding
Harderwijk
Het Linnaeustorentje is een achtkantige laat-gotische traptoren (16de eeuw, gerestaureerd in 1907) van een verdwenen stadsgebouw van de Commanderij 's-Heerenloo
Verder is het een zorg instelling in Ermelo. 
35418 
13 's-Graveland, Noord-Holland  5.120787620544434  52.245355436493305  's-Graveland is een dorp in de gemeente Wijdemeren in de provincie Noord-Holland. Tot 2002 was het de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. Het dorp ligt circa 5 km ten westen van Hilversum, en ligt net ten oosten van Kortenhoef.
's-Graveland was vanaf de zeventiende eeuw in trek bij rijke Amsterdammers, die zich er vestigden op negen landgoederen en buitenplaatsen.
Een bekende buitenplaats is Schaep en Burgh, thans het hoofdkwartier van de Vereniging Natuurmonumenten. Verder zijn de buitenplaatsen Bantam, Gooilust en het opvallende kasteeltje Trompenburgh, redelijk bekend.
De 's-Gravelandse Vaart, waaraan de meeste huizen staan, was vroeger een belangrijke verbindingsroute tussen Amsterdam en Hilversum. Vanwege het zuivere water vestigden zich hier veel wasserijen.
's-Graveland heeft verder nog een historische Hervormde Kerk, gebouwd in 1657 door de Amsterdamse stadsarchitect Daniël Stalpaert en een paar café's.
Bekende inwoners van 's-Graveland
* Boer, Jelle de
's-Graveland is een dorp in de gemeente Wijdemeren in de provincie Noord-Holland. Tot 2002 was het de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. Het dorp ligt circa 5 km ten westen van Hilversum, en ligt net ten oosten van Kortenhoef. Een deel van het dorp is sinds 1986 een beschermd dorpsgezicht.
's-Graveland en Kortenhoef staan bekend om het zuivere water, waardoor zich veel wasserijen hier vestigden.
Geschiedenis
's-Graveland ontwikkelt zich snel in de 16de en vooral 17de eeuw. In 1644 werd de eerste schipper benoemd om een regelmatige veer- en trekschuitendienst op Amsterdam te onderhouden. In 1648 komt er een school en wordt een schoolmeester aangesteld. In 1649 wordt de eerste jaarlijkse paardenmarkt gehouden. In 1657 wordt de Hervormde Kerk gebouwd door de Amsterdamse stadsarchitect Daniël Stalpaert. In deze kruiskerk is een Hemony-klok uit 1655. In 1824 wordt er een Bätz-orgel geplaatst.
Buitenplaatsen
's-Graveland is vanaf de zeventiende eeuw in trek bij rijke Amsterdammers, die daar landgoederen en buitenplaatsen bouwen, erven of kopen, zoals:
Bantam, van de Natuurmonumenten;
Boekesteyn, van de Natuurmonumenten; hier woonde de familie Dedel en later de familie Hooft Graafland;
Gooilust, van de Natuurmonumenten; heeft een mooi sterrenbos
Hilverbeek aan de Leeuwenlaan;
Land en Bosch
Schaep en Burgh, thans het hoofdkwartier van de Vereniging Natuurmonumenten;
Schoonoord, van de Vereniging Natuurmonumenten;
Spanderswoud
Sperwershof
Spiegelrust
Swaenenburgh, later tijdelijk Swaenenburgh genoemd.
Trompenburgh, gebouwd door Cornelis Tromp, in bruikleen aan het Rijksmuseum te Amsterdam.
De 's-Gravelandsevaart, waaraan de meeste huizen staan, was vroeger een belangrijke verbindingsroute tussen Amsterdam en Hilversum. Vervoer per schip werd vaak verkozen boven vervoer per rijtuig omdat de weg bijna nergens verhard was.
In het Rampjaar 1672 wordt veel schade door de Fransen aangericht. Huizen worden verwoest, bewoners vermoord. In 1673 vertrekken de Fransen en wordt veel herbouwd. Nieuwe tuinen worden aangelegd, vreemd genoeg in Franse stijl.
's-Graveland is een dorp in de gemeente Wijdemeren in de provincie Noord-Holland. Tot 2002 was het de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. Het dorp ligt circa 5 km ten westen van Hilversum, en ligt net ten oosten van Kortenhoef. Een deel van het dorp is sinds 1986 een beschermd dorpsgezicht.
's-Graveland en Kortenhoef staan bekend om het zuivere water, waardoor zich veel wasserijen hier vestigden.
Geschiedenis
's-Graveland ontwikkelt zich snel in de 16de en vooral 17de eeuw. In 1644 werd de eerste schipper benoemd om een regelmatige veer- en trekschuitendienst op Amsterdam te onderhouden. In 1648 komt er een school en wordt een schoolmeester aangesteld. In 1649 wordt de eerste jaarlijkse paardenmarkt gehouden. In 1657 wordt de Hervormde Kerk gebouwd door de Amsterdamse stadsarchitect Daniël Stalpaert. In deze kruiskerk is een Hemony-klok uit 1655. In 1824 wordt er een Bätz-orgel geplaatst.
Buitenplaatsen
's-Graveland is vanaf de zeventiende eeuw in trek bij rijke Amsterdammers, die daar landgoederen en buitenplaatsen bouwen, erven of kopen, zoals:
Bantam, van de Natuurmonumenten;
Boekesteyn, van de Natuurmonumenten; hier woonde de familie Dedel en later de familie Hooft Graafland;
Gooilust, van de Natuurmonumenten; heeft een mooi sterrenbos
Hilverbeek aan de Leeuwenlaan;
Land en Bosch
Schaep en Burgh, thans het hoofdkwartier van de Vereniging Natuurmonumenten;
Schoonoord, van de Vereniging Natuurmonumenten;
Spanderswoud
Sperwershof
Spiegelrust
Swaenenburgh, later tijdelijk Swaenenburgh genoemd.
Trompenburgh, gebouwd door Cornelis Tromp, in bruikleen aan het Rijksmuseum te Amsterdam.
De 's-Gravelandsevaart, waaraan de meeste huizen staan, was vroeger een belangrijke verbindingsroute tussen Amsterdam en Hilversum. Vervoer per schip werd vaak verkozen boven vervoer per rijtuig omdat de weg bijna nergens verhard was.
In het Rampjaar 1672 wordt veel schade door de Fransen aangericht. Huizen worden verwoest, bewoners vermoord. In 1673 vertrekken de Fransen en wordt veel herbouwd. Nieuwe tuinen worden aangelegd, vreemd genoeg in Franse stijl. 
346 
14 's-Graveland, Schiedam, Zuid-Holland  4.403543472290039  51.93204591771622  's-Graveland is een voormalig buurtschap en polder, nu is het een wijk en bedrijventerrein. 's-Graveland ligt ten westen van Schiedamse Schie en viel onder de gemeente Kethel en Spaland. Het zuidelijke deel ligt binnen de bebouwde kom van Schiedam. De spoorlijn loopt door 's-Graveland.
Zie ook
's-Graveland een dorp in de gemeente Wijdemeren in de provincie Noord-Holland 
149304 
15 's-Gravenambacht, Pernis, Zuid-Holland  4.346573  51.884896  De gemeente Pernis annexeerde in 1834 de gemeente 's-Gravenambacht  38453 
16 's-Gravendeel, Zuid-Holland  4.616550  51.779528  's-Gravendeel is een plaats en voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De gemeente telde op 1 januari 2007 9.023 inwoners (bron: CBS) en had een oppervlakte van 20,81 km².
Per 1 januari 2007 is de gemeente samengevoegd met de gemeente Binnenmaas, tot de nieuwe gemeente Binnenmaas.
's-Gravendeel ligt in het oosten van de Hoeksche Waard aan de Dordtsche Kil en is via de Kiltunnel verbonden met Dordrecht. Het dorp is gesticht in 1593 in de oosthoek van de toen pas bedijkte polder Nieuw-Bonaventura. De scheldnaam voor inwoners van 's-Gravendeel is seuter. Dat is een in reuzel gebakken kleine aardappel. 
34835 
17 's-Gravenhage, Zuid-Holland  4.306812286376953  52.078029014540235  Den Haag of 's-Gravenhage (Haags: De Haag) is met 474.245 inwoners (1 juni 2007, bron: CBS) de derde gemeente van Nederland. De gemeente Den Haag maakt deel uit van het kaderwetgebied Haaglanden (980.000 inwoners). Den Haag is een niche-wereldstad omdat het een zeer belangrijke gespecialiseerde bijdrage levert aan de wereld op het gebied van recht en vredespolitiek. In Den Haag zetelen meer dan 150 internationale organisaties en de stad heeft een rijke geschiedenis in de internationale politiek. De stad wordt internationaal als "City of Peace and Justice" aangekondigd.
Hoofdstad of regeringszetel ?
Den Haag is de hoofdstad van de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het is ook de vestigingsplaats van de Nederlandse regering, het parlement en de Hoge Raad. Daarmee is het de de facto hoofdstad van Nederland. In buitenlandse gidsen en boeken wordt het soms ook als zodanig bestempeld. Formeel echter is Amsterdam de nationale hoofdstad, terwijl Den Haag veelal de residentiestad genoemd wordt.
Naam
Vanouds werd voor de plaats de naam Die Haghe of Den Hag(h)e gebruikt. Vanaf 1602/1603 gebruikte het stadsbestuur officieel de naam 's-Gravenhage, die als deftiger werd beschouwd en een samentrekking is van 'des Graven ha(a)ge' (oftewel: de Haag <=bos> van de Graaf ).
Sinds 1990 gebruikt de gemeente consequent de (verkorte) naam Den Haag (in plaats van 's-Gravenhage), ook al vanwege de internationalisering van de hofstad, haar huidige status van mondiaal justitieel centrum (IGH; VN-ISH), en tevens om aan te sluiten bij buitenlandse benamingen als The Hague (Engels), La Haye (Frans), Den Haag (Duits), Haag (Deens), La Haya (Spaans), L'Aia (Italiaans) en Haga (Roemeens).
In 1990 werd een voorstel om de gemeentenaam officieel in Den Haag te veranderen echter afgewezen. Beide namen zijn echter vanouds officieel toegestaan. Dit in tegenstelling Den Bosch, dat officieel alleen 's-Hertogenbosch heet.
In paspoorten/identiteitskaarten en officiële stukken die uitgegeven worden door de gemeente staat altijd: 's-Gravenhage. De spoorwegen en de ANWB-wegwijzers gebruiken de kortere naam Den Haag.
De naam 'Den Haag' heeft ook een figuurlijke betekenis, althans in zijn verkleinvorm, als hij gebruikt wordt als deel van een omschrijvende bijnaam voor andere plaatsen. Zo wordt Breda wel het Haagje van het Zuiden genoemd.
Stad of dorp?
Hoewel Den Haag in vrijwel alle opzichten een stad was, heeft het nooit formeel stadsrechten gehad. Hoewel Den Haag formeel een dorp bleef kreeg het al in de Middeleeuwen bestuurlijke instellingen die alleen in steden voorkwamen. Den Haag kreeg in 1806 van koning Lodewijk Napoleon en in 1810 van keizer Napoleon Bonaparte de eretitel stad. Dit gaf toen geen bijzondere rechten meer, want het stadsrecht was al in 1798 tijdens de Bataafse Republiek afgeschaft .
Lang voor die tijd had Den Haag al bijzondere privileges ontvangen, die Den Haag bestuurlijk het karakter van een stad gaven. Het waren echter de overige steden, die voorkwamen dat Den Haag, als zelfstandige stad, zitting kon nemen in het bestuur van het gewest Holland. Ook op andere terreinen had Den Haag de kenmerken van een stad:
* Den Haag had (sinds 1370) een eigen rechtbank en mocht eigen keuren (verordeningen) vaststellen;
* Den Haag had burgers, en alleen steden hadden burgers;
* Den Haag had een typisch stedelijk bestuur, met burgemeesters (sinds 1559), een secretaris (pensionaris) en een vroedschap (sinds 1451);
* Den Haag had een eigen schutterij;
* Den Haag had stedelijke rechten op economisch gebied: een jaarmarkt (sinds 1334), gilden, een lakennijverheid, bierbrouwerijen en andere typisch stedelijke nijverheid.
Het wettelijke verschil tussen stad en platteland is na de grondwet van 1848 en de Gemeentewet van 1851 definitief komen te vervallen.
Geschiedenis
Den Haag bestaat sinds 1230, toen graaf Floris IV van Holland op de plek, waar reeds een hofstede stond van Vrouwe Meilindis van Wassenaer, een bescheiden kasteel bouwde. In 1248 liet graaf Willem II, tevens Rooms Koning geworden, een meer passend kasteel bouwen aan het duinmeer, de huidige Hofvijver. Zijn zoon Floris V zorgde er na Willems vroegtijdige dood voor dat de Ridderzaal voltooid werd. Ze was voorzien van verguld dak en torenspitsen.
De Ridderzaal en het Binnenhof werden versterkt, maar het dorp eromheen kreeg nooit stadsrechten, al bleef Den Haag residentie van de graven van Holland en hun opvolgers. Den Haag kon groeien als compromis tussen de Hollandse steden, maar diezelfde steden zorgden ervoor dat Den Haag geen vestingstad werd. De oppervlakte van Den Haag was aanzienlijk en omvatte behalve het dorp Die Haghe, ook Haagambacht bestaande uit het vissersdorp Scheveningen, het bedevaartsoord Eikenduinen, Halfloosduinen en de heerlijkheid Nieuwveen), dat thans Nootdorps grondgebied is.
15e eeuw
Aan het eind van de langdurige Hoekse en Kabeljauwse twisten werd Den Haag, niet beschermd door wallen en singels, in juli 1479 ingenomen en geplunderd door Wolffert van Borssele en Reynier van Broeckhuysen.
16e eeuw
In 1528 werd Den Haag geplunderd door de Gelderse veldheer Maarten van Rossum, die een groot deel van de nederzetting buiten het grafelijk kasteel platbrandde.
Ook tijdens de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog werd Den Haag genadeloos geplunderd en raakte het nagenoeg ontvolkt. De stad was het Spaanse hoofdkwartier tijdens het beleg van Leiden.
Al zeker sinds circa 1400 telde Den Haag enkele duizenden inwoners, waardoor het in feite eerder een stad dan een dorp was. Een stad placht in die tijd echter een zeer verregaande mate van zelfbestuur te hebben en de graven van Holland (en later hun opvolgers, de hertogen van Bourgondië en de Habsburgers) verkozen het om het in hun eigen residentie zelf voor het zeggen te hebben. Vanaf 1581 zette de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden deze praktijk voort, omdat Den Haag de plaats was waar het hoogste regeringsorgaan, de Staten-Generaal, resideerde.
Ook was het stadhouderlijk hof daar gevestigd. Aanvankelijk had het er in de jaren 1580 nog om gespannen of het verwoeste Den Haag weer zou worden opgebouwd; de machtige stad Delft wilde in haar directe omgeving de opkomst van een gevaarlijke rivaal liever verhinderen, mede omdat de stad Delft wenste dat de Staten-Generaal zich blijvend in Delft zou vestigen. Uiteindelijk werd toch tot wederopbouw besloten, en de Staten-Generaal bleven in Den Haag gevestigd.
17e en 18e eeuw
In 1622 telde Den Haag 16.000 inwoners. In de 17e eeuw werd Den Haag omgeven door grachten, die door stadhouder prins Maurits als aanzet tot volledige vestingwerken waren aangelegd, maar van de geplande echte verdedigingswerken kwam verder niets. Aan het eind van de 18e eeuw was het bevolkingsaantal opgeklommen tot ongeveer 40.000, waarmee dit "dorp" de op twee na grootste nederzetting van Nederland was geworden (na Amsterdam en Rotterdam). Door de aanwezigheid van het stadhouderlijk Hof, de Staten-Generaal en buitenlandse diplomaten en (buitenlandse) adel had Den Haag een veel aristocratischer karakter dan de meeste andere Nederlandse steden. Er was een groot contrast tussen de aristocratische wijk rondom het Binnenhof en Voorhout en de meer volkse delen van het "dorp".
19e eeuw
Pas in 1806, onder Frans bewind, kreeg Den Haag zijn stadsrechten, maar in die tijd was een vestingmuur eerder een keurslijf dan een voordeel: Den Haag bleef zonder omwalling en kon zich op ruime schaal uitbreiden. In 1834 wordt Den Haag uitgebreid met het Rijswijkse gehucht 't Sluijsje (Rijswijk) , gelegen aan de zuidgrens van Den Haag, nabij het Rijswijkseplein. Toen station Hollands Spoor werd aangelegd, gebeurde dat aanvankelijk nog op Rijswijks grondgebied. Eerst enkel jaren laten zou in 1844 een stuk Rijswijks grondgebied worden geannexeerd vanaf het Rijswijkseplein. Het inwonertal was toen ruim 70.000. Omstreeks 1870 zou het aantal van 100.000 worden gehaald, en rond 1900, in de fin de siècle-tijd van Louis Couperus, telde de stad ongeveer 200.000 inwoners. Ten zuiden van de oude binnenstad ontstonden toen dichtbevolkte arbeiderswijken (Laakkwartier, Schilderswijk, enz.), terwijl tegen de duinkant nieuwe wijken voor de meer gefortuneerde burgers gebouwd werden (Statenkwartier, Duinoord, Archipelbuurt, enz.). In die tijd speelde Den Haag ook in kunstzinnig opzicht een belangrijke rol vanwege de schilders van de Haagse School. In 1872 vond tijdens het Haagse congres van de Eerste Internationale de splitsing plaats tussen de anarchisten (Michail Bakoenin) en de marxisten (Karl Marx).
20e eeuw
In 1899 vond in Den Haag de Eerste Haagse Vredesconferentie plaats, die leidde tot de oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage, dat in Den Haag gevestigd werd. De Amerikaanse staalmagnaat Andrew Carnegie schonk een bedrag van $ 1.500.000 voor de bouw van het Vredespaleis (gebouwd tussen 1907 en 1913), waarin dit hof zou zetelen. Later werd ook het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis gevestigd. In 1920 en 1964 vonden in Den Haag Universele Esperantocongressen plaats.
Tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog, op 3 maart 1945, kwamen tijdens het Bombardement op Bezuidenhout 510 mensen om het leven. Het bombardement werd uitgevoerd door de geallieerden en had als doel de vernietiging van de mobiele V-2-lanceerinrichtingen van de Duitsers.
In de 20e eeuw heeft Den Haag gebieden geannexeerd wegens ruimtegebrek. De voormalige gemeente Loosduinen werd in 1923 als eerste samengevoegd met Den Haag.
Op 1 januari 1960 telde Den Haag 605.876 inwoners. In de veertig jaar daarna is dit drastisch teruggelopen tot iets meer dan 441.000 inwoners in 1999. (bron: CBS)
Met ingang van 1 januari 2002 zijn de nieuwbouwwijken Leidschenveen en Ypenburg als gevolg van grenscorrecties toegewezen aan Den Haag, ten koste van Leidschendam, Nootdorp, Pijnacker, Rijswijk en Voorburg. Hierdoor is het bevolkingsaantal inmiddels weer in stijgende lijn en momenteel telt de stad ruim 475.000 inwoners.
De groene stad
Den Haag wordt "De groene stad aan zee" genoemd. Dat komt doordat Den Haag binnen haar stadsgrenzen::
* Een aantal landgoederen heeft o.a.: Arendsdorp, Blommendaal, Landgoed Clingendael, Duindigt, Duinweide, Meer & Bos, Ockenburgh (in 1931 geannexeerd), Oostduin, Oosterbeek (in 1953 gekocht), Reijgersbergen (in 1956 gekocht), Sorghvliet en Te Werve.
* Veel parken heeft o.a.: het Rosarium, St. Hubertuspark, Marlot, de Paleistuin, Wapendal, Westbroekpark en Zuiderpark.
* Bossen heeft o.a. Scheveningse Bosjes, Nieuwe Scheveningse bos, Haagse bos, Bosjes van Pex.
* Veel straatbomen heeft, bijna 85.000.
* Veel monumentale bomen heeft. Het waren er in 1358, voordat de kastanjeziekte toesloeg. Het is nog niet duidelijk hoeveel kastanjes er nog gekapt moeten worden.
Stadsdelen en wijken
Den Haag telt acht stadsdelen. Elk van deze stadsdelen heeft een eigen stadsdeelkantoor, waar de meeste gemeentelijke diensten zijn gehuisvest. Dankzij die stadsdeelkantoren is de gemeente voor veel zaken makkelijker bereikbaar. De huidige indeling in stadsdelen is in 1988 vastgesteld door de gemeenteraad. De indeling in wijken en buurten die toen werd geïntroduceerd wijkt af van de bekende wijk- en buurtindeling die sinds 1953 werd gebruikt.
* Centrum
o Archipelbuurt
o Centrum
o Groente- en Fruitmarkt
o Schilderswijk
o Stationsbuurt
o Transvaal
o Willemspark
o Zeeheldenkwartier
* Escamp
o Bouwlust / Vrederust
o Leyenburg
o Moerwijk
o Morgenstond
o Rustenburg/Oostbroek
o Wateringse Veld
o Zuiderpark
* Haagse Hout
o Benoordenhout
o Bezuidenhout
o Haagse Bos
o Mariahoeve
o Marlot
* Laak
o Laakkwartier en Spoorwijk
o Binckhorst
* Leidschenveen-Ypenburg
o Forepark
o Hoornwijk
o Leidschenveen
o Ypenburg
* Loosduinen
o Bohemen en Meer en Bos
o Kijkduin en Ockenburg
o Kraayenstein en De Uithof
o Loosduinen
o Waldeck
* Scheveningen
o Belgisch Park
o Duindorp
o Duinoord
o Geuzen- en Statenkwartier
o Oostduinen
o Scheveningen
o Van Stolkpark en Scheveningse Bosjes
o Westbroekpark en Duttendel
o Zorgvliet
* Segbroek
o Bomen- en Bloemenbuurt
o Regentessekwartier
o Valkenboskwartier
o Vogelwijk
o Vruchtenbuurt
Inwoners
* Centrum (stadsdeel Den Haag) ± 100.000 inwoners
* Escamp ± 113.000 inwoners
* Haagse Hout ± 42.040 inwoners
* Leidschenveen-Ypenburg ± 40.000 inwoners
* Laak ± 38.200 inwoners
* Loosduinen ± 47.500 inwoners
* Scheveningen ± 56.000 inwoners
* Segbroek ± 59.000 inwoners +
Totaal: 495.740 inwoners
WIE DOET DIT STEEDS???? 
857 
18 's-Gravenland, Capelle aan den IJssel, Zuid-Holland  4.562553  51.915472  's-Gravenland is een woonwijk in het westen van Capelle aan den IJssel en grenst aan de wijken Middelwatering, Capelle-West, Fascinatio en aan de Rotterdamse wijk Kralingse Veer. De wijk ligt aan de Abram van Rijckelvorselweg, de Algeraweg en de rivier de Hollandsche IJssel. Het vlakbij gelegen metrostation Capelsebrug is een knooppunt voor metro's en bussen en ligt op loopafstand van de wijk (er rijden tevens bussen naar het metrostation).
Uiterlijk van de wijk
De wijk is vriendelijk voor kinderen; er zijn diverse speelplaatsen. Ook is er veel groen te vinden in de wijk en een overzichtelijk winkelcentrum. 's-Gravenland staat in het teken van muziek. Dat is niet alleen te zien aan de straatnamen (Brahmsstraat, Bachstraat, Franckstraat, van Beethovenlaan enz.), maar ook aan de bruggen over de sloten en de rotondes. Zo is er een brug in de vorm van een piano, van een gitaar en van een blokfluit. De rotondes zijn gekenmerkt met een muziekinstrument, zoals een harp, gitaar of trompet. 
35495 
19 's-Gravenpolder, Borsele, Zeeland  3.90333333333333  51.4597222222222  's-Gravenpolder is een dorp in de gemeente Borsele, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 4570 inwoners (2005) en is daarmee de tweede kern van de gemeente.
Het dorp is vrij explosief gegroeid, doordat het tot voor kort als groeikern voor de gemeente was aangewezen. Tijdens die periode werden er relatief veel woningen in de vrije sector gebouwd.
Midden in het dorp staat een gotische kerk uit de 14e eeuw. Aan de rand van het dorp staat molen "De Korenhalm" uit 1876, die nog steeds in gebruik is.
Een groot deel van de bevolking van 's-Gravenpolder is lid van de Gereformeerde Gemeente.
Tot de gemeente behoorde ook de in 1816 opgeheven gemeente Zwake. 
39953 
20 's-Gravensloot, Utrecht  4.8790669441223145  52.09381180738805  s-Gravensloot is een is een landweg aan de meest noordelijke rand van de stad Woerden waaraan voornamelijk vrijstaande huizen zijn gelegen. Op werkdagen tijdens de ochtend- en avondspits is de weg alleen geopend voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer.
De gemeente Kamerik
De gemeente Kamerik ontstond in 1811 uit de heerlijkheid Kamerik en de Houtdijken. De gemeente is in 1817 gesplitst in Kamerik-Houtdijken, Kamerik-Mijzijde en 's-Gravensloot. Die splitsing heeft geduurd tot 1857. In de tijd van de splitsing werd wel het onderwijs door de gemeenten gezamenlijk verzorgd en betaalden de gemeenten ook gezamenlijk het salaris van de koster. In 1857 werden de vier voormalige gemeentes Kamerik-Houtdijken, Kamerik-Mijzijde, 's-Gravesloot en Teckop tot de nieuwe gemeente Kamerik samengevoegd.
Het wapen van de gemeente Kamerik was eerder het wapen van de heerlijkheid Kamerik en de Houtdijken.
De gemeente is in 1989 opgegaan in Woerden.
De smalle straat wordt veel gebruikt door recreanten om te fietsen en te wandelen. Er zijn drie gemeentelijke monumenten aan de straat gelegen: huisnummers 19-20, 38-39 en 101.
De in Nederland beschermde en zeldzame steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) groeit hier.
Aan de oostzijde komt de 's-Gravensloot uit op de provinciale weg naar Kamerik. Aan de westelijke zijde loopt de weg dood bij de jachthaven van Woerden bij de Grecht. Hier is tegenwoordig een voetgangerspontje die de weg naar Zegveld ontsluit voor voetgangers en fietsers, maar het pontje is nogal eens defect door vandalisme.
De gemeente Woerden heeft rond 1995 plannen gehad om ten noorden van de 's-Gravensloot nieuwbouw te realiseren, er is echter besloten dit deel van het Groene Hart vooralsnog te ontzien, en het agrarische karakter van de omgeving te behouden. 
60945 
21 's-Gravenvoeren, Limburg, België  5.760945  50.758816  s-Gravenvoeren (Limburgs: 's-Gravevoere, Frans: Fouron-le-Comte) is de bekendste en ook historisch belangrijkste deelgemeente van de gemeente Voeren, een faciliteitengemeente in het Arrondissement Tongeren in Belgisch-Limburg (Vlaams Gewest, België). Het is een lintdorp langs het riviertje de Voer. 's-Gravenvoerens postcode is 3798.
Geschiedenis
Het dorp maakte deel uit van het graafschap Dalhem, dat oorspronkelijk zelfs Voeren heette en vanuit 's-Gravenvoeren bestuurd werd, tot de graaf een burcht bouwde in Dalhem, dat daarna ook wel "'s-Gravendal" genoemd werd (naar analogie met "'s-Gravenvoeren"). 
32825 
22 's-Gravenwezel, Antwerpen, België  4.554991722106934  51.26061506445351  's-Gravenwezel is een deelgemeente van de gemeente Schilde in de Belgische provincie Antwerpen (arrondissement Antwerpen). 's-Gravenwezel was een zelfstandige gemeente tot einde 1976. 's-Gravenwezel heeft een oppervlakte van 14,95 km² en telde in 2006 6358 inwoners.
De ontstaansgeschiedenis van de gemeente en andere informatie is te vinden onder het lemma Schilde. 
67845 
23 's-Gravenzande, Zuid-Holland  4.16472222222222  52.0019444444444  's-Gravenzande (Westlands dialect: t Breeë Durp) is een stad met 19.190 inwoners in het Westland, in de gemeente Westland (provincie Zuid-Holland). Het is tevens de grootste plaats in de gemeente.
Het netnummer van 's-Gravenzande is 0174 en de postcodes zijn 2691, 2692, 2693 en 2694.
's-Gravenzande heeft als enige plaats in het Westland een historie als stad: het kreeg in 1246 stadsrechten van Graaf Willem II van Holland, die er net als zijn vader Graaf Floris IV geregeld verbleef. Aan het grafelijk hof heeft 's-Gravenzande de helft van zijn naam te danken. Het element ~zande verwijst naar de verzande Maasmonding, waarbij de plaats ontstaan is.
's-Gravenzande was tevens een bedevaartplaats: gravin Machteld van Brabant, de moeder van Willem II, had aan de kerk die zij er had laten bouwen een madonnabeeld geschonken waaraan wonderen werden toegeschreven.
Tot 1 januari 2004 was 's-Gravenzande een zelfstandige gemeente met daarin ook het dorp Heenweg. Daarna is zij met buurgemeenten opgegaan in de nieuwe gemeente Westland. Tot 1914 behoorde ook Hoek van Holland tot de gemeente 's-Gravenzande. 
32917 
24 's-Heer Arendskerke, Zeeland  3.824793  51.491132  's-Heer Arendskerke is een dorp in de gemeente Goes, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 1320 inwoners (2004).
Geschiedenis
's-Heer Arendskerke werd ook wel; 's Heer-Arendskerke, Aernoutskerke, Ser Arnoudskerke of Sraskerke genoemd. Zoals vele dorpsnamen eindigen op kerke is waarschijnlijk ook hier het woord kerke verbonden met de persoonsnaam van de stichter, een voorname telg uit het geslacht Van Schenge.
De Heren Van Schenge bouwden op een plaats net ten zuiden van het dorp een kasteel dat later verviel en waarvan de stenen werden gebruikt als dijkversteviging. Deze Heren hadden het recht van aanwas van al het land tussen Beveland en Walcheren en speelden dus een belangrijke rol bij de westwaartse bedijkingen.
De eerste vermelding was in 1275 als dochterparochie van het nabijgelegen en oudere Wissekerke. Op haar beurt was 's Heer Arendskerke (kerk gewijd aan St. Pieter) weer de moederkerk van Baarsdorp.
Was het in de vorige eeuwen nog een belangrijk dorp. Anno 2005 is het dorp met ruim 1300 inwoners in vergelijking met vele andere nog maar bescheiden in omvang en voor een flink deel van haar voorzieningen (onder andere winkels, onderwijs en theater) afhankelijk van onder andere Goes en het nabijgelegen Heinkenszand.
Overheid
Voor 1970 was 's-Heer Arendskerke een zelfstandige gemeente, daarna is het noordelijk deel (inclusief dorp) gevoegd bij de gemeente Goes en de rest werd opgenomen in de nieuwe gemeente Borsele. 
37167 
25 's-Heer Hendrikskinderen, Goes, Zeeland  3.861915  51.502967  's-Heer Hendrikskinderen is een dorp in de gemeente Goes, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 1340 inwoners (2004).
Het dorpje ligt op een uitloper van een kreekrug, waarop ook Goes ontstaan is. De kerk waar het dorpje naar vernoemd is, werd in 1805 vervangen door een zaalkerkje. De laatste jaren wordt er rond dit dorpje volop gebouwd.
Bekende (ex-)inwoners
Marten Wiersma, politicus.
Geboren in 's-Heer Hendrikskinderen
Willem Lodewijk Harthoorn, verzetsman.
Anjolie Wisse, atlete. 
703 
26 's-Heer-Abtskerke, Borsele, Zeeland  3.880852  51.470627  's-Heer Abtskerke (Zeeuws: Sgrabbekerke) is een klein dorp in de gemeente Borsele, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp is gelegen op het zuidelijk deel van schiereiland Zuid-Beveland, de zogenaamde “Zak van Zuid-Beveland”, alwaar de omgeving voornamelijk bestaat uit kleine dorpjes, polders, dijken, welen en kreekresten. Het dorp heeft 520 inwoners (2005). Het deelt de brandweer met 's-Gravenpolder.
Het dorp ligt in het natuurgebied de Poel. Het is vernoemd naar de abten van de Middelburgse abdij, die in de 13e eeuw het gebied in bezit had gekregen van Dirk VII, graaf van Holland, en hier een kapel had gesticht, de voorloper van de huidige kerk. Zoals in veel dorpen staat de kerk in het centrum van het dorp. De kerk is gotisch en stamt uit de 15e eeuw.
Tot de gemeente behoorde ook de in 1816 opgeheven gemeenten Baarsdorp en Sinoutskerke. 
645 
27 's-Heerenberg, Gelderland  6.24583333333333  51.8763888888889  's-Heerenberg is een stad in de gemeente Montferland, provincie Gelderland en telt ongeveer 8000 inwoners (2003). 's-Heerenberg verkreeg op 8 september 1379 stadsrechten van Willem I van den Bergh.
Bezienswaardigheden
Het stadje is interessant voor toeristen en geïnteresseerden in geschiedenis om te bezoeken. In 's-Heerenberg bevindt zich het kasteel Huis Bergh, waar de heren van den Bergh zetelden. In het kasteel zijn tal van schilderijen van oude Italiaanse meesters te bezichtigen. Ook het oude stadscentrum met onder andere de stadsomwalling en De Plantage, een soort bostuin van Huis Bergh, trekken veel toeristen. In de directe omgeving ligt het natuurgebied Montferland, een heuvelachtig bosgebied dat door fietsers, wandelaars en paardrijders druk bezocht wordt.
's-Heerenberg staat bekend om carnaval, boven de rivieren is dit (samen met het Twentse Oldenzaal) 'het Mekka van de carnaval'. De diverse optochten zijn meer dan de moeite waard te bekijken. Tijdens carnaval is 's-Heerenberg bekend onder de naam Waskupenstad. Leuke details zijn dat zowel Burgers' Zoo als het Afrika museum (tegenwoordig in Berg en Dal) hun oorsprong in 's-Heerenberg hebben. Het Afrika museum is begonnen in het voormalig klooster Don Rua waar tot 1999 het bekende creativiteitscentrum Gouden Handen gevestigd was. De toenmalige paters, die naar Afrika reisden, besloten een museum op te richten.
Door het boek "Pim Pandoer en de Heks van 's-Heerenberg" genoot de stad in de vorige eeuw van enige bekendheid. Het verhaal is gebaseerd op een oude weduwe met de naam Mechteld ten Ham die van verschillende zaken door de toenmalige 's-Heerenbergse bevolking beschuldigd werd. Dit vrouwtje werd op 26 juli 1605 op de brandstapel gezet bij De Laak in Azewijn. Algemeen wordt aangenomen dat Mechteld ten Ham de laatste heks van Nederland is. In 's-Heerenberg wordt rond augustus elk jaar een feest gevierd ter ere van de oude weduwe (het Mechteld Ten Ham-feest).
Het Neije Raethuys werd in 1531 gebouwd ter vervanging van het Ailde Raethuys aan de Kellenstraat. Vanoudsher is het raadhuis het bestuurscentrum van zowel de stad als van het land van den Berge. Vergaderingen van de magistraat en van de geërfden van het graafschap Bergh hebben hier plaatsgevonden. Daarnaast werd er recht gesproken. In de kelder bevond zich een gevangenis en heden ten dage is voor het raadhuis een schandpaal opgesteld. De raadhuisklok uit 1526 werd in vroeger tijden gebruikt om de burgers bijeen te roepen voor vergaderingen en bij een uitbraak van een ramp, zoals een brand. Het raadhuis werd in de jaren 1914-1918 gerestaureerd.
Verder is er ook nog de Boetselaersborg, een klein kasteeltje aan het Kattenburg. Dit kasteeltje behoort tot de bezittingen van Huis Bergh, en is niet van binnen te bezichtigen. 
33360 
28 's-Heerenhoek, Borsele, Zeeland  3.824793  51.491132  s-Heerenhoek is een dorp in de gemeente Borsele, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 1970 inwoners (2005).
Het dorp is ontstaan na de inpoldering van de Borsselepolder in 1616; het heette toen Calishoek. Het dorp ontstond op een kruispunt van dijken van verschillende polders. In 1672 werd hier een protestantse kerk gebouwd; inmiddels staat midden in het dorp een rooms-Katholieke kerk uit 1870. 's-Heerenhoek is een bekend uitgaanscentrum op Zuid-Beveland. Het dorp trekt ieder jaar veel bezoekers tijdens carnaval, wanneer het wordt omgedoopt in "Paerehat". Een beroemde inwoner van 's-Heerenhoek is oud-wielrenner Jan Raas. 
39952 
29 's-Herenelderen, Limburg, België  5.49694444444444  50.8069444444444  's-Herenelderen is een dorp in de Belgische provincie Limburg en een deelgemeente van de stad Tongeren. Het dorp heeft een oppervlakte van 3,42 km² en telde in 2001 545 inwoners.
's-Herenelderen is gelegen in Haspengouw op 5 kilometer ten noordoosten van Tongeren. De Demer, die in het naburige Ketsingen ontspringt, stroomt door het dorp. De oostgrens wordt gevormd door de autosnelweg E313 terwijl ook spoorlijn 34 van Hasselt naar Luik-Guillemins door het dorp loopt. Het station is echter reeds lang gesloten.
Geschiedenis
's-Herenelderen werd voor het eerst vermeld in 1233. Het vormde samen met Genoelselderen een gebied onder de naam Aldor. Het gebied behoorde toe aan het graafschap Loon. In 1261 werd het gebied gesplitst in twee heerlijkheden en Willem van Hamel gaf zijn naam aan de heerlijkheid 's-Herenelderen. Rond 1300 werden ook Schalkhoven en Sint-Huibrechts-Hern eigendom van de familie. Het gebied bleef in het bezit van de familie van Hamal tot 1501 toen het overging in handen van de familie de Renesse.
Ook kerkelijk werd 's-Herenelderen in 1261 een zelfstandige parochie. Voordien had de parochie afgehangen van de parochie Berg.
's-Herenelderen werd een zelfstandige gemeente en leefde voornamelijk van de landbouw. In de tweede helft van de 20e eeuw werd het dorp een woongemeente door lintbebouwing langs de weg van Tongeren naar Kleine-Spouwen. In 1971 verloor het dorp zijn zelfstandigheid en ontstond de fusiegemeente Elderen, bestaande uit 's-Herenelderen, Genoelselderen en Membruggen. In 1977 werd Elderen reeds ontbonden: 's-Herenelderen (het gedeelte ten westen van de E313) werd bij Tongeren gevoegd, terwijl Genoelselderen en Membruggen (het gedeelte ten oosten van de E313) bij Riemst gevoegd werden. 
36082 
30 's-Hertogenbosch, Noord-Brabant  5.304210  51.689222  's-Hertogenbosch of Den Bosch is een stad in de gemeente 's-Hertogenbosch, tevens de hoofdstad van de provincie Noord-Brabant, een van de drie zuidelijke provincies van Nederland. De Franse naam voor deze stad is Bois-le-Duc en de Duitse versie luidt Herzogenbusch. Haar Latijnse naam is Silva Ducis of Buscum Ducis. De stad maakt deel uit van het stedelijk netwerk BrabantStad.
's-Hertogenbosch is een van de oudste middeleeuwse steden van Nederland en is volgens de overlevering in 1185 gesticht door hertog Hendrik I van Brabant aan de samenloop van de Aa en de Dommel, die tegenwoordig samenkomen bij de Citadel in de stad. De zustersteden van 's-Hertogenbosch zijn Trier in Duitsland en Leuven in België. Daarnaast heeft de stad sinds 1997 een vriendschapsband met de Roemeense stad Focşani.
's-Hertogenbosch is lid van de Nederlandse Vereniging van Vestingsteden.
's-Hertogenbosch werd als stad officieel gesticht vanuit Orthen, een oud domein van de graven van Leuven. Op de locatie was vermoedelijk al eerder spontaan een handelsnederzetting ontstaan, hetgeen opmerkelijk is omdat de meeste plaatsen destijds bij een klooster of als agrarische nederzetting ontstonden. Al enkele decennia na de vorming van deze nederzetting, verleende hertog Hendrik I van Brabant stadsrechten, vermoedelijk tussen 1185 en 1196. De vroegste vermelding is in een document uit 1196. In die tijd was het niet zo gebruikelijk dergelijke rechten expliciet vast te leggen en veel andere (nieuwe) steden in de Nederlanden namen het Bossche geschreven stadsrecht als voorbeeld. 
32154 
31 't Goy, Houten, Utrecht  5.223097801208496  52.00208424729346  't Goy is een dorp in de gemeente Houten, in de Nederlandse provincie Utrecht; het is gelegen nabij Schalkwijk. Vanaf 1966 is het uitgegroeid van gehucht tot een klein dorp met nieuwbouw (vrijstaande bungalows). De aanvankelijk dichte beplanting met boomgaarden is voor een flink deel verdwenen. In 't Goy ligt landgoed Wickenburgh. Het landgoed heeft een wit landhuis met een duiventoren, oprijlaan en een groot bos achter het huis.
Het dorpje is in tweeën gedeeld, op enige afstand ligt het Nieuwe Goy waar een kerkje en oorspronkelijk twee cafés en een bakkerswinkel gevestigd waren, alsmede een R.K. school en een landbouwschool (thans dorpshuis). De bevolking was voorheen voornamelijk werkzaam in de landbouw/fruitteelt (appels, kersen enz.). Thans zijn het veel stedelingen die hier buiten zijn komen wonen. Het "Oude Goy" (plaatselijk ook wel "het Goyse Dorp" genoemd) had een openbare lagere school aan de Wickenburghseweg die een van de kleinste van het land was (tenslotte nog maar 8 leerlingen in 1969). Ook was in die jaren in het oude Goy een vakschool voor de fruitteelt gevestigd.
Aan de Tuurdijk zijn restanten van een Romeinse Villa ontdekt. Het is een van de drie Romeinse bouwwerken waarvan in de gemeente Houten sporen zijn gevonden. 
72118 
32 't Haantje, Sleen, Drenthe  6.82305555555556  52.8147222222222  't Haantje is een dorp in de gemeente Coevorden in de provincie Drenthe, met ongeveer 230 inwoners.
Het dorp is na de aanleg van het Oranjekanaal ontstaan. De herkomst van de naam is onzeker. Men vermoedt dat het de naam van een café is geweest, maar het waarom van de naam is onduidelijk. Het verhaal gaan dat de herbergier een struik bij huis had staan die in de vorm van een haan was geknipt.
Het bezit een zwembad dat de gemeente heeft willen sluiten, maar door protest van de bewoners werd besloten dat het zwembad toch kan blijven. Ook is er een voetbalclub, VV Theo genaamd (theo = 't Haantje en omstreken). 
34458 
33 't Hankorve, Grafschaft Bentheim, Niedersachsen, Duitsland  7.083333  52.506944  't Hankorve of Hohenkörben (parochie Nordhorn) is een boerenstand en een voormalige gemeente in het district Grafschaft Bentheim in Nedersaksen.
De plaats behoort politiek tot de stad Nordhorn.
Grenzend aan het noorden is de boerenstand en voormalige gemeenschap Hohenkörben (parochie Veldhausen), die behoort tot de gemeenschap Osterwald.

Hohenkörben ligt in het zuidwesten van Nedersaksen, op ongeveer 7 kilometer van de Nederlandse grens en op 30 kilometer van de grens tussen Noordrijn-Westfalen. De dichtstbijzijnde stad is Wietmarschen (4 km ten oosten), de dichtstbijzijnde steden zijn Nordhorn (9 km ten zuidoosten) en Neuenhaus (9 km ten noordwesten).
Hohenkörben grenst in het noorden aan Hohenkörben (parochie van Veldhausen), in het oosten aan Wietmarschen en Klausheide, aan de zuidkant door Bookholt en aan het westen door Bimolten. 
154986 
34 't Harde, Elburg, Gelderland  5.879831314086914  52.41608959892025  't Harde is een dorp op de Veluwe in de gemeente Elburg in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is een bosrijke plaats gelegen aan de A28, bekend van de militaire kazerne op de Woldberg.
Geschiedenis
't Harde is vernoemd naar de hardere ondergrond die hier was in vergelijking met omliggende gebieden. Als in 1875 wordt besloten een militair complex op de Woldberg aan te leggen, spreekt men nog van de legerplaats Oldebroek. In 1930 bestond 't Harde uit 39 huizen waarin 175 mensen woonden. In 1935 verrezen de eerste villa's waaronder Mariposa en de Vale Ouwe. Pas in 1953 zette de stormachtige ontwikkeling in die van 't Harde de grootste kern van de voormalige gemeente Doornspijk maakte. Eind 1963 stonden er al 670 woningen en er werden plannen ontwikkeld voor de bouw van minstens nog zo'n 600 in de wijken Strijbis en het bungalowpark.
Als symbool van een nieuw tijdperk mogen we wijzen op de bouw van het zwembad "De Hokseberg". Het ontwerp was van de Heidemij en gold als het mooiste van Nederland. Zo'n zwembad is tegenwoordig onmisbaar, al was het alleen maar om water bij de hand te hebben bij bosbranden. Zoiets gebeurde werkelijk op 18 juni 1970. Een hevige brand op het Artillerie Schietkamp bedreigde 't Harde, slechts op het nippertje werd het dorp gered. Drie villa's en drie huizen brandden af. Op het afgebrande stuk grond werden later woningen gebouwd.
Twee gemeentes
't Harde lag van oudsher in twee gemeentes; de gemeente Oldebroek en gemeente Elburg. Het deel ten noord-oosten van de Eperweg hoorde bij Oldebroek en de rest hoorde bij de gemeente Doornspijk. Op 26 maart 1974 werd door een gemeentelijke herindeling het Oldebroeker deel van 't Harde bij de nieuwe gemeente Elburg gevoegd. De tweedeling kun je nog zien in bijvoorbeeld de twee vestigingen van de Rabobank, één vallend onder Oldebroek en een onder Elburg. Ook wordt de wijk ten Noord-oosten van de Eperweg in volksmond nog steeds de Oldebroeker nieuwbouw genoemd.
't Harde heeft op 1 januari 2006 ongeveer 6000 inwoners en is daarmee na Elburg de grootste plaats in de gemeente. Het dorp ligt bij de A28 (Amersfoort-Zwolle) en heeft een station aan de spoorlijn tussen deze steden. De stoptrein stopt er 2 keer in het uur per richting.
De hoofdweg binnen het dorp van 't Harde is de Eperweg. De Eperweg is de doorgaande weg door 't Harde en verbindt Epe met de Zuiderzeestraatweg nabij Oostendorp. Deze 'weg naar Epe' oftewel Eperweg werd in 1853 verhard aangelegd en daardoor geschikt gemaakt voor het toenemende verkeer. In 1855 werd de weg voorzien van een grindlaag en kreeg het de naam Epergrintweg mee. Jaren later werd de weg voorzien van asfalt en sindsdien wordt de weg Eperweg genoemd. De Eperweg is onderdeel van de N309.
Bedrijventerreinen
't Harde heeft twee bedrijventerreinen. De eerste is de Koekoek, gelegen aan de noordzijde van het dorp. Tussen de spoorlijn Zwolle-Amersfoort en de A28, in het oosten van 't Harde ligt verder nog bedrijventerrein 't Spoor. Deze is te herkennen aan de hoge kranen die langs de A28 staan. 
74710 
35 't Heem, Vlagtwedde, Groningen  7.049016952514648  52.88612158186294  't Heem is tegenwoordig een wijk van Ter Apel in het Groningse Westerwolde (Nederland). Oorspronkelijk was het een gehucht even ten noorden van het kloosterdorp.
De huidige wijk wordt begrensd door de voormalige spoorlijn in het zuiden en de Nulweg in het noorden. De naam 't Heem betekent hoge boerenplaats. 
75828 
36 't Klooster, Aalten, Gelderland  6.539520621299744  51.89694709420044  't Klooster is een buurtschap in de gemeente Aalten, twee kilometer noordelijk gelegen van Bredevoort in de Gelderse Achterhoek. In de vijftiende eeuw heeft in deze buurtschap daadwerkelijk een klooster gestaan, te weten het klooster Nazareth, ook wel het klooster Schaer genaamd. Dit verdwenen klooster hoorde bij de beweging van de Moderne Devotie. In de nabije omgeving van dit klooster ligt de Kloosterschans een deel van een omvangrijk stelsel landweren. Daarnaast is er op 5 november 2005 een beeld onthuld. Het bronzen beeld, van de hand van de Eibergse kunstenaar Jan te Kulve, toont een bewoner van klooster Schaer in de kleding van zijn Orde (reguliere kanunniken van Sint-Augustinus). Sinds 1980 is het een zelfstandige buurtschap in de gemeente Aalten.  146950 
37 't Klooster, Usquert, Groningen  6.619480  53.429688  Zie ook de kaart. Een gehucht met twee huizen.  34262 
38 't Laar, Vaassen, Epe, Gelderland  5.950126647949219  52.30196040910632  't Laar (Nedersaksisch: ′t Laor) is een Nederlands buurtschap die enkele kilometers ten noordwesten van het Veluwse dorp Vaassen ligt, in de provincie Gelderland. Het gebied kenmerkt zich door een uitgestrekt weidegebied en wat akkers aan de rand van een bosrijke omgeving.
Evenementen en activiteiten
De buurtschap heeft een actieve buurtvereniging die een eigen blad uitgeeft en een eigen buurtgebouw (de Loarkit) exploiteert. 
66717 
39 't Lage van de weg, Uithuizen, Groningen  6.655098  53.411839  't Lage van de weg is een dorpje in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen. Het ligt direct ten westen van Uithuizen.
Het dorp ontstond in het midden van de negentiende eeuw. De naam verwijst naar de verhoging die naast de weg is ontstaan na een dijkdoorbraak in de veertiende eeuw. Op die verhoging staan een aantal boerderijen, die als buurt ook bekend zijn als Bovenhuizen. De huizen langs de weg liggen een stuk lager en heten daarom het Lage van de weg. 
170 
40 't Schot, Vlagtwedde, Groningen  7.083499431610107  52.863365411807095  't Schot is een gehucht vlak bij Ter Apel in de gemeente Vlagtwedde. Het ligt ten zuiden van Ter Apel, ten noorden en zuiden van het Ruiten-Aa-kanaal, waar dit samenkomt met het Ter-Apelkanaal.
Anders dan de aanpalende dorpen Burgemeester Beinsdorp en Agodorp, die beiden uit de twintigste eeuw stammen, wordt 't Schot, net als 't Heem aan de noordzijde van Ter Apel, al op oude kaarten vermeld. De oorsprong van het gehucht hangt samen met de stichting van het Klooster Ter Apel in de vijftiende eeuw. De naam verwijst naar een schot, dat is een stal of schuur. De monniken van het klooster lieten hier hun vee grazen.
Het oorspronkelijke gehucht wordt omgeven door een bos met dezelfde naam. 
132335 
41 't Veen, Muntendam, Groningen  6.861777305603027  53.123289748203966  Het Veen, ook wel geschreven als 't Veen, is een streeknaam in de gemeente Menterwolde. De streek ligt ten zuiden van Muntendam, tegen de gemeentegrens met Veendam. Aan de noordzijde ligt het Eerste Veen, aan de zuidzijde het Tweede Veen.  32735 
42 't Veen, Zuidbroek, Groningen  6.856389  53.178889  't Veen of Het Veen, vroeger Uiterbuursterveen genoemd, is een gehucht in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. Het dient niet te worden verward met het gehucht Het Veen ten zuiden van Muntendam.

Het gehucht ligt aan het gelijknamige niet voor doorgaand verkeer toegankelijke pad 't Veen ten westen van Uiterburen en ten zuiden van Botjes Zandgat. Er staan een zestal huizen.

In 1866 werd hier een joodse begraafplaats in gebruik genomen, waaromheen rond de eeuwwisseling vervolgens het gehucht ontstond. In de jaren 1960 werd een grootscheepse ruilverkaveling doorgevoerd, waardoor het landschap rond het gehucht ingrijpend veranderde. Dwars door het gehucht werd de Botjesweg aangelegd, waarna ten noorden van het gehucht de zandafgraving Botjes Zandgat ontstond en het deel van het gehucht ten westen van de Botjesweg werd afgebroken, waarna ook de weg aldaar verdween. Het huidige gehucht is dus het oostelijke restant van het oorspronkelijke gehucht. 
36335 
43 't Waar, Scheemda, Groningen  6.95194444444444  53.2252777777778  't Waar is een streekdorp in de gemeente Scheemda in de provincie Groningen (Nederland), gelegen in het kleigedeelte van het Oldambt. Het dorp ligt aan een oude oeverwal in de ingepolderde Dollard.
De naam van het dorp verwijst naar een sluis in het Ol Daipke. Woar of waar is een oud synoniem voor zijl het Groningse woord voor sluis. De Dollard werd in deze streek vanaf het einde van de zestiende eeuw op de zee teruggewonnen.
Voor de inpoldering liep hier de Menter A, het Oude Diepje zal daar en restant van zijn geweest. Tegenwoordig ligt het dorp tussen het Buiten Nieuwediep en het Termunterzijldiep. 't Waar vormt samen met Nieuw-Scheemda een dubbeldorp. 
32672 
44 't Woudt, Midden-Delfland, Zuid-Holland  4.293508529663086  51.99568880664141  't Woudt is een kerkdorp in de gemeente Midden-Delfland, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het dorp ligt tussen Den Hoorn en De Lier in. Het was tot 1819 een eigen gemeente en werd toen bij Schipluiden gevoegd.
Het dorp, dat vaak omschreven wordt als schilderachtig dorpje tussen de weilanden, wordt reeds in 1277 genoemd. Het is een klein dorp dat bestaat uit een laatgotisch kerkje, een paar boerderijen, enkele huizen, een herberg/café, een pastorie en een kosterswoning. In 2006 woonden er 36 mensen.
Het gehele dorp is beschermd dorpsgezicht. De omgeving van 't Woudt leent zich zeer goed voor fiets-, wandel- en skatetochten.
't Woudt is bereikbaar door op de A4 de afslag De Lier te nemen en de borden De Lier te volgen. Men komt dan terecht op de Woudseweg (N223). Als men na 1½ kilometer op die weg rechts afslaat komt men op een voor auto's doodlopende weg die de polder inloopt. Na 1 kilometer over deze weg rijdt men 't Woudt in.
Geschiedenis
In 1277 gaf Floris V de parochianen van ‘t Woudt het recht om de eigen pastoor voor te dragen. Dit was een belangrijk voorrecht dat maar zelden werd verleend. ‘t Woudt telde in 1561 twee boerderijen, negen kleine huisjes, een herberg, een pastorie en een kosterswoning. Het unieke is, dat dit aantal in de loop der tijden nauwelijks is veranderd. Op oude kaarten is te zien dat het patroon van de bebouwing tot op de dag van vandaag gelijk is gebleven. ‘t Woudt had ook een school, die zo'n goede naam had, dat niet alleen de Woudtse jongeren, maar ook kinderen van elders er naar toe kwamen. Het achterhuis van de huidige kosterswoning deed tot 1874 dienst als school. 
464 
45 't Zandt, Groningen  6.774918211969407  53.36637515514179  't Zandt is een dorp en voormalige gemeente provincie Groningen, Nederland. Het dorp heeft bijna 900 inwoners. In 1990 is 't Zandt bij de gemeente Loppersum gevoegd.

Het dorp is ontstaan als dijkdorp na de inpoldering van de voormalige Fivelboezem in de veertiende eeuw door monniken van het klooster Bloemhof. De naam verwijst naar een zandrug in de oude boezem. Dorpsbewoners wonen niet ín 't Zandt, maar óp 't Zandt.
Een opmerkelijk pand in het dorp (op het voormalige grondgebied van het dorp Leermens), is de zogenaamde sarrieshut. Deze hoorde bij de voormalige molen, de Leermenstermolen. Deze molen is in 1957 afgebroken, één roede ging naar een molen te Warffum. Bij iedere korenmolen in de provincie Groningen stond vroeger een sarrieshut. Dat was de woning van de chercher, de ambtenaar die belast was met de controle op de belasting op het gemaal. Het woord Chercher werd verbasterd tot sarries.
Even buiten het dorp ligt de boerderij Alberdaheerd. Hier stond vroeger een borg die bewoond werd door het geslacht Alberda. De borg is verdwenen, maar het borgterrein, met gracht, oprijlaan en bomen, is nog aanwezig. Tegenwoordig bevindt zich hier een sierviskwekerij.
't Zandt is gebouwd op een zandplaat die al bestond in de tijd dat de dijk op de lijn Godlinze, Schatsborg, Zeerijp als zeewering het achterland tegen het water beschermde. in die tijd liepen wadlopers al van de dijk naar de zandplaat en terug. Ze droegen stokken om de prielen makkelijker over te steken. Later hadden de wadloppers mooie wandelstokken. Vandaar de naam van de inwoners van 't Zandt " 't Zandster Handstokken".
Voormalige gemeente
De gemeente 't Zandt bestond tot 1990 naast het hoofddorp uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Eenum, De Groeve, Kolhol, Leermens, Lutjerijp, Oosterwijtwerd, 't Zandstervoorwerk, Zeerijp en Zijldijk. 
32123 
46 1e Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.93388888888889  52.9280555555556  Eerste Exloërmond (of: 1e Exloërmond) is een klein dorp in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe.
Het ligt vlakbij Nieuw-Buinen en Tweede Exloërmond. Eerste Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 390 inwoners (201 mannen en 189 vrouwen).
Het dorp, dat vlakbij de provinciegrens met
Groningen ligt, heeft een korte geschiedenis. Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd
genoemd. De 'mond' werd gegraven ten behoeve van het vervoeren van onder andere turf naar de stad Groningen.
Door de vervening die daardoor ontstond, werd het gebied bewoonbaar en groeide de bevolking zeer snel. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
Als alternatief voor vervoer per schip en personenvervoer werd er een spoorlijn aangelegd in het gebied, die vanaf 2 mei 1924 ook een halte in Eerste Exloërmond kende. Al op 15 mei 1935 werd de halte gesloten. Het enorme, statige stationsgebouw bleef tot in de jaren '70 staan.
In 2003 is er een kunstwerk geplaatst die herinnert aan de plek. De spoorrails liggen er nog wel.
Eerste Exloërmond kent, net als vele andere kleine nederzettingen in de regio, een continue bevolkingsafname. Dit terwijl de grotere plaatsen alleen maar groeien. 
66709 
47 2e Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.92833333333333  52.9063888888889  Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd. 
32722 
48 2e Valthermond, Odoorn, Drenthe  7.03125  52.887  Tweede Valthermond is een buurtschap behorend tot de voormalige gemeente Odoorn in de provincie Drenthe, (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noordwesten van Ter Apel, pal aan de grens met de provincie Groningen.
Tot 2009 heette deze plaats Tweede Valthermond. In het kader van de in 2009 in werking getreden Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is de naam door de gemeente opnieuw formeel vastgesteld en nu als 2e Valthermond. 
153043 
49 Aabenraa, Denemarken  9.418845176696777  55.046542611646366  Aabenraa, Aabenraa Duits (ook Aabenraa, Friese Apenrua, südjütisch Affenråe) is een Deense stad in het Zuid-Denemarken met ongeveer 16.000 inwoners. Het ligt ongeveer 30 kilometer ten noorden van Flensburg aan een zijtak van de Oostzee, de Aabenraa Fjord. Met zijn zeehaven heeft Aabenraa een oude traditie als zeevaartplaats en werflocatie. De nog steeds belangrijke havenstad heeft een bezienswaardige oude stad en wordt gekenmerkt door een favoriete schilderachtige locatie.
Nadat haar hervorming van 1970 Aabenraa geen zelfstandige gemeente meer, maar was het middelpunt van een gemeenschap, waarin onder andere de naburige gemeenschappen Løjt, Ensted en in mindere mate Rise. Sinds 2007 is de stad het centrum van een gemeente met ongeveer 60.000 inwoners. Zie de artikelen Aabenraa Kommune (1970-2006) en Aabenraa Kommune.
bezienswaardigheden
* Old Town, vooral op de zijstraten Slotsgade (Castle Street), Nygade (New Street) en Vægterpladsen (Guardian plein) afgesloten ensemble met burgerlijke en Craftsman huizen v. a. uit de 18e eeuw
* Nikolaikirche, in de kern van de 13e eeuw
* Brundlund Castle, voorheen de zetel van de gerechtsdeurwaarder, nu een kunstmuseum
* Watermolen in het kasteel, het symbool van de stad
* Museum, stadsgeschiedenis en zeevaartgeschiedenis
* Stadhuis uit de jaren 1840, simpelweg laat-classicus
* Galgenberg, prachtig uitzicht over stad en haven
* Voormalige navigatieschool, geboorteplaats Ernst Reuters, ten noorden van de oude stad
* Dyers molen (Farversmølle), oude watermolen in het zuiden van de stad
Postmasterhof, herenhuis met een prachtig park aan de zuidpoort
* Schwensens Stift, oude armband bij de Südertor
* Ringreiter kermis, in de buurt van het kasteel
plaatsnaam
In de oudste middeleeuwse bronnen is er sprake van een voorgangersdorp Opnør, dat is geschreven naar een kleine beek (Au) en ook naar Opnøraa. Sinds de dertiende eeuw, niet ver daar vandaan, ontstond een handelspost die vóór 1300 tot de rang van stad werd opgetrokken. Omdat Midden-Laag-Duits de handelaarstaal was, veranderde de naam in deze taal in Aabenraa, de nog steeds gangbare Duitse naam. Het einde "Rade" in de zin van opruimen is verder alleen bekend in het uiterste zuidoosten van het Sleeswijkse Land, maar meer wijdverspreid in Holstein. In het geval van Apenrade wordt het einde beschouwd als Duitse volksetymologie. Zelfs in de jaren 1850, toen het bestuur van de staat onder de Deense kroon probeerde de Deen te versterken, was Aabenraa de enige gemeenschappelijke, geschreven naam. Als onderdeel van het nationale conflict de naam van de Deense cultuur krijgers werden gemalen tot Aabenraa en daarmee ook de dialectische aangepast (synnejysk) naam Affenro. In het Deense gebruik, deze naam heerste na de scheiding van Schleswig uit Denemarken en in 1920 na de Anschluss Nordschleswig de officiële naam van de stad. De Deense spellinghervorming van 1948 veranderde a in å, omdat een dubbele A in het Deens geen lange A vertegenwoordigt, maar een open O. Maar dat betekende dat woorden Aa plots belandde in de woordenboeken en andere alfabetische lijsten van de eerste tot de achterste plaats omdat: a is de laatste letter in de Deense alfabet. Niet in de laatste plaats vanwege de spelling kon Åbenrå nooit de overhand krijgen in de stad. Dit is het duidelijkst zichtbaar op de stadstekens. Aan het einde van de jaren 90 was er zelfs een politieke beweging met de burgemeester aan de top: Aabenraa? aan de top!
geschiedenis
Aabenraa werd niet later dan 1335, mogelijk al 128, uitgeroepen tot Opneraa-stad. Deze naam komt van het verdwenen dorp Opnør. Als handelsstad stond Aabenraa lange tijd in de schaduw van Flensburg en Haderslev. De drie makreel in het wapen wijzen op een groot belang van de visserij. Vlakbij de nederzetting werd in de middeleeuwen een soeverein kasteel gebouwd, dat de zetel van een kantoor werd.
Na de nationale afdelingen van de hertogdommen van Schleswig Holstein en in 1490, 1544 en 1581 Aabenraa behoorde met zijn Umlande naar 1713-1721 altijd de bezittingen van Gottorfer Duke. De stad werd zwaar getroffen door de oorlogen van de 17e eeuw. Het was pas aan het einde van de 18e eeuw dat de stad van start ging. De breedte van de transportband was voor het voormalige Marine met steeds grotere schepen, een belangrijk voordeel, en in het midden van de 19e eeuw was de scheepvaart capaciteit bijna die van de veel grotere naburige stad Flensburg bereikt. Scheepsbouw was ook een van de belangrijkste economische sectoren van de stad. Lang voor de andere steden van de regio Aabenraa werd in 1858 een centrale watervoorziening ingesteld.
Het Duits-Deense conflict, dat vanaf 1840 het dominante thema was in het hertogdom Schleswig, werd bijzonder heftig gehouden in Aabenraa. In de burgeroorlog in 1848 stond het burgerschap aanvankelijk aan de kant van de opstandeling 
69270 
50 Aachen, Nordrhein-Westfalen, Duitsland  6.0825  50.7741666666667  Aken (Duits: Aachen; Akens: Oche) is een stad in de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen, met een inwonertal van ruim 258.000 (eind 2005). De stad ligt dichtbij de grens met Nederland en België, vlakbij het Limburgse Vaals en in de buurt van het Luikse Kelmis (La Calamine); voorts ligt Aken ongeveer 65 km ten westen van de Duitse stad Keulen.
Ten zuiden van Aken begint de Eifel.
Bestuurlijk vormt Aken een stadsdistrict in het Regierungsbezirk Keulen.
Met inbegrip van de Landkreis Aachen vormt Aken een agglomeratie van ruim 550.000 inwoners. Dit aantal zou nog groter worden (ca. 800.000), wanneer men aangrenzende gemeenten in België (o.a. Kelmis) en het gebied Parkstad Limburg in Nederland (Heerlen e.o.) zou meerekenen.
Aken is een stad met een lange geschiedenis en een beroemde Dom. Het is tevens een industrieel centrum in een steenkoolgebied en een belangrijk spoorwegknooppunt met aansluiting op de hogesnelheidslijn (Thalys). Het vliegveld van Aken, Maastricht Aachen Airport, ligt op Nederlands grondgebied, zo'n 30 km van de stad, nabij het Limburgse Beek.
De RWTH Aken (Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule) is een van de belangrijkste technische universiteiten, speciaal voor werktuigbouwkunde, auto- en productietechniek. Een onderdeel vormt het Klinikum Aachen, dat het grootste in één enkel gebouw gevestigde ziekenhuis van Europa is.
Geschiedenis van Aken
De Romeinen noemden de hete, zwavelhoudende minerale bronnen in deze omgeving Aquis-Granum, naar de Romeinse generaal Granus. Sinds de Romeinse tijd zijn deze hete bronnen gekanaliseerd en veranderd in geneeskrachtige baden, die nog steeds in gebruik zijn. Âh, is een Oud-Germaans woord, verwant aan het Latijnse aqua, ook terug te vinden in riviernamen, en betekent water. In Franssprekende delen van het voormalige Romeinse Rijk veranderde dit in Aix. Zo is de Franse naam van Aken Aix-la-Chapelle. Dit vindt men ook terug in de namen van andere Romeinse kuuroorden zoals Aix-en-Provence en Aix-les-Bains.
Na de Romeinse tijd was deze plek verlaten tot de achtste eeuw, toen het vermeld werd onder naam Aquis villa. In het jaar 768 kwam Karel de Grote voor de eerste keer naar Aken. Hij hield erg van deze plek en begon hier twintig jaar later een palts te bouwen. De magistrale kapel van dit paleis vormt tegenwoordig de kern van de Dom van Aken. Om te kunnen genieten van de hete geneeskrachtige bronnen, verbleef Karel de Grote tussen het jaar 800 en tot zijn dood in 814 de meeste winters in Aken. Na zijn dood werd hij bijgezet in de kapel, waar zijn tombe nog steeds te vinden is.
In 936 werd Otto I tot koning gekroond in de Dom. Vanaf dat moment werden gedurende 600 jaar de koningen en keizers van het Heilige Roomse Rijk in Aken gekroond. De laatste was koning Ferdinand I in 1531. Tijdens de Middeleeuwen was Aken een van de grootste steden van het rijk, een vrije rijksstad bovendien. Daarna had het nog slechts een regionale betekenis.
In 1880 had Aken een inwoneraantal van 80.000. Meerdere belangrijke spoorwegen kwamen hier bij elkaar. Aken werd hierdoor een industriestad, waar onder andere spoorstaven, spelden, naalden, knopen, tabak, wol- en zijdeproducten geproduceerd werden.
Nadat Aken zwaar beschadigd was geraakt in de Tweede Wereldoorlog, was het de eerste Duitse stad die door de geallieerden bevrijd werd van het nationaal-socialisme. Het was ook de eerste Duitse stad waar na de oorlog weer een dagblad verscheen.
Sinds 1950 reikt de stad de jaarlijkse Karelsprijs uit aan mensen of instituten die uitzonderlijk werk hebben verricht voor het Europese verenigingsproces. In 2003 werd de medaille uitgereikt aan de Franse oud-president Valéry Giscard d'Estaing, verder o.a. in 1996 aan koningin Beatrix, in 1976 aan Leo Tindemans, in 1967 aan Joseph Luns, in 1957 aan Paul-Henri Spaak en in 1951 aan Hendrik Brugmans.
Bezienswaardigheden
Dom
Dom
De Dom van Aken is nog steeds de belangrijkste landmark van de stad en maakt deel uit van de palts van Karel de Grote. Het paleis in de palts werd vele malen verbouwd en vormt nu het stadhuis van Aken. De centrale cour van de palts is nog steeds herkenbaar als het plein tussen beide gebouwen. De dom was voor 400 jaar de grootste kerk ten noorden van de Alpen. De tombes van Karel de Grote en Otto III bevinden zich in deze kerk. Ook worden hier de relieken bewaard die Karel de Grote in 799 ter inwijding van zijn koninklijke kapel (paltskapel) vanuit Jeruzalem had laten overbrengen: de windselen van het Kind Jezus, het lendendoek van Jezus Christus, het kleed van de Maagd Maria en het doek waarin het hoofd van Johannes de Doper gewikkeld zou zijn geweest. Dit werd echter pas in 1239 openbaar bekend. Hierdoor kreeg de Dom van Aken een religieuze betekenis als bedevaartsoord en ontstond een pelgrimage. De zevenjarige cyclus van deze Heiligdomsvaart ontstond echter pas in de eerste helft van de 14e eeuw. Nog steeds komen elk jaar duizenden geloving naar Aken voor de toning van de relieken. De eerstvolgende Heiligdomsvaart in Aken is in 2007.
De Dom van Aken was het eerste Duitse monument op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. 
33268 
51 Aadorp, Almelo, Overijssel  6.628064632677706  52.37956422770408  Aadorp is een dorp in de Twentse gemeente Almelo in de Nederlandse provincie Overijssel. Aadorp ligt in het voormalige veengebied ten noorden van de lijn Almelo-Wierden aan weerszijden van het Overijssels Kanaal. Dit veengebied werd na 1900 geleidelijk ontgonnen. In de periode tussen 1900 – 1920 wordt het gebied ten westen van het kanaal, genaamd de Binnen Woesten en Buiten Woesten ontgonnen in het kader van de werkverschaffing ter bestrijding van de werkloosheid. Het ontstaan van de buurtschap Aadorp, met bebouwing op het kruispunt van en langs de verbindingsroutes naar Almelo (Gravenweg), Wierden (Bruglaan) en Vriezenveen (Parallelweg), is een feit.
Als in 1930 een brug over het kanaal wordt aangelegd is de weg vrijgemaakt voor een meer planmatige ontwikkeling voor het gebied ten zuiden van de Bruglaan. Rond 1950 werd met het graven van de noordelijke zijtak van het Twentekanaal het industrieterrein Almelo-Noord in ontwikkeling gebracht. Dit industrieterrein ligt op korte afstand van Aadorp.
In 1984 komt er een sterke verandering. De Bruglaan wordt afgesloten als gevolg van de ontwikkeling van het Bedrijvenpark Noord-West Twente. De openheid van het buitengebied in noordwestelijke richting maakt plaats voor omringende bedrijfsterreinen. Als gevolg van de omsluiting en de gebrekkige relatie met Aadorp-Oost wordt opgemerkt dat Aadorp – De Woesten als het ware op een eiland komt te liggen.
Aadorp maakt sinds de gemeentelijke herindeling in 2001 deel uit van de gemeente Almelo. 
68701 
52 Aagtekerke, Veere, Zeeland  3.510912  51.546634  Aagtekerke (Zeeuws: Aegte/'t Aflat) is een dorp in de Zeeuwse gemeente Veere. Het aantal inwoners bedroeg op 1 januari 2007 1.476. Het dorp ligt nabij Domburg en Oostkapelle maar ligt zelf niet aan de zee.
Vroeger werden veel toeristen, die overdag hun dag doorbrachten bij het strand van Domburg, bij de Aagtekerkenaren thuis opgevangen als logies. Door de achteruitgang van het toerisme in het geheel en ook door de bouw van een groot vakantiehuizenterrein nabij Domburg (gebouwd door de Roompot) is dit teruggedrongen. Er zijn wel veel (mini)campings.
Aagtekerke is genoemd naar de heilige Agatha (patrones van het dorp). Tegenwoordig is het dorp niet rooms meer. De protestante kerk speelt nog wel een rol van betekenis, bij de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 kreeg de SGP in dit dorp 61,8% van de stemmen. De bijnaam in omringende dorpen luidt 't heitedurp; vroeger had de geitenfokkerij hier enige betekenis. 
721 
53 Aaigem, Oost-Vlaanderen, België  3.937053680419922  50.89020547938947  Aaigem is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Erpe-Mere. Het dorp telt ruim 2000 inwoners. Tot 1976 was Aaigem een zelfstandige gemeente met een oppervlakte van 7,32 km².
Aaigem ligt aan de noordrand van de heuvelstreek in Oost-Vlaanderen, op de noordelijke helling van de vallei van de Molenbeek-Ter Erpenbeek, die net ten zuiden van het dorpscentrum loopt en door de lage, natte gronden weinig bebouwing kent. Het hoogste punt van de Aaigem bevindt zich te Opaaigem, vlakbij de grens met Ressegem. Met zijn 77,8 meter hoogte boven zeeniveau is deze "berg" tevens het hoogste punt van de hele fusiegemeente Erpe-Mere.
Naam
Zoals alle Vlaamse plaatsnamen op –gem gaat ook Aaigem etymologisch terug op een Germaanse samenstelling met –haim ‘woonplaats, heem’ en een afleiding op –inga, waarbij het eerste gedeelte doorgaans als de Germaanse mannennaam Ago gereconstrueerd wordt, de naam van een verder onbekende persoon. Het geheel *Agingahaim betekende dan ‘Agingenheem, woonplaats van de volgelingen of stamleden van Ago’. Dergelijke gem-toponiemen zijn typisch voor de tijd van de Frankische landname in de Merovingische periode; niettemin is over Aaigem uit deze periode niets bekend en dateren de vroegste vermeldingen van de 11e eeuw.
Geschiedenis
Mogelijk behoorde het grondgebied van Aaigem voor de invallen van de Noormannen toe aan de abdij van Sint-Pieters of Sint-Baafs in Gent. In elk geval was de kerk vanaf ca. 1100 in het bezit van de abdij van Anchin (te Pecquencourt, nabij Dowaai, Noorderdepartement in Frankrijk), die tot de Franse Revolutie veel gronden bezat in Aaigem. Hoewel landbouw tot in de 20e eeuw de voornaamste bestaansbron bleef, is er van oudsher enige industriële activiteit, waarvan de watermolens getuigen; de bescheiden 19e en 20e-eeuwse plattelandsindustrie met o.a. een aantal melkerijen is volledig verdwenen.
In de feodale periode hoorde Aaigem bij het Land van Aalst, en binnen dit gebied bij het Land van Haaltert, later ook Land van Rotselaar genoemd, naar de heren van Rotselaar die er generaties lang leenheer waren. 
67391 
54 Aalbeek, Nuth, Limburg  5.851368  50.900476  Aalbeek (Limburgs: Aolbaek) is een gehucht dat deel uitmaakt van de gemeente Nuth, in de Nederlandse provincie Limburg.
Aalbeek is altijd klein gebleven, zo tussen de 45 en de 115 huizen of boerderijen met als voornaam karakteristiek heel veel poorten. Aalbeek is omringd door de natuur.
Geschiedenis en naam
Aalbeek is een van de oude nederzettingen in centraal Zuid-Limburg. Eerste naamsvermelding als Oelbeek in 1324. Deze benaming duidt op een moerassige (oel, ool) beek en inderdaad lag Aalbeek ooit langs een beek. Zwaar vervuild door afvallozing is ze overkluisd en als riolering gaan dienen. Aalbeek heeft er zijn slingerende hoofdweg (Aalbekerweg-Nieuwenhuysstraat) aan te danken.
Belangrijkste gebouw was 250 jaar lang de centraal gelegen villa Aalbeek met het erbij behorende landgoed. Vanaf 1879 tot 1970 werden de oude gebouwen en na hun sloop het nieuwe klooster gebruikt door Duitse Jezuïeten en door de Afrikaanse Missiën (SMA). Na veertien jaar leegstand volgde sloop in 1992. Het voormalige koetshuis van de villa is geheel nieuw, maar in oude stijl opgetrokken. Op het voormalige landgoed zijn een negental landhuizen gebouwd. Dat deel van Aalbeek, de Membredehof, is vernoemd naar de belangrijkste bewoner, jhr. mr. A.C. Membrede (1758-1831), ooit kamervoorzitter van de Verenigde Staten-Generaal onder koning Willem I der Nederlanden.
Aalbeek, hoe klein ook, behoorde tot aan de herindeling in 1982 tot twee gemeentes. Het grootste gedeelte hoorde bij Hulsberg, enkele boerderijen hoorden bij Wijnandsrade. Aan deze bijzondere situatie kwam een eind door indeling van heel Hulsberg en Wijnandsrade bij de gemeente Nuth. 
39909 
55 Aalburg, Noord Brabant  5.131944  51.7525  Aalburg was een gemeente in de provincie Noord-Brabant in Nederland.
Aalburg lag in het Land van Heusden en Altena.

De gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem in het Land van Heusden en Altena zijn op 1 januari 2019 gefuseerd tot de nieuwe gemeente Altena.
De drie gemeenteraden hebben hiertoe besloten op 26 januari 2016.

Het gebied waarin de gemeente Aalburg gelegen is, werd waarschijnlijk al in de prehistorie (tijdelijk) bewoond.
De naam Aalburg komt echter pas voor het eerst voor in 889.  
158877 
56 Aalden, Zweeloo, Drenthe  6.719512939453125  52.789267958041876  Aalden is een dorp in de provincie Drenthe (Nederland), gemeente Coevorden.
Aalden vormt samen met buurdorp Zweeloo haast een geheel, enkel gescheiden door de Aelderstroom of Westerstroom. Het dorp bestaat zelf ook uit twee delen, gescheiden door de Aelderstraat, de doorgaande weg. Aan de ene kant van de weg ligt Oud-Aalden (Drents: Aold-Aalden), het oude esdorp dat volledig bestaat uit Saksische boerderijen en is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Aan de andere kant van de weg liggen de nieuwbouwwijken van het dorp.
Aalden is sterk op toeristen gericht. Dit heeft vooral te maken met de aanwezigheid van bungalowpark Aelderholt en golfterrein De Gelpenberg. Ook is er een asielzoekerscentrum bij het dorp gevestigd. Bezienswaardig is, naast Oud-Aalden, onder meer korenmolen Jantina Helling (ook wel Aeldermeul genoemd) uit 1891.
Het dorp is het voorzieningencentrum van de voormalige gemeente Zweeloo. Het heeft onder meer een bibliotheek, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, een supermarkt met postagentschap, een bakker en diverse horecagelegenheden.
De marke van Aalden wordt gekarakteriseerd door essen, kleine bospercelen en groenlanden langs de Aelder- of Westerstroom. 
978 
57 Aalsmeer, Noord-Holland  4.7625  52.2638888888889  Aalsmeer is een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland. De gemeente telt 25.041 inwoners (1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 34,40 km² (waarvan 11,71 km² water). De gemeente Aalsmeer maakt deel uit van de plusregio Stadsregio Amsterdam.
Aalsmeer nu
De gemeente Aalsmeer omvat het dorp Aalsmeer, dat aan de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder ligt, en de gehuchten Kalslagen, Kudelstaart, Oosteinde en Vrouwentroost. Het gemeentehuis staat in Aalsmeer. Op het plein voor het gemeentehuis staat - op een tien meter hoge sokkel - een standbeeld van de Godin Flora, godin van de lente en de bloemen. Bij plaatsing van het beeld in 1962 zorgde dit beeld voor nogal wat ophef omdat het 'te naakt' zou zijn.
Aalsmeer is wereldberoemd door de bloementeelt en vooral de bloemenveiling. De handel is geconcentreerd in de veiling aan de Legmeerdijk. Ook zijn er diverse bloemenexportbedrijven. De veiling - die de grootste bloemenveiling ter wereld - is de belangrijkste toeristische trekpleister van Aalsmeer. Naast de bloementeelt is er industrie. Er staat een fabriek van verpakkingsmaterialen en er worden plezierjachten gebouwd. Op de Westeinder Plassen (eenderde van het Aalsmeerse gebied is water) is veel watersport. De gemeente telt meerdere jachthavens. De plassen vormen een waardevol natuurgebied, met opvallende rietzudden en moerasbomen. Voor Aalsmeerders en toeristen is er het jaarlijkse bloemencorso op de eerste zaterdag van september en op de tweede zaterdag in september de Aalsmeerse Pramenrace. 's Zomers kan men er de Historische Tuin bezichtigen die een beeld geeft van de tuinbouw sinds de 17e eeuw: fruitteelt, boomkwekerij, aardbeienteelt, vormcultuur, trekheesters, buitenbloemen, perkgoed, snijbloemen, potcultuur. De Westeinderplassen zijn te bezoeken met een rondvaart die vertrekt vanaf het Praamplein in het centrum van het dorp. Op de Westeinderplassen zijn nog kwekers actief die zich op de bovenlanden van Aalsmeer bezig houden met de teelt van seringen -snijbloemen.
De naam
De naam Aalsmeer is waarschijnlijk afgeleid van Alsmar, dat 'palingmeer' betekent. Maar ook Aelsmer dat 'allesmeer' zou betekenen en els-er dat ‘drassig land met elzen’ betekent, behoren tot de mogelijkheden. De meeste Aalsmeerders gaan uit van 'palingmeer'. Ook nu nog wordt in Aalsmeer (in de Westeinderplassen) op paling gevist (peuren); de vangst is wel minder dan enkele decennia terug.
In 1816 werd het wapen van Aalsmeer vastgesteld. Het is de afbeelding van een Hollandse leeuw met een paling in zijn voorpoten; bij het wapen hoort de tekst: Retine quod habes (behoudt wat u hebt)
Geschiedenis
Aalsmeer wordt voor het eerst genoemd in 1133 als 'Alsmar'. Deze naam komt voor in een oorkonde waarbij land geschonken wordt aan de abdij van Rijnsburg, een adellijk nonnenklooster. In een akte van Diederik VII van Kleef wordt deze schenking in 1199 nog eens bevestigd. Het gebied Alsmar was toen een wildernis van lage elzen- en wilgenbossen. In de omgeving werd veel turf gestoken, waardoor er grote meren en plassen ontstaan.
Vervening
De bewoners van Aalsmeer zagen de hele omgeving verdwijnen door de vervening (het afgraven van veen). Zo ontstonden de Oosteinderpoel, Schinkelpoel, Stommeer, Hornmeer, Legmeer en de Westeinderplassen. Er bleef weinig landbouwgrond over, zodat veel inwoners in de 15e eeuw op visserij overschakelden. Het beetje grond dat over was werd steeds intensiever bewerkt. De schaarse grond werd vooral gebruikt voor boomteelt. De tuinders konden ook goed verdienen aan het vormknippen van bomen en struiken in de tuinen van rijke kooplui. Deze tijd was ook het begin van de aardbeienteelt.
Drooglegging
Het grondgebrek dat door vervening was ontstaan werd bestreden door de veenplassen weer droog te leggen. Hiermee werd in de 17e eeuw begonnen. Eerst werd het Stommeer drooggemaakt (1650) en daarna het Hornmeer (1674). Straatnamen herinneren ook vandaag de dag nog naar deze meren; zo kent Aalsmeer de Stommeerweg en Stommeerkade. De Hornmeer is een wijk in Aalsmeer.
Van vis naar aardbei
In 1852 werd de aan Aalsmeer grenzende Haarlemmermeer drooggelegd. Daarna volgen de droogleggingen van de Schinkelpoel, de Oosteinderpoel en het Legmeer. De visserij werd minder (alleen nog mogelijk op de Westeinder) en het vervenen hield op, de inwoners gingen meer bomen, planten en fruit verbouwen. Tussen 1850 en 1885 beleefde de aardbeienteelt zijn hoogtepunt. De aardbei werd het symbool voor de vlag van Aalsmeer: rood, groen, zwart (vrucht, blad, aarde). Aalsmeer kent trouwens ook een 'Aardbeienbrug', te vinden aan de Uiterweg.
Ontstaan van de veiling
De kwekers verkochten de aardbeien aan tussenhandelaren, die met een aardbeienschip naar Amsterdam voeren om de waar aan de man te brengen. In deze tijd ontstond het veilingwezen in Nederland, waarbij Aalsmeer een heel grote rol ging spelen. De bloementeelt begon rond 1880 met het kweken van rozen (toen al in kassen). De veengrond bleek heel goed te zijn voor de bloementeelt. De bloemen werden eerst nog met schuiten naar de markt in de stad gebracht, maar al snel werd de handel naar Aalsmeer verlegd. In 1912 werden daar twee veilingen gesticht: de Centrale Aalsmeerse Veiling en Bloemenlust. In de Centrale Veiling is nu de Studio van Endemol gevestigd.
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog verwierf Aalsmeer een reputatie als nazi-bolwerk. Dat was vooral te wijten aan de fanatieke NSB-burgemeester Kolb en een handjevol fascisten. Door de ligging bij Schiphol, de Westeinderplas en Amsterdam was het dorp een belangrijk strategisch punt. Aalsmeer was bovendien een rijk dorp, door de teelt van bloemen en planten, de visserij en de veilingen. Vanaf 1942 zette een aantal kleine verzetsgroepen zich in voor de vele uit Amsterdam gevluchte joden die in Aalsmeer onderdoken. Het toenmalige hoofd burgerzaken Cees Braber was een groot vervalser van persoonsbewijzen. Vaste gast in het dorp was de opperbevelhebber van de Wehrmacht in Nederland, Friedrich Christiansen, die er boten liet bouwen. Na de oorlog vonden er meer dan honderd rechtzaken tegen NSB’ers uit Aalsmeer plaats. Journalist Theodore van Houten schreef een boek over de periode onder de titel: Een vrij ernstig geval.
Wederopbouw
In 1950 telde Aalsmeer 12.500 inwoners. In deze periode was de tuinbouw al van groot belang. Er waren bloementelers, boomkwekers en er was veel glastuinbouw, maar het voornaamste gewas in die tijd was nog steeds de aardbei. In 1972 fuseerden de twee Aalsmeerse veilingen. De nieuwe combinatie heet Verenigde Bloemenveilingen Aalsmeer; het nieuwe gebouw was in 1972 gereed. Vanuit deze veiling was het maar een klein stuk rijden naar het vliegveld. Het nieuwe Schiphol was toen juist in gebruik genomen. Hierdoor kregen de Hollandse tuinders rechtstreeks toegang tot de Amerikaanse en Japanse markt. Inmiddels geniet Aalsmeer wereldwijde bekendheid door de bloemenveiling. Met een vloeroppervlak van 999.000 m² is het veilinggebouw volgens het Guinness Book of Records het grootste handelsgebouw ter wereld. 
36228 
58 Aalst, Gelderland  5.127010345458984  51.785471044482414  Aalst (Oalst in plaatselijk dialect) is een dorp in de gemeente Zaltbommel, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is gelegen aan de afgedamde Maas tegenover Veen, ten zuidwesten van de stad Zaltbommel. Het kende in 2005 zo'n 1911 inwoners.
Aalst is in de regio bekend om de Steenfabriek en om het gemaal. Bij één van die steenfabieken, De Rietschoof, is een buurtschap ontstaan, dat dezelfde naam draagt als de steenfabriek.
Aalst zelf wordt voor het eerst gemeld rond 850 als Halosta. Aan het eind van de tiende eeuw wordt als Altisti en Aloste aangeduid en in de 11e eeuw al als Alaste en weer een eeuw later Aelst. Aalst was van 1812 tot 1817 een zelfstandige gemeente, daarna ging het op in de gemeente Brakel. Deze gemeente ging in 1999 op in de gemeente Zaltbommel. 
1021 
59 Aalst, Oost-Vlaanderen, België  4.040994644165039  50.93783888116424  Aalst (Frans: Alost) is een stad in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. De stad telt ruim 78.000 inwoners, die Aalstenaars worden genoemd. Sint-Maarten is haar patroonheilige. Aalst is gelegen aan de Dender, waar de Molenbeek-Ter Erpenbeek in Hofstade in uitmondt.
Kenmerken
Aalst is het meest bekend om zijn jaarlijks carnaval en zijn carnavaleske vete met de stad Dendermonde over de rechten op het Ros Beiaard en ook wel om zijn 'Zwarte Man', het standbeeld van Dirk Martens in het midden van de Grote Markt. Dirk Martens drukte het eerste boek met losse letters in de Nederlanden; hij was bevriend met Erasmus.
Een al even beroemde telg is de romanschrijver Louis Paul Boon. Aalst maakte in het begin van de 20e eeuw ook een stukje van de Belgische politieke geschiedenis met als centrale figuur priester Adolf Daens (broer van Pieter Daens), over wie Louis Paul Boon overigens zijn beroemdste boek "Pieter Daens of hoe in de 19e eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht" (1971) schreef. Het belichaamt de sociale geschiedenis van een stad, streek, volk en tijdperk.
Aalst dankte vroeger zijn welvaart onder andere aan de hopteelt. De kathedraal van Amiens was het voorbeeld voor de Aalsterse Sint-Martinuskerk, die echter niet werd afgebouwd. Het oorspronkelijk belfort van Aalst stamt uit de 13e eeuw. Het huidige belfort is grotendeels uit de 15e eeuw.
Geschiedenis
Vanaf de Frankische tijd lag het graafschap Aalst in de Brabantgouw. Nadat het deel van deze gouw tussen Schelde en Dender in de 11e eeuw veroverd werd door de (Franse) graven van Vlaanderen kon het Land van Aalst toch nog een eeuw van een zekere zelfstandigheid binnen Rijks-Vlaanderen genieten. De hertogen van Brabant-Lotharingen probeerden nog twee eeuwen de fictie van hun opperleenrecht over Aalst te doen gelden. De wapenkleuren van de stad Aalst bevatten nog altijd die van Lotharingen: wit en rood.
Kerkelijk ressorteerde de stad Aalst overigens eerst nog onder het aartsdiakenaat Brabant, en later onder het aartsdiakenaat Brussel van het bisdom Kamerijk. Na de herindeling van de bisdommen in de 16e eeuw hoorde het dan bij het (aarts)bisdom Mechelen.
Aalst lag strategisch op de handelsweg Brugge-Keulen, ter hoogte van de Brabants-Vlaamse grens. De Bourgondische eenmaking maakte een einde aan de militaire grenssituatie.
Baardegem en Meldert lagen tot 1795 in de Vrijheid van Asse, in het Hertogdom Brabant.
Het wapenschild van Aalst is een ontwerp van de zilversmid Nicolaas Colijn. Hij ontwierp het in 1394 als stadszegel voor poorterszaken voor de stad. Het wapenschild toont in het midden een zwaard; het symboliseert de autonome rechtsmacht en militaire weerstand van de stad. Als symbool voor de horigheid aan de Duitse keizer en de Graaf van Vlaanderen staan respectievelijk de Duitse adelaar en de Vlaamse Leeuw ook afgebeeld.
Oorsprong van de benaming 'Ajuin'
De spotnaam voor de Aalstenaars is over heel Vlaanderen bekend. Eigenlijk kan men zelfs amper nog van een spotnaam spreken, want het woord ajuin is zowat uitgegroeid tot een alomtegenwoordige aanduiding voor een inwoner van Aalst. Het meest afdoende bewijs dat de Aalstenaars zich nooit veel stoorden aan de spot van de Dendermondenaars is wel het feit dat zij aan zelfspot zijn gaan doen, dat zij hun spotnaam als een plezierig sieraad zijn gaan beschouwen en er ook fier op zijn. Dit bleek bijvoorbeeld reeds uit een optocht in 1890, waarin ze de stad als een ajuin afbeeldden.
De oorsprong van de spotnaam "ajuinen" ligt in de 19e eeuw, toen in Aalst en omstreken de uienteelt enorm floreerde. Naast de grote hopmarkt bestond er vroeger te Aalst ook een vermaarde uienmarkt. 
75667 
60 Aalst, Waalre, Noord-Brabant  5.47666666666667  51.3963888888889  Aalst (Brabants:Aolst) is een kerkdorp in de gemeente Waalre, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant en is gelegen aan de Tongelreep. Tot de samenvoeging met Waalre 1923 was Aalst een zelfstandige gemeente. Tot het kerkdorp Aalst behoren de wijken De Voldijn, Ekenrooi, en de buurtschap Achtereind.
Op 1 januari 2006 had Aalst 10.420 inwoners (63% van het inwoneraantal van de hele gemeente Waalre). Het kerkdorp wordt gescheiden door de drukke verkeersader N69, de directe verbinding Eindhoven-België via Waalre en Valkenswaard. De grote aantallen vrachtwagens, bussen en personenauto's zorgen met name tijdens de spits voor lange files. Naar een oplossing wordt nog gezocht. 
38299 
61 Aalsum, Oostdongeradeel, Friesland  6.003363132476807  53.33961405208608  Aalsum (Fries: Ealsum) is een dorp, ten noorden van Dokkum in de Nederlandse provincie Friesland.

Tot de gemeentelijke herindeling van 1984 maakte Aalsum deel uit van de voormalige gemeente Oostdongeradeel, daarna in de gemeente Dongeradeel.

Het westelijk deel van de buurtschap Sibrandahuis en het buurtje Swarte Mosk worden tot het dorpsgebied van Aalsum gerekend. Vroeger lag er ten noorden van het dorp aan de rivier de Paesens nog de buurtschap De Marren onder Aalsum. Ook de voorstad De Streek van Dokkum behoorde lange tijd onder Aalsum.


Vroeger lag er ten noorden van het dorp aan de rivier de Paesens nog de buurtschap De Marren onder Aalsum. Ook de voorstad De Streek van Dokkum behoorde lange tijd onder Aalsum.
Aalsum ligt op een terp van 5,3 meter boven NAP. De terp had oorspronkelijk een omvang van ongeveer 4 hectare, maar werd begin jaren 1880 voor het grootste deel afgegraven. Alleen het deel waar de kerk en het laatst resterende kerkpad (de oude doodweg) op staan cq. liggen resteren en geven nu duidelijk de contouren van de relatief hoge wierde aan. Het oostelijke, noordelijke en westelijke kerkpad zijn verdwenen bij de afgraving van de wierde. Wel vormt het noordelijk kerkpad over de 'bodem' van het noordelijk deel van de afgegraven wierde onderdeel van een historisch wandelpad. Een deel van de omtrek van de terp wordt gemarkeerd door de oude ossengang. Rondom het resterende deel stroomt de Aalsumervaart, een gegraven kanaal tussen Dokkum en de rivier de Paesens. De terp had vroeger een radiale verkaveling, waarbij de kerk precies in het midden stond. Aan de buitenzijde van de ringweg staat de enige nog resterende bebouwing. Buiten de ringweg en vaart loopt de radiale verkaveling verder door het landschap in. De spaarzame bebouwing van het dorp wordt gevormd door enkele huizen en boerderijen aan de oostzijde van de ossengang, langs de vaart naar het zuiden toe en verspreid door het landschap.
Het dorp heeft een behoorlijke himrik, die in het verleden nog groter is geweest. Dit kwam doordat Dokkum geen klokslag (rechtsgebied buiten de stad) heeft gekend, zodat de gracht rond de stad vroeger ook de grens met Aalsum vormde. Met de groei van Dokkum naar het noorden kwam het regelmatig tot grenscorrecties met Oostdongeradeel, wat de gemoederen tussen beide gemeenten soms hoog deed oplaaien. Een geplande grenscorrectie ging zelfs niet door omdat hierdoor de burgemeester van Oostdongeradeel in Dokkum zou komen te wonen. Kerkelijk werden de oude himrikgrenzen nog tot 2005 gehanteerd; veel Dokkumers vielen vroeger kerkelijk dan ook onder Aalsum. In 2005 fuseerden de hervormde gemeenten van Dokkum en Aalsum-Wetsens na veel overleg; de Aalsumers wensten niet om 'via de achterdeur' alsnog 'Dokkumers' te worden.
Geschiedenis
De terp dateert waarschijnlijk uit de vroege middeleeuwen; bij de opgravingen werden onder andere een 7e-eeuwse spang, een eikenhouten weefzwaard en hoofdkappen uit de laat-Merovingische of Karolingische periode gevonden. Andere voorwerpen die werden gevonden waren een bronzen mantelspeld met een versiering van gecloisonneerde steentjes, een bronsblikken gordelversiering en gouden ring met een rode steen. De eerste vermelding van het dorp is in een lijst van bezittingen van de abdij van Fulda uit 945, toen het Atlesheim werd genoemd. In de 14e tot 16e eeuw wordt het gespeld als Aelsom, Aelsum, Ailsum of Aelsen (vanaf 16e eeuw). Vanaf ongeveer 1700 wordt het Aalsum, al komt ook Aalzum voor. De naam komt waarschijnlijk van de mansnaam 'Atle' of 'Athel' en het woord -heem (huis of woonplaats).
In 1901 werd de Spoorlijn Leeuwarden - Anjum (Dokkumer Lokaaltje) geopend. Het station van Dokkum werd bij Aalsum geplaatst; Station Dokkum-Aalsum. In 1935 werd het passagiersvervoer tussen Dokkum en Anjum stopgezet en werd Dokkum-Aalsum het eindstation van de lijn. In 1936 werd het passagiersvervoer volledig stopgezet. Tussen 1940 en 1942 werd de lijn nog korte tijd in gebruik gesteld, maar daarna werd de lijn alleen nog voor goederenvervoer gebruikt, tot ook dat stopte in 1975. Het station werd in de jaren 1970 afgebroken en de lijn opgebroken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in het geheim wapenleveringen gedropt nabij de kerk van Aalsum. Hoewel de Wehrmacht slechts 2 kilometer verderop was gevestigd, werden deze leveringen nooit ontdekt. Op 16 april 1945 werden op het kerkhof van Aalsum 2 Canadezen begraven die waren omgekomen bij de schermutseling bij Oostmahorn.
Bij Aalsum stond vroeger een schooltje, dat later werd afgebroken, waarna er arbeiderswoningen werden gebouwd.
Gebouwen
Kerk
De romaanse kerk van Aalsum dateert van ongeveer 1200 en was gewijd aan de heilige Catharina van Alexandrië. Midden 13e eeuw werd het relatief lange en inspringende priesterkoor met halfronde apsis gebouwd. Rond 1500 werd het schip verlengd naar het westen. In 1843 werd de toren afgebroken en vervangen door een houten dakruiter op de westgevel, waarin de klok van Jan Butendiic (Steven Butendiic) uit 1440 werd gehangen. Op de klok staan afbeeldingen van de heilige Anna. Bij een restauratie in 1960 werd de dakruiter vervangen en gewijzigd. Het hek van de begraafplaats voor de kerk met het opschrift 'momento mori' ("gedenk te sterven") dateert ook van 1843. In 2009 kwam Aalsum in het nieuws doordat op het kerkhof een grafsteen uit zichzelf, meerdere malen, een meter verschoof.
States
Bij Aalsum hebben twee states gestaan. De Stinstrastate stond bij de buurtschap Sibrandahuis ten oosten van de wierde. De state wordt voor het eerst genoemd in 1583 als een Fries langhuis. Op de plek van de state staat nu de omgrachte boerderij Stinstera, die waarschijnlijk dateert uit eind 18e, begin 19e eeuw. Ten zuiden van de kerk van Aalsum stond vroeger de Mokkemastate, waarvan uit de begintijd weinig meer bekend is dan dat deze in 1492 voor de tweede maal verwoest werd. De state werd herbouwd en veranderde verschillende malen van eigenaar. In de 18e eeuw woonden er pachtboeren en was het mogelijk nog in gebruik als zomerhuis. Rond 1800 moet het huis zijn verworden tot een ruïne, omdat in 1811 het huis in puin ligt. Op de plek van de state ligt nu het parkeerterreintje ten zuiden van de kerk.
Molens
Aalsum heeft een korenmolen gehad tussen ongeveer 1520 en ongeveer 1630. In de eerste helft van de 18e eeuw werd de zaagmolen 'Eben Haëzer' gebouwd aan de Aalsumervaart, ten zuiden van Aalsum. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er een mosselpellerij gevestigd. In 1927 werd de molen afgebroken. Later verrees hier een wijk van Dokkum. 
146464 
62 Aalten, Gelderland  6.58083333333333  51.925  Aalten (Nedersaksisch: Aalt'n) is een gemeente in het oosten van de Nederlandse provincie Gelderland, en ligt tegen de Duitse grens. Het had op 1 juli 2006 een inwoneraantal van 27.541 (bron: CBS) en een oppervlakte van 97,04 km².
Het gemeentewapen van Aalten is een zilverkleurig schild met een groene lindeboom. De naam "Aalten" komt van de oorspronkelijke naam Aladna, voor het eerst genoemd in een akte uit 823.
Buiten de plaats Aalten vallen ook de volgende dorpen en buurtschappen onder de gemeente: Barlo, Bredevoort, Dale, Dinxperlo, Haart, De Heurne, IJzerlo, 't Klooster, Lintelo.
Op 1 januari 2005 werd de gemeente Dinxperlo bij Aalten gevoegd. Het dorp Dinxperlo en de buurtschap De (Dinxperlose) Heurne kwamen toen bij de nieuwe gemeente.
Ten zuiden van Aalten ligt de Duitse stad Bocholt met ca. 75.000 inwoners.
In de gemeente Aalten bevindt zich de stad Bredevoort. Bredevoort is de boekenstad van Nederland en trekt jaarlijks vele toeristen. 
33043 
63 Aalter, Oost-Vlaanderen, België  3.4487199783325195  51.08700305448937  Aalter is een Belgische gemeente in de provincie Oost-Vlaanderen. De gemeente telt ruim 18.500 inwoners (die Aalternaren worden genoemd) en ligt in de regio Meetjesland.
Geschiedenis
Archeologische vondsten uit de voorbije decennia tonen aan dat er op het grondgebied Aalter reeds bewoning was tijdens de prehistorie. Er werden een aantal stenen artefacten gevonden op een aantal paleontologische sites. Ze dateren mogelijk van 3000 tot 2000 voor het begin van onze jaartelling. Archeologen vonden ook de restanten van een bronzen bijl, die volgens onderzoek tussen 1200 en 1000 v.Chr. moet vervaardigd zijn.
De naam Aalter dook, door de schenking van een deel van de Villa Haleftra (het landgoed Haleft(e)ra) door graaf Diederik van West-Friesland aan de Sint-Pietersabdij van Gent, voor het eerst op in het jaar 974. Deze naam is mogelijk afgeleid van het Germaanse halahdrja, wat jeneverbessenstruik betekent. Villa Haleftra zou zich op de huidige markt hebben bevonden, vlak naast de huidige kerk. Het landgoed werd omringd door velden (campis), akkers (agris), meersen (pratis), weiden en bossen. In 840 en in 1112 komt de naam Haltra voor.
In de middeleeuwen en later (periode van ca. 1000 tot 1800) bestond de bestuurlijke organisatie uit heerlijkheden die zich vaak over een aantal parochies uitstrekten. De belangrijkste heerlijkheid, het Land van de Woestijne, was het grafelijke domein rond het Woestijnegoed. Ze strekte zich uit over het grondgebied Aalter en Knesselare met een aantal enclaves in Bellem.
Aalter speelde een belangrijke rol in de Revolutie van Gent tegen de graaf. In 1379 versloegen de Witte Kaproenen op het Aalterse grondgebied de Brugse kanaalgravers.
Het graven van de Brugse Vaart van 1613 tot 1623 in het stroomgebied van de Durme, was een zeer belangrijke ontwikkeling voor de plaats. Langs het kanaal werden heel wat vestingen gebouwd, ter verdediging tegen de Nederlanders. Er werd ook een overzetdienst ingevoerd, die eind juni 2008 werd stopgezet. De overzet was de enige langs het kanaal. In 1187 lag in Oostmolen een watermolen. Daar moesten de bewoners van Aalter hun graan laten malen. Voordat het kanaal werd gegraven in de bedding van de Zuidleie en de Durme, lagen er drie bruggen over de riviertjes: de Geetbrug, de Woestijnebrug over de Zuidleie en de Oostmolenbrug over de Hoge Kale. Toen de Brugse Vaart uiteindelijk werd gegraven, moesten die bruggen wijken. Vanaf 1617 werden de noord- en zuidkant per overzetboot verbonden. De eerste brug in Aalter dateert van 1775.
De eerste spoorlijn werd in 1838 aangelegd, waardoor Aalter nu ook door de spoorweg met de grotere steden (Gent, Brugge, Deinze, ...) was verbonden. Op 12 augustus van dat jaar werd het station geopend.
Overal was de hoofdactiviteit de landbouw en zorgde de huisnijverheid voor een extra inkomen. Deze gelijklopende geschiedenis hield pas omstreeks 1962 op met de aanleg van een industrieterrein van meer dan 125 hectare. De eerste echte fabriek stond nochtans in Bellem. Vanaf ongeveer 1800 verschafte de manufactuur tijdens de bloeiperiode werk aan 500 personen.
In 1918 werd het bovenste deel van de torenspits van de Sint-Corneliuskerk gedynamiteerd door Duitse troepen. Deze verwoesting bracht ook veel schade toe aan het dak. De kerk was 15 jaar daarvoor herbouwd en sterk uitgebreid. De verwoesting uit de Eerste Wereldoorlog werd hersteld van 1921 tot 1923, naar de neo-gotische plannen van architect Camille Goethals uit 1902. De oudste delen van de kerk (nu volledig nieuw) gaan terug tot de 12de of 13de eeuw.
In de jaren '30 begon de bouw aan de autosnelweg E5 tussen Brussel en Oostende, waarbij ook een afrit in Aalter werd aangelegd.
Aalter werd in 1944 bevrijd door soldaten van de Poolse 1ste Pantserdivisie. In Ter Walle werd een monument voor deze divisie van generaal Maczek opgericht. 
77988 
64 Aaltukerei, Bunde, Niedersachsen, Duitsland  7.268248  53.282455  Bunde (Plattdeutsch Bunn) is een gemeente in de Oost-Friese wijk Leer in Nedersaksen.

 Geografische locatie
De gemeente ligt in de Oost-Friese regio Rheiderland ten westen van Leer am Dollart. De gemeente grenst aan de provincie Groningen in het Koninkrijk der Nederlanden. De Nederlandse stad Neuschanz steekt duidelijk uit in de gemeenschap van Bunde.
De Flecken Bunde bestaat uit een nederzetting met de kerk en volgt de loop van de rij nederzetting Geestrückens met het "stenen huis". Een ouder kasteel bevond zich ten westen van de centrale nederzetting met de kerk.
 constituerende gemeenschappen
De gemeente Bunde heeft vijf dorpen, die elk worden geleid door een dorpshoofd. Deze dorpen, ontstaan ​​uit de ledengemeenschappen van de fluwelen gemeente Bunde, ontbonden in 2001, zijn:
    * Boen (461 inwoners)
    * Bunds (3.885 inwoners)
    * Bunderhee (598 inwoners)
    * Dollart (1285 inwoners)
    * Wymeer (1.351 inwoners)
Een speciaal geval is het dorp Dollart. Deze bestaat uit verschillende dorpen en was tot 1973 zelf een fluwelen gemeente. Er was geen historische plaats genaamd Dollart. De dorpen in het huidige dorp Dollart hebben nog steeds een sterk zelfbeeld. De plaatsen zijn:
    * Ditzumerhammrich
    * Ditzumerverlaat
    * Heinitzpolder
    * Kanaalpolder
    * Landschapspolder
    * Bunderhammrich
 geschiedenis
Veel van het stedelijke gebied van vandaag was in de Middeleeuwen een deel van de dollar geworden als gevolg van stormvloeden. Bunde had op dat moment een belangrijke zeehaven. Geleidelijk aan werden veel Dollartflächen herhaald en herwonnen.
De gemeente Bunde in zijn huidige vorm werd opgericht in 2001. Sinds 1973 vormen verschillende onafhankelijke gemeenschappen, die nu de vijf plaatsen zijn, de geïntegreerde gemeente Bunde. 
63908 
65 Aam, Elst, Gelderland  5.867128372192383  51.918361378602675  Aam is een buurtschap in de Nederlandse gemeente Overbetuwe, gelegen in de provincie Gelderland. Het ligt ten oosten van het dorp Elst aan de A325  147237 
66 Aardenburg, Sluis, Zeeland  3.44166666666667  51.2736111111111  Aardenburg is een stadje in het westelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen, behorend tot de gemeente Sluis. Het is tevens de oudste stad van Zeeland en heeft stadsrechten. Aardenburg heeft 2438 inwoners (2007).
Het is een van de oudste nederzettingen van Nederland en was al in de Romeinse tijd bewoond. Er is een aantal fundamenten van huizen uit die tijd aangetroffen, daarnaast zijn er diverse andere archeologische vondsten gedaan. Ook heeft Aardenburg een castellum gehad voor de kustbewaking van de grenzen van het Romeinse Rijk, met de benaming 'Castellum Rodanum'.
Aardenburg herbergt een aantal bezienswaardige gevels en gebouwen, waarvan de Sint-Baafskerk de voornaamste is; deze kerk is in Nederland het meest complete voorbeeld van een kerk in de stijl van de Scheldegotiek. Het stadje was vroeger een vestingstad; er zijn nog delen van stadswallen en een stadspoort (de Westpoort) te vinden.
Regionaal wordt Aardenburg ook wel kikkerstad genoemd. Deze naam is afkomstig van het groene uniform van de plaatselijke fanfare. De inwoners van Aardenburg hebben de naam kikkers als geuzennaam aangenomen en het centrum van het stadje wordt zelfs gesierd door een kikkerfontein. 
1293 
67 Aardscheveld, Assen, Drenthe  6.580984  52.975729  Anreep is een oud esdorp, ontstaan in de middeleeuwen. Op schrift wordt Anreep in 1141 genoemd, waarschijnlijk bestond Anreep toen uit één boerderij. Maar er zijn bewoningssporen gevonden van ver voor de jaartelling. In 1456 zijn in Anreep 4 boerenerven bekend, in 1612 waren dat 5 erven. In het westelijk deel van de marke van Anreep ontstond in de 19e eeuw het Aardscheveld, een plaggenhuttenkolonie. Nu bestaat Anreep nog uit ca. 15 boerderijen, die overigens voor het overgrote deel geen agrarische functie meer hebben.
Ten noorden van Anreep loopt het Anreeperdiepje, de bovenloop van de Drentsche Aa. 
32729 
68 Aarhus, Denemarken  10.203921  56.162939  Aarhus is de op één na grootste stad van Denemarken. De belangrijkste haven van Denemarken, Aarhus, ligt aan de oostkant van het schiereiland Jutland in het geografische centrum van Denemarken. Aarhus is de zetel van de gemeenteraad van de gemeente Aarhus met 310.956 inwoners en 249.709 (1 januari 2011) in het binnenstedelijk gebied, en ongeveer 800.000 inwoners binnen 1/2 uur vervoer (Groot Aarhus). De stad claimt de onofficiële titel "Hoofdstad van Jutland".
Aarhus is de belangrijkste en grootste stad in het grootstedelijk gebied Oost-Jutland (Deens: Byregion Østjylland), een samenwerking in het oosten van Jutland met 17 gemeenten. Met meer dan 1,2 miljoen mensen in het gebied vertegenwoordigt het ongeveer 23% van de bevolking van Denemarken en is het op een na grootste grootstedelijk gebied na het grootstedelijk gebied van Kopenhagen. 
84274 
69 Aarlanderveen, Alphen aan den Rijn, Zuid-Holland  4.72833333333333  52.1411111111111  Aarlanderveen is een dorp gelegen tussen Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop, in de Zuid-Hollandse gemeente Alphen aan den Rijn. Het omliggende gebied is rijk aan weidevogels (kieviten, grutto's, tureluurs, enz.) en er zijn veel bloemrijke slootkanten met onder andere moerasrolklaver, egelboterbloem, water+akkermunt, koekoeksbloem, kale jonker, enz.
Het is bekend om de nabijgelegen enige nog werkende molenviergang in Nederland.
Geschiedenis
Aarlanderveen wordt voor het eerst vermeld als heerlijkheid op het verlovingscontract van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant (14e eeuw). De heerlijkheid komt achtereenvolgens in het bezit van een aantal families, onder andere Van Oudshoorn en Van IJsselstein. In 1584 of 1593 komt Aarlanderveen in het bezit van veldmaarschalk Ernst van Mansveld of Von Mandelsloh. Het helmteken van zijn geslacht was een hoorn zonder snoeren, waarboven een zilveren doodshoofd met 2 gekruiste zwaarden. Dit helmteken is verworden tot heerlijkheids- en later gemeentewapen. 
35728 
70 Aarle, Aarle-Rixtel, Noord-Brabant  5.63777777777778  51.5088888888889  Aarle-Rixtel (Brabants: Aole-Rixtel) is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Aarle-Rixtel is de op één na grootste kern van de gemeente Laarbeek, ten noorden van de gemeente Helmond. Aarle-Rixtel telt 5.814 inwoners (1 juni 2006, bron: CBS). Tot 1 januari 1997 was het een zelfstandige gemeente. Historisch gezien bestaat het dorp uit twee vroegere kernen: Aarle en zuidoostelijk daarvan Rixtel. Deze zijn in de twintigste eeuw echter aaneengegroeid.
Klokken en Textiel
Ze staat als dorp bekend om haar textiel en klokken.
De klokkenindustrie had een langere geschiedenis die zich nog steeds voortzet. Met name kerkklokken werden en worden overigens nog geproduceerd door de firma Koninklijke Petit en Fritsen. Petit en Fritsen behoort hiermee in Nederland tot de laatste van de twee levende klokkengieterijen, in Asten (niet ver van Aarle-Rixtel) is nog de Koninklijke Eijsbouts (van de familie Eijsbouts).
De textielindustrie werd, onder de huidige naam Artex B.V., in de eerste plaats gevestigd door textielfabrikant Louis van Kimmenade in 1944. De familie van de Kimmenade was tot aan eind jaren 70 één van de bekendste textielfamilies van Noord-Brabant. Eind jaren 80 werd Artex door Hunter Douglas overgenomen.
Croy
Verder kent Aarle-Rixtel het landgoed Croy, waarop Kasteel Croy staat. Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet bekend wanneer kasteel Croy is gebouwd. In het jaar 1472 bezat Rutger van Erp op Strijp een slotje met hoeve, groot ongeveer 20 bunder. Waarschijnlijk bestond het toenmalig slotje uit de huidige noord-zuid gerichte vleugel, met de ronde toren op de noordwesthoek. Rutger van Erp op Strijp bleef hier echter niet wonen. Nadien hebben nog vele adellijke families het kasteel bewoond. De laatste adellijke familie was de familie Van der Brugghen. 
33163 
71 Aarle-Rixtel, Noord-Brabant  5.637166500091553  51.51015274115722  Aarle-Rixtel (Brabants: Aole-Rixtel) is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen in de regio Peelland. Aarle-Rixtel is de op één na grootste kern van de gemeente Laarbeek, ten noorden van de gemeente Helmond. Aarle-Rixtel telt 5814 inwoners (1 juni 2006, bron: CBS).
Etymologie
De naam Aarle zou afkomstig zijn van Plaats aan de Aa.
De naam Rixtel zou Rijk kasteel betekenen.
De inwoners worden Aarlenaar, Rixtelnaar, Aarle-Rixtelnaar of 'un aorlese' genoemd.
Geschiedenis
De geschiedenis van Kasteel Croy is onder de beschrijving van het kasteel te vinden. Dit kasteel had te maken met de heerlijkheden Stiphout, Aarle en Rixtel.
Historisch gezien bestaat het dorp daardoor dus eveneens uit twee vroegere kernen: Aarle en zuidoostelijk daarvan Rixtel. Aarle is de plaats waar de kapel van Onze Lieve Vrouw in 't Zand staat. Beide plaatsen hadden een parochiekerk maar deze kerken werden genaast door de protestanten in 1648. Na 1672 werd er een schuurkerk gebouwd tussen beide parochies in, waardoor de parochies aaneengroeiden. Later is er ook een enkele parochiekerk gekomen. Bovendien vormden, na ongeveer 1810, de kernen Aarle en Rixtel een enkele gemeente Aarle-Rixtel. Deze is op 1 januari 1997 opgegaan in de gemeente Laarbeek.
In de twintigste eeuw zijn beide kernen volledig aaneengegroeid. Hierdoor is Aarle-Rixtel een betrekkelijk groot en lang dorp geworden, waarvan in 1823 een klein deel is afgesneden door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. Er kwamen twee belangrijke kloosters in Aarle-Rixtel: Het klooster van de Zusters van Liefde in 1856 en het klooster van de Missiezusters van het Kostbaar Bloed omstreeks 1900.
Klokken en Textiel
Het dorp staat bekend om haar textielindustrie en klokkengieterij.
De klokkenindustrie had een langere geschiedenis die zich nog steeds voortzet. Met name kerkklokken werden en worden overigens nog geproduceerd door de firma Koninklijke Petit & Fritsen. Petit & Fritsen behoort hiermee in Nederland tot de laatste twee nog in bedrijf zijnde klokkengieterijen: in Asten (niet ver van Aarle-Rixtel) is nog de Koninklijke Eijsbouts (van de familie Eijsbouts).
De textielindustrie werd, onder de huidige naam Artex b.v., in de eerste plaats gevestigd door textielfabrikant Louis van Kimmenade in 1944. De familie van de Kimmenade was tot aan eind jaren 70 één van de bekendste textielfamilies van Noord-Brabant. Eind jaren '80 van de 20e eeuw werd Artex door Hunter Douglas overgenomen. In 2007 zijn ook de activiteiten van Weverij de Ploeg in Artex ondergebracht.
Bezienswaardigheden
Kasteel Croy
Verder kent Aarle-Rixtel het landgoed Croy, waarop Kasteel Croy staat. Tot op de dag van vandaag is nog steeds niet bekend wanneer kasteel Croy is gebouwd. In het jaar 1472 bezat Rutger van Erp in het gebied Strijp een klein slot met daarbij een hoeve, ongeveer 20 bunder groot. Waarschijnlijk bestond het toenmalig slot uit de huidige noord-zuid gerichte vleugel, met de ronde toren op de noordwesthoek. Rutger van Erp bleef hier echter niet wonen. Nadien hebben nog vele adellijke families het kasteel bewoond. De laatste adellijke familie was de familie Van der Brugghen. Nu (2006) is het kasteel sinds enkele jaren in gebruik als kantoorruimte i.v.m. exploitatie.
Kapel en klooster
Het Kloostercomplex Mariëngaarde met de kapel van Onze-Lieve-Vrouw in 't Zand is een groot kloostercomplex waarvan de kapel het oudste en oorspronkelijke deel uitmaakt. Deze dateert van omstreeks 1500, maar ze raakte na 1568 in verval, want de devotie verminderde door de opkomende reformatie. In 1597 volgde herstel en de kapel werd ook vergroot, totdat ze in 1616 het huidige voorkomen kreeg. Het gebouw heeft een verlaagd koor en de zuidarm heeft een in- en uitgezwenkte topgevel uit 1608. Hier werd en wordt Onze-Lieve-Vrouwe van Aarle-Rixtel vereerd, wat een beeldje uit de 14e of 15e eeuw is. In 1648 werd de kapel door de protestanten gevorderd en werd het een school, later een raadhuis. Het Mariabeeldje werd in de buitengevel geplaatst, en in 1667 kwam het achtereenvolgens te staan in de schuurkerken achter de Kerkstraat en op de Couwenberg. In 1846 kwam echter de nieuwe kerk gereed, waar het beeldje in werd geplaatst. De pastoor kocht echter in 1853 de oude kapel terug, en in 1856 kwam het beeldje weer op zijn oorspronkelijke plaats. In dat jaar kwam ook het klooster van de Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid gereed, waar de kapel deel van ging uitmaken. Van 1897-1906 werd het interieur van de kapel vernieuwd naar een ontwerp van het bureau van Pierre Cuypers. Er kwam een nieuw altaar, glas-in-loodramen en er kwamen muurschilderingen op de triomfboog, die bedevaartgangers voorstellen welke, op zoek naar genezing, naar het beeldje komen, Een aantal van de wonderbaarlijke genezingen, plaats vindend in de eerste helft van de 17e eeuw, worden daar gememoreerd. In 1951 werd de rechter zijbeuk van de kapel herbouwd.
In de kapel bevindt zich een drieluik, geschilderd door Jacob Cornelisz. van Oostsanen, dat een Madonna met Kind voorstelt.
Het beeldje van Onze-Lieve-Vrouwe van Aarle-Rixtel bevindt zich eveneens in het interieur van de kapel. Het is een pijpaarden beeldje dat waarschijnlijk in Arendonk is vervaardigd. Het beeldje, dat uit het einde van de 15e eeuw stamt en ongeveer 20 cm hoog is, stelt een zittende madonna voor, een vorm die bekend staat als Sedes Sapientiae. Naar verluidt zou het gebakken zijn in de pottenbakkerij van Jan van Eyck, die ook in Rixtel bezittingen had. Dit soort beeldjes werd in grote aantallen vervaardigd en als aandenken aan een bedevaart meegenomen. Tijdens de 19e eeuw had het beeldje een rode mantel om. In 1906 werd het beeldje in een glazen kast geplaatst. In 1917 is de kleding verwijderd en is het beeldje opnieuw gepolychromeerd. In 1951 werd een zilveren schrijn vervaardigd en in 1956 kreeg het beeld een gouden kroon met parels en edelstenen. Het jaar daarop kreeg ook het kindje Jezus een gouden kroon.
Veel later is het beeldje door criminelen vernield teneinde de sieraden te bemachtigen. Het huidige beeldje is een replica van het oorspronkelijke exemplaar.
Voor de geschiedenis van de bedevaart naar dit beeldje, zie het artikel over: Onze-Lieve-Vrouwe van Aarle-Rixtel.
Overige bezienswaardigheden
* De Kerk Onze Lieve Vrouw Presentatie is een waterstaatskerk uit 1846, waarvan de ingang geflankeerd wordt door kolommen. De kerk bezit een Smits-orgel.
* De voormalige hervormde kerk is een eenvoudig klein gebouwtje met torentje uit 1847 aan de Kouwenberg. Het gebouwtje is tegenwoordig niet meer als kerk in gebruik.
* Het Hagelkruis is een zeer oud natuurstenen kruisbeeld dat zich bij een wegkruising op de Hoge Akkers ten noorden van Aarle-Rixtel bevindt. Het toont een gestyleerde Christusfiguur in een primitief aandoende stijl, voorzien van de letters INRI. Dit kruisbeeld is voor het eerst vermeld in 1419 met de tekst: ter plaatse geheten dat Haghelcruys. In 1910 werd er, ter bescherming, een hek omheen geplaatst. Een dergelijk kruis werd gezien als een middel om hagelschade aan het gewas af te weren, maar het gebruik is mogelijk op oudere, heidense, gebruiken terug te voeren. Dit is het enige nog overgebleven hagelkruis in Nederland . Zie ook: Wegkruis
* Huis Ter Hurkens, ook Heurkenshuis of De Witte Poort genoemd, is een landhuis ten noorden van Aarle-Rixtel op een plaats waar vroeger een kasteel gelegen heeft.
* Missieklooster Heilig Bloed, gelegen ten noordoosten van Aarle-Rixtel, in een ontginningsgebied. 
68200 
72 Aarlen, Luxemburg, België  5.815029144287109  49.684515290263505  Aarlen (Frans: Arlon) is een gemeente in en tevens de hoofdstad van de Belgische provincie Luxemburg. De stad telt ruim 26.500 inwoners (die Aarlenaars worden genoemd) en is daarmee de kleinste Belgische provinciehoofdstad. Met Tongeren en Doornik wordt Aarlen beschouwd als de oudste stad van België.
In het omringende Land van Aarlen, is de volkstaal van oudsher het Luxemburgs, dat ook in het aangrenzende Groothertogdom Luxemburg wordt gesproken. In 1990 heeft de Franse Gemeenschap de streektalen op haar grondgebied erkend, waaronder het Luxemburgs, echter zonder verdere maatregelen te nemen. Hoewel in de stad Aarlen de taal bijna uitsluitend door bezoekers uit de streek en het groothertogdom gesproken wordt heeft het gemeentebestuur van Aarlen de afgelopen jaren wel veel straatnamen tweetalig of eentalig Luxemburgs gemaakt. De Duits- en Luxemburgstalige naam van de stad is Arel; in het Waals is dit Årlon.
Op 1 maart 2004 begon in Aarlen het proces tegen Marc Dutroux en enkele van zijn handlangers.
Geschiedenis
Reeds vóór de Romeinse verovering was er een Keltische nederzetting. Het Romeinse stadje Orolaunum bevond zich op het kruispunt van wegen die Reims, Trier en Keulen met elkaar verbonden. Bij opgravingen zijn er veel voorwerpen uit de Galloromaanse periode gevonden, waarvan er de nodige in het Archeologisch Museum worden tentoongesteld.
Walram I van Limburg verenigde het graafschap Aarlen met het hertogdom Limburg. Na de dood van Walram III van Limburg in 1226 komt Aarlen aan zijn jongste zoon, Hendrik V van Luxemburg, zodat het graafschap verenigd werd met het graafschap Luxemburg.
Bij de verdeling van Luxemburg tussen België en de Duitse Bond, in 1839, werd het Aarlen tezamen met het Franstalige westen van Luxemburg aan België toegewezen, ofschoon er in Land van Aarlen hetzelfde Frankisch-Duitse dialect werd gesproken als in het Groothertogdom Luxemburg. De stad Aarlen, die hoofdstad werd van de Belgische provincie Luxemburg, is in de loop van de 19e eeuw verfranst, maar in de dorpen erom heen wordt het Luxemburgs nog steeds gesproken.
Bezienswaardigheden
* Archeologisch museum: collectie van Galloromaans beeldhouwwerk, aardewerk e.d.
* Musée Gaspar: museum gewijd aan de werken van de in Arlon geboren beeldhouwer Jean Gaspar (1861-1931)
* Sint-Donatuskerk, gelegen boven op de centrale heuvel "Knipchen". Oorspronkelijk bevond zich hier een kasteel, dat in 1552 door de Fransen werd verwoest. De kerk werd in de 17e eeuw op de ruïnes van het kasteel gebouwd.
* Sint-Maartenskerk. Een van 1907 - 1914 in opdracht van koning Leopold II gebouwde kerk in neo-gotische stijl met een toren van niet minder dan 97 meter hoog. 
67301 
73 Aaron, Bates County, Missouri, USA  -94.15407657623291  38.422967436997304  Google world points here when searching for Aaron, so be it. Probably it's located in one of the townships mentioned below
Bates County is a county located in the U.S. state of Missouri. As of 2000, the population is 16,653. Its county seat is Butler. The county was organized in 1833 and named after Frederick Bates, the second governor of Missouri.
Bates is part of the Kansas City Metropolitan Area
Cities and towns
Cities
Adrian
Amoret
Amsterdam
Butler
Drexel
Rich Hill
Rockville
Villages
Foster
Hume
Merwin
Passaic
Townships
Bates County is divided into twenty-four townships:
Charlotte
Deepwater
Deer Creek
East Boone
Elkhart
Grand River
Homer
Howard
Hudson
Lone Oak
Mingo
Mound
Mount Pleasant
New Home
Osage
Pleasant Gap
Prairie
Rockville
Shawnee
Spruce
Summit
Walnut
West Boone
West Point 
84524 
74 Aaronsburg, Centre County, Pennsylvania, USA  -77.45254039764404  40.90081620945349  Aaronsburg is a census-designated place (CDP) in Centre County, Pennsylvania, United States. It is part of the State College, Pennsylvania Metropolitan Statistical Area. The population was 613 at the 2010 census.
History
Founded by Aaron Levy in 1786, and named for him, The town's orderly planned and aligned streets were designed that the town might one day be the county seat. This, however never occurred due to the lack of water. The current county seat is Bellefonte.
Aaronsburg is home to two churches (Salem Lutheran and Reformed), three cemeteries, a library, historical museum, and a pottery shop.
In 1949 a pageant was held to celebrate Aaronsburg's unique history and namesake. Aaron Levy, a Jewish merchant from Philadelphia, presented the town's residents with a pewter communion set as a gift. This unusual gesture inspired many, and 50,000 people descended upon Aaronsburg to commemorate it. Attendees included Ralph Bunche, Cornell Wilde, and, later, Ronald Reagan. A short film and book were written about this event. 
85078 
75 Aarschot, Vlaams-Brabant, België  4.831581115722656  50.98654198764983  Aarschot is een Vlaamse stad in de provincie Vlaams-Brabant. De stad telt ruim 28.000 inwoners, die Aarschottenaars of ook kasseistampers worden genoemd. Aarschot ligt langs de rivier de Demer in het Hageland. Haar patroonheilige is Sint-Rochus. Het uitzicht van Aarschot wordt gedomineerd door de hoge toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk.
Geschiedenis
Etymologie
Volgens een legende zou de naam Aarschot komen van Arendschot. Het verhaal gaat dat Aurelianus een arend neerschoot, en op de plek waar die vogel neergekomen is, zou Aarschot, of Arendschot, gesticht zijn. De plaats waar de bek van de vogel neergekomen zou zijn heet nu Bekaf.
Een andere verklaring vertrekt van de eerste schriftelijke vermelding van Aarschot in 1107 als Arescod. Deze naam is afgeleid van de Germaanse woorden "arnu" (=arend) en "skauta" (=bebost stuk hoger gelegen land, uitspringend in een moerassig terrein). Deze verklaring past ook perfect in de Aarschotse topografie.
Bourgondische tijd
Zoals vele andere Vlaamse steden kwam Aarschot in 1488 in opstand tegen Maximiliaan van Bourgondië. In 1488 werd Maximiliaan door de Bruggelingen gedwongen een verdrag te ondertekenen dat de Vlaamse rechten zou vastleggen. Zodra hij buiten het bereik van de Vlamingen was gaf hij echter opdracht dat de opstand in de kiem moest worden gesmoord. In 1489 stond er een leger van Mechelse collaborateurs voor de muren van Aarschot. De Kasseistampers kwamen naar buiten en versloegen de Mechelaars verpletterend. Die avond was het kermis in Aarschot en bijna alle weerbare mannen waren dronken. Rond middernacht konden de Bourgondische troepen bijna zonder weerstand de stad veroveren. Aarschot werd bijna volledig platgebrand en is er pas in de 20e eeuw in geslaagd dezelfde welvaart te behalen als in 1489.
Eerste Wereldoorlog
Op 19 augustus 1914 werd de Duitse kolonel Spenger dodelijk gewond in Aarschot. Bij de represailles (zie Duitse represailles in Aarschot) werden 168 burgers gefusilleerd. 
66820 
76 Aarsele, West-Vlaanderen, België  3.4220051765441895  50.99718750930182  Aarsele is een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van de stad Tielt. Een inwoner van Aarsele wordt een Aarselenaar genoemd.
Geschiedenis
De oudste vermelding van Aarsele in de bronnen dateert uit 1038 en luidt Arcela, een Germaanse samenstelling van arda (=weide) en sali (=kamer, woning bestaande uit één ruimte).
In het Ancien Régime was Aarsele, binnen de Kasselrij Kortrijk ressorterend onder de Roede van Tielt, erg versnipperd in verschillende heerlijkheden, zoals Donsegem en Hogenhove, maar ook in kerkelijke lenen, toebehorende aan de abdijen van Lobbes en van Baudelo en Sint-Baafs in Gent.
Veruit de voornaamste heerlijkheid was echter Gruuthuse, waar 12 achterlenen van afhingen. Niet ten onrechte voerden de heren van Gruuthuse de titel van heren van Aarsele. Best bekend is Lodewijk, die in 1471 de uit Engeland verjaagde koning Edward IV een woning verschafte in zijn Steen te Brugge. Diezelfde Lodewijk was ook een bekend bibliofiel, wiens collectie handschriften op enkele uitzonderingen na, door zijn zoon geschonken werd aan de koning van Frankrijk.
Jan van Brugge was de laatste mannelijke afstammeling uit het Gruuthusegeslacht. Langs zijn dochter om kwam de heerlijkheid Gruuthuse in het bezit van Jakob II van Luxemburg op het einde van de 16e eeuw. Door het huwelijk van zijn dochter met Jan van Egmont kwam de heerlijkheid toe aan de graven van Egmont.
De zoon van Jan, Lamoraal van Egmont, werd op bevel van Filips II in 1568 in Brussel onthoofd. Na zijn dood kwamen achtereenvolgens zijn twee kinderloze zonen in het bezit van Gruuthuse. In 1617 ging de heerlijkheid voor twee generaties over in de familie de Richardot, om tenslotte, na het huwelijk van Guillaume met Carla-Eugenia, gravin van Ursel, in de grafelijk en nadien hertogelijke familie d'Ursel te blijven tot het einde van het Ancien Régime.
Gelegen op de baan van Gent naar Tielt, ontsnapte Aarsele niet aan plunderingen. Zo werd de gemeente in 1580 verwoest door de Geuzen. Ook tijdens de 17e eeuw bleef men er niet gespaard, zo o.m. in 1646 en later in 1690, wanneer de Franse legers er brand en verwoesting zaaiden, tussen die twee data in, in 1666, werd Aarsele door de pest getroffen.
In 1829 bracht koning Willem de gemeente een bezoek. 
47932 
77 Aartselaar, Antwerpen, België  4.387578964233398  51.13431502199861  Aartselaar is een plaats en gemeente in de provincie Antwerpen, een van de vijf provincies van het Vlaams Gewest. De gemeente telt ruim 14.000 inwoners, die Aartselarenaren worden genoemd.
Aartselaar behoort tot het kieskanton Kontich en het gerechtelijk kanton Boom.
Kernen
Aartselaar is een verstedelijkte randgemeente ten zuiden van de Antwerpse agglomeratie. De gemeente heeft geen deelgemeenten. Ten zuiden van de dorpskern ontwikkelden zich ook de gehuchten Koekoek en Lindenbos. Het gehucht Koekoek ligt aan de westkant van de Boomsesteenweg (A12), en vormt één kern met de wijk Kleine Paependaele in Reet en nog verder de noordelijke wijk van Boom. Deze kern ligt centraal tussen Aartselaar, Boom en Niel. Lindenbos, ten oosten van de A12, ligt in een iets groenere omgeving. Deze zuidelijke kern vormt tevens een parochie, toegewijd aan het Onbevlekt Hart van Maria, die zich uitstrekt over de gemeentegrenzen van Aartselaar heen en ook Kleine Paependaele en de oostelijke woonkern van Schelle aan de Boomsesteenweg omvat. De parochiekerk staat in Lindenbos, terwijl er in de Koekoek een hulpkerk staat. Door nijverheidszones langs de A12 zijn de dorpskern en de zuidelijke kern met elkaar vergroeid.
Aartselaar grenst aan de volgende gemeenten: Edegem, Kontich, Rumst (Reet), Niel, Schelle, Hemiksem en Antwerpen (Wilrijk).
Geografie
Aartselaar heeft een vlakke bodem die vooral bestaat uit zand en klei. Er zijn slechts enkele kleine waterlopen in de gemeente : de Wullebeek, die naar de Rupel loopt, de Schellevliet en de Struisbeek die beiden in de Schelde uitmonden. Deze laatste loopt over een kleibed van grote dikte en heeft een smalle ondiepe vallei behalve in de omgeving van het kasteel Cleydael waar zij een brede kom vormt. Het kasteel heeft hieraan zijn naam ontleend.
Geschiedenis
Aartselaar wordt voor het eerst vermeld als Serlaer in 1247 en als Aerschelaer in 1309. Aanvankelijk was Aartselaar een deel van Kontich. Kerkelijk werd het een zelfstandige parochie in 1309 maar bestuurlijk bleef Aartselaar van Kontich afhangen tot in 1558 toen een eigen schepenbank werd opgericht.
De heerlijkheid Kontich was bezit van de hertogen van Brabant. Dit gebied brokkelde geleidelijk aan af door verkopen aan plaatselijke heren. Filips II verkocht in 1557 de gebieden binnen de grenzen van de parochie Aartselaar aan de Heer van Cleydael waardoor de heerlijkheid Aartselaar ontstond. De heerlijkheid Aartselaar bleef in handen van de heren van Cleydael tot aan het ontstaan van de gemeenten op het einde van de 18e eeuw.
In de periode 1758-1763 werd de steenweg van Boom naar Antwerpen aangelegd dwars doorheen Aartselaar. Ondanks de goede ligging aan deze weg bleef ze steeds een landbouwgemeente met een zeer beperkte nijverheidsontwikkeling. In het begin van de 19e eeuw werd meer dan de helft van de oppervlakte in beslag genomen door landbouwgrond. Als gevolg hiervan was er slechts een geringe bevolkingsgroei in de gemeente.
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de gemeente zich dankzij haar ligging aan de verkeersas Antwerpen-Brussel en de nabijheid van de Antwerpse agglomeratie van een landbouwgemeente tot een industriële gemeente. Tussen 1950 en 1964 werden een dertigtal nieuwe bedrijven opgericht. Als gevolg hiervan was er een sterke immigratie en werden talrijke nieuwe woonwijken opgericht. Hierdoor ging de landbouw in de gemeente sterk achteruit. Enkel de tuinbouw hield nog lange tijd stand. Vooral tussen 1960 en 1985 nam de bevolking zeer sterk toe. De gemeente ontwikkelde zich verder tot een verstedelijkte randgemeente van de Antwerpse agglomeratie met veel groothandel en distributiecentra langs de A12. Het inwonertal bereikte een maximum rond 1995 met 14.500 inwoners waarna het lichtjes begon te dalen.
De gemeente Aartselaar is niet betrokken geweest in de grootschalige fusie van 1977 en heeft ook geen gebiedsaanpassingen gekend sinds zijn ontstaan als gemeente.
Bezienswaardigheden
* het waterslot Cleydael, deels uit de 14e eeuw
* het Wolffaertshof uit de 16e eeuw was oorspronkelijk de pastorie. Nu in gebruik als deel van het gemeentehuis.
* de Sint-Leonarduskerk waarvan de oudste delen uit 1495 dateren. In 1791 werd de kerk verbreed met 2 zijbeuken en in 1858 werden de kruisbeuken en het koor aan de kerk toegevoegd. De kerk is sinds 1974 beschermd omwille van haar waardevol en rijk interieur. 
66776 
78 Aartswoud, Opmeer, Noord-Holland  4.95361111111111  52.7444444444444  Aartswoud (Westfries: Ierswou (dialect: Aertswou(d))) is een dorp in de gemeente Opmeer (West-Friesland) in de provincie Noord-Holland met circa 1250 inwoners.
In de middeleeuwen en tot aan de drooglegging van eerst het ouderlandentocht en het latere Wieringermeer lag Aartswoud nog aan zee, de Zuiderzee. Het ligt nog wel altijd aan de Westfriese Omringdijk, maar de haven is verdwenen. Een gedeelte van het Wieringermeer is vernoemd naar het dorp, dit gedeelte heet Aartswouderhoofdwijk en is gelegen tussen het dorp Middenmeer en Ouderlandentocht.
De plaatsnaam komt in 1319 voor als Edaertswoud, de naam zou verwijzen dat dit het woud was van familie of persoon Edaert, een Friese naam. Later werd de naam verbasterd naar onder meer Aertswoud (1450) en Aertzwoude (1573) tot aan de huidige spelling.
Een bekend bouwwerk uit het dorp is de hervormde kerk uit 1884 met 16e-eeuwse toren die vierkant en stomp is. De rijk gesneden herenbank stamt uit 1641 en behoorde, blijkens het wapen, aan de Zeeuwse familie Soete van Laecken toe. Het orgel werd in 1885 gebouwd door de Duitse orgelbouwer Richard Paul Ibach. De vierkante toren is een tijd gebruikt om bakenvuren te ontsteken voor de walvisvaarders.
Verder wil het verhaal dat de toren ook gebruikt is in een periode van armoede om voorbij komende schepen een veilige route te laten kiezen die dat geen was en met gevolg dat de schepen verongelukken. Veel van de buiten van zo'n schip spoelde daarna aan en werd het door de bevolking geborgen. Volgens diverse geschiedkundige is het wel waarschijnlijk dat dit een aantal maal is gebeurd en gedaan maar over hoe vaak en hoelang dit dan gedaan werd is niet bekend. Op meer plaatsen in de wereld, zoals bij gevaarlijke rotskusten, werd het expres laten vastlopen/vergaan van schepen om er met de buit van door te gaan in en na de middeleeuwen gedaan.
Eén van de oudste gebouwen is een voormalig café uit de 15e eeuw, thans is het een gewoon woonhuis. Het café dateert uit een periode dat het een succesvol vissersdorp was.
Direct naast Aartswoud ligt het natuurgebied De Weelpolder. 
39765 
79 Abano Terme, Padua, Italië  11.783333  45.366667  Abano Terme is een gemeente in de Italiaanse provincie Padua (regio Veneto).  152953 
80 Abbaye de Fontevraud, Fontevraud-l'Abbaye, Pays de la Loire, Frankrijk  0.05190610885620117  47.18122648826362  De abdij van Fontevraud (of: abdij van Fontevrault) ligt in het Franse plaatsje Fontevraud-l'Abbaye. Het is de best bewaarde verzameling kloostergebouwen ter wereld, heeft een zeer rijke geschiedenis en is daardoor een grote toeristische trekpleister geworden.
Geschiedenis
Priester, theoloog en rondtrekkend prediker Robert d’Abrissel vestigde zich rond 1100 met zijn volgelingen in het bos van Fontevraud. Hij stichtte er een uniek klooster, waar mannen én vrouwen leefden. Robert besloot dat er aan het hoofd van zijn klooster een vrouw moest zijn en wees Petronille de Chemillé aan als de eerste abdis. Isabella van Anjou, dochter van Fulco V van Anjou en dus ook tante van Hendrik II van Engeland, volgde haar in die functie op. Dit was het begin van de eeuwenoude traditie om vrouwen van koninklijke of op zijn minst adellijke bloede aan het hoofd van Fontevraud te plaatsen. Het klooster werd dan ook snel favoriet bij verschillende Europese koningshuizen. Zo trad Eleonora van Aquitanië, koningin van Frankrijk en later van Engeland, toe tot het klooster als non en werd ze hier na haar dood ook begraven. Ook haar echtgenoot Hendrik II van Engeland, zoon Richard I, schoondochter Isabella van Angoulême (echtgenote van koning Jan), dochter Johanna en kleinzoon Raymond VII van Toulouse.
Het kloostercomplex heeft eeuwenlang gebloeid en is uitgebreid tot aan de zeventiende eeuw. Fontevraud heeft zwaar geleden onder de Franse Revolutie van 1789: delen van het klooster werden verwoest en geplunderd. O.a. de oorspronkelijke crypte verdween hierbij (de grafbeelden bleven wel bewaard). De laatste abdis stierf in armoede in Parijs. Een paar jaar later, in 1804, werd het complex omgebouwd tot staatsgevangenis. Dit bleef het tot 1963. In dat jaar werd het namelijk geschonken aan de Franse minister van Cultuur. Later is het door de Franse staat gerestaureerd, ook vinden er nu verschillende opgravingen plaats. Een deel van het klooster wordt tegenwoordig gebruikt als conferentiecentrum. De rest is opengesteld voor publiek.
Huidige gebouw
Van het enorme kloostercomplex van vroeger zijn alleen de abdijkerk Sint Michel, de Romaanse keuken, de kapittelzaal, de ziekenzaal Sint Benoit en de priorij Sint Lazare bewaard gebleven. In de Sint Michel zijn tegenwoordig de kunstschatten van het klooster ondergebracht. De bouw van deze kerk is heel eenvoudig, maar de kapitelen van de pilaren bevatten gedetailleerde reliëfs. Het meest bijzondere gebouw is de goed gerestaureerde, Romaanse keuken, de Tour d’Évraud genaamd. Deze heeft namelijk een achthoekige vorm, één grote toren en meerdere kleine torentjes. De keuken had wel zes plaatsen om te koken voor de honderden bewoners van het klooster. De kapittelzaal bevat indrukwekkende muurschilderingen. Buiten de gebouwen zijn er nog middeleeuwse tuinen, een oranjerie, kruidentuinen en oude stallen te zien.
Frans
L'abbaye de Fontevraud est une abbaye royale ne dépendant d'aucun ordre (mais d'inspiration bénédictine), fondée en 1101 par Robert d'Arbrissel, et située près de Saumur en Anjou (maintenant Maine-et-Loire), près du confluent de la Loire et de la Vienne. La grande particularité de l'abbaye a été d'accueillir à la fois des hommes et des femmes dans des couvents séparés et d'avoir dès sa fondation été dirigée exclusivement par des abbesses, selon la règle édictée par son fondateur.
L'abbaye de Fontevraud est classé au patrimoine mondial de l'Unesco.
La fondation
Réformateur religieux et itinérant qui avait le soutien du pape Urbain II, Robert d'Arbrissel s'est trouvé à la tête d'un groupe de plusieurs centaines de personnes, à majorité féminine. Avec l'aide de Pierre II, évêque de Poitiers, il a dû commencer à organiser la vie communautaire en fixant son groupe au fond du vallon de Fontevraud, à côté de la source fons Ebraldi.
« Cependant, voyant augmenter la foule de ceux qui le suivaient, il décida, pour éviter tout acte inconsidéré, et puisqu'il importait que les femmes habitassent avec les hommes, de rechercher un lieu où ils pussent vivre sans scandale et de trouver un désert, s'il en rencontrait. Or, il y avait un lieu, inculte et aride, planté de buissons épineux, appelé Fontevraud depuis les temps anciens... »
— Baudri de Bourgueil, évêque de Dol, Vie du bienheureux Robert d'Arbrissel
Cette abbaye avait donc la particularité d'accueillir en son sein mais séparément, des femmes et des hommes. Le premier protecteur en a été le seigneur de Montsoreau, dont le château est tout proche. Le rayonnement du fondateur, apparaissant comme un féministe avant la lettre, y attira de nombreuses femmes nobles dont la duchesse de Bretagne, Ermengarde d'Anjou, qui y fit venir son frère Foulque V d'Anjou, lequel favorisa l'établissement par ses dons.
Henri II Plantagenêt, successeur de Foulque et roi d'Angleterre, en fit une abbaye royale et la nécropole de sa dynastie. C'est pourquoi lui-même et son fils Richard Cœur de Lion y ont toujours leurs gisants, de même qu'Isabelle d'Angoulême, femme de Jean sans Terre, et Aliénor d'Aquitaine qui y finit ses jours.
Relevant de la règle bénédictine, Robert d'Arbrissel établit une règle inédite — non dans la mixité —, mais en instituant qu'après sa mort, survenue en 1116, ce serait des abbesses qui dirigeraient aussi le monastère des hommes. Les 36 abbesses qui ont dirigé de 1115 à 1792 l'abbaye de Fontevraud ont toutes appartenu au milieu aristocratique. Parmi elles, on trouve quatorze princesses, dont cinq de la famille de Bourbon.
Les quatre grandes règles dans l'abbaye étaient:
* la chasteté
* l'obéissance
* le silence
* la pauvreté
L'ordre
L'ordre de Fontevraud, supprimé avec tous les autres suite à la Révolution française, était divisé en quatre provinces, à savoir :
* la province de France, dans laquelle, il y avait quinze prieurés ;
* la province d'Aquitaine, quatorze prieurés, dont celui de Villesalem ;
* la province d'Auvergne, quinze prieurés ;
* la province de Bretagne, treize prieurés.
L'habit des hommes consistait en une robe noire, une chape, un chaperon ou grand capuce, auquel étaient attachées par derrière et par devant deux petites pièces de drap nommées roberts. L'habit des femmes consistait en une robe blanche, une cuculle noire, un surplis blanc et une ceinture de laine noire. En prononçant leurs vœux, les hommes et les femmes promettaient stabilité, conversion de mœurs, chasteté pure, pauvreté nue et obéissance.
Le rayonnement
La précarité des débuts de la communauté a rapidement laissé place à une prospérité matérielle, assurée d'une part par la générosité des riches familles angevines et d'autre part par le soutien du pape et grâce à l'amitié des évêques d'Angoulême et de Poitiers.
Dès le début du XIIe siècle, l'abbaye est une institution monastique indépendante qui n'a de compte à rendre que directement au Saint-Siège pour le spirituel et au roi de France pour le temporel. Cette situation privilégiée a bien sûr été la source de nombreux conflits avec les seigneurs, nobles, et évêques environnants, que les abbesses successives ont toujours su gérer au mieux des intérêts de l'ordre fontevriste. À la fin du XIIe siècle, l'ordre est à la tête de 123 fondations, réparties dans l'ouest de la France — essentiellement dans les terres des Plantagenêts —, le Berry et le Limousin.
Pendant la guerre de Cent Ans, l'abbaye souffre de la crise qui touche les ordres contemplatifs. Les bâtiments ne sont plus entretenus, voire abandonnés.
Aux XVIe et XVIIe siècles, les abbesses de la famille des Bourbons, bénéficiant de l'appui royal, font de Fontevraud un centre spirituel et intellectuel, qui a connu la seconde période de faste de son histoire. Ce renouveau est accompagné d'une rénovation des lieux et de la construction de nouveaux bâtiments :
« Partout, qu'il pleuve ou qu'il vente, l'abbesse de Fontevraud a rente. »
Le patrimoine architectural
L'enceinte de Fontevraud a compté jusqu'à cinq monastères :
* le Grand-Moûtier, qui a accueilli jusqu'à cinq cents moniales au XIIIe siècle (environ deux cents au début du XVIIIe siècle),
* Saint-Benoît,
* le couvent de la Madeleine, qui recevait les femmes mariées ou veuves se retirant du monde,
* le prieuré Saint-Lazare (ou Saint-Ladre), affecté aux lépreux et aux malades,
* et Saint-Jean-de-l'Habit, le couvent des hommes — hors clôture —, commandé par un prieur soumis à l'abbesse, qui hébergeait en moyenne une cinquantaine de religieux.
Des pensionnaires illustres
Des filles de sang royal ont été pensionnaires à l'abbaye, issues des familles Plantagenêt, Bourbon, Valois. Parmi elles, Victoire (cinq ans à son arrivée), Sophie (quatre ans), Thérèse-Félicité (deux ans) et Louise-Marie (onze mois) ont été les plus illustres. Les filles de Louis XV quittèrent Versailles le 6 juin 1738, accompagnées de femmes de chambre, mobilier, argenterie, vaisselle, bagages et escorte militaire. Elles ont été installées précairement jusqu'à la fin de la construction du logis des Filles de France en 1741 et ne retournèrent à la cour qu'en 1750.
De l'abbaye à la prison
Le 2 novembre 1789, les biens du clergé ont été déclarés biens nationaux. Les religieuses évacuèrent l'abbaye à l'automne 1792, Julie-Gillette de Pardaillan d'Antin, la dernière abbesse, quitta l'abbaye la dernière, le 25 septembre 1792.
Le 18 octobre 1804, Napoléon Ier signe un décret qui transforme l'abbaye en établissement de détention, ainsi que celles de Clairvaux et du mont Saint-Michel. Les travaux de conversion, confiés à l'ingénieur des Ponts et Chaussée Normand, s'échelonnent de 1806 à 1814. Des réaménagements successifs seront apportés jusqu'à la fermeture de la prison, le 1er juillet 1963, sans toucher à l'essentiel des structures. Ces travaux ont vraisemblablement sauvé les bâtiments de la ruine, contrairement à ce qui s'est passé par exemple pour Cluny ou Jumièges.
Conçue pour recevoir 700 prisonniers, la centrale en a reçu jusqu'à 1 600 en 1942 (dont 350 femmes et 100 enfants) et 1 200 en 1943. Fontevraud fut considérée comme la centrale pénitentiaire la plus dure de France, avec celle de Clairvaux, comparable au bagne. On y comptait, en moyenne, deux décès par semaine. Les ateliers fabriquaient notamment des boutons, à partir du nacre des coquillages, des gants, des filets, des couvertures pour l'armée. Cette véritable manufacture assurait également la transformation du chanvre et du lin. La plupart des détenus sont évacués à la fermeture de la prison, sauf une quarantaine, employés à l'entretien des espaces verts et à la démolition des installations pénitentiaires. Ils quittent définitivement la prison résiduelle, le quartier de la Madeleine, en 1985, date à laquelle les lieux sont rendus à la « vie civile ».
Fontevraud a inspiré Jean Genet dans son roman "Le miracle de la rose" bien qu'il semble n'y avoir jamais séjourné. Les registres d'écrou de la maison centrale conservés aux Archives départementales de Maine-et-Loire ne signalent pas la présence de l'écrivain.
Aujourd'hui, le monument historique
Dès 1840, grâce à l'action de Prosper Mérimée, inspecteur général des Monuments historiques, l'ancienne abbaye de Fontevraud figure sur la première liste nationale de classement des monuments historiques. Progressivement, le cloître en 1860, le réfectoire en 1882, la tour d'Évrau et l'église abbatiale au début du XXe siècle sont libérés de leur affectation et ont commencé à être restaurés. De la fermeture en 1963 à la fin du XXe siècle, les chantiers de restauration presque ininterrompus lui ont donné l'aspect que le visiteur découvre aujourd'hui. Elle a conservé une étonnante cuisine ronde dont le toit est surmonté d'une cheminée centrale et d'un cercle de cheminées plus petites.
Aucune communauté religieuse n'étant susceptible de faire revivre l'abbaye, le Centre culturel de l'Ouest est fondé en 1975. Son but est « la défense, le développement, l'animation et la promotion de l'abbaye de Fontevraud ». Cette association organise des classes du patrimoine, des manifestations artistiques, des stages d'initiation aux métiers d'art, au chant, et accueille des congrès, principalement axés sur l'Angleterre, l'architecture et le chant choral.
L'Abbaye royale de Fontevraud, centre culturel de l'Ouest est membre du réseau européen des centres culturels de rencontre. (40 membres aujourd'hui en Europe)
Fichier:Fontevraud3.jpg 
67192 
81 Abbaye de la Guiche, Chouzy-sur-Cisse, Centre, Frankrijk  1.231850  47.538602  Guiche abdij (privébezit). Gebouwd in de 13e eeuw, beschutte het de Arme Clarissen (Franciscaanse Orde) tot de Revolutie.
De graven van Blois, die het onder hun bescherming plaatsten, maakten er de plaats van hun begrafenis van, zoals blijkt uit de twee liggende gisants.
Deze enorme abdij werd grotendeels afgebroken in 1793. Er blijft een galerij van het klooster staan, leunend tegen een vleugel van het abdijgebouw en een grote gewelfde ruimte, waarschijnlijk een oude kelder. Kleine kapel uit de negentiende eeuw. (start) op de koorsite van de oude kerk. Daarnaast is de abdij omgeven door een prachtig park. 
33853 
82 Abbaye de Maubiusson, Saint-Ouen-l'Aumône, Île-de-France, Frankrijk  2.107181  49.045260  De abdij Notre-Dame-La-Royale de Maubuisson is een cisterciënzer klooster gesticht in 1236 door Blanka uit Castilië. Het bevindt zich in de gemeente Saint-Ouen-l'Aumône in het departement Val-d'Oise.
Maubuisson verloor zijn religieuze plichten tijdens de Franse Revolutie en werd in 1793 een militair hospitaal, vervolgens een steengroeve, een spinnerij en een boerderij.
Geclassificeerd in 1947 als een "monument historique", in 1979 werd het eigendom van de Conseil général des department. Maubuisson biedt nu tentoonstellingen van hedendaagse kunst.
De schuur, het kapittelhuis, de spreekkamer, de nonnenzaal en de voormalige latrines zijn open voor het publiek. 
36400 
83 Abbaye de Pontigny, Pontigny, Bourgogne, Frankrijk  3.714562  47.909490  De abdij van Pontigny is een voormalige cisterciënzer abdij gelegen in de gemeente Pontigny in het departement Yonne in Bourgondië, Frankrijk. De Latijnse naam van Pontigny is Pontiniacum.
De abdij werd in 1114 gesticht als tweede dochterklooster van de abdij van Cîteaux. Ze werd al snel rijk. Er werden door de monniken van Pontigny enkele boerderijen gesticht die onder andere graan en wijn produceerden. Vanuit Pontigny zouden 43 dochterabdijen gesticht worden.
De abdij was een geliefd toevluchtsoord voor vervolgden. Zo verbleef Thomas Becket van 1164 tot 1166 in Pontigny. Hij was hierheen gevlucht vanwege zijn verzet tegen de Engelse koning Hendrik II. Stephen Langton verbleef er van 1208 tot 1213. De heilige Edmond, aartsbisschop van Canterbury, stierf in Pontigny toen hij er in 1240 logeerde tijdens een reis naar Rome. Zijn praalgraf bevindt zich in de kloosterkerk.
Tijdens de godsdienstoorlogen had de abdij veel te lijden. In 1560 werden de abdijgebouwen in brand gestoken door de Hugenoten. De relieken van de heilige Edmond werden door de monniken in veiligheid gesteld.
In de Franse Revolutie werden bijna alle abdijgebouwen verwoest. De kerk, die gespaard werd vanwege de bedevaartscultus rondom St. Edmond, werd tot parochiekerk gemaakt.
In 1901 werden de gebouwen gekocht door de filosoof Paul Desjardins. Hij stichtte er een cultureel centrum. Elke zomer werd er een filosofische en literaire décade (tiendaagse) gehouden, waarbij belangrijke Europese intellectuelen samenkwamen. Onder andere André Gide, André Malraux, en Gaston Bachelard waren present. Desjardins is begraven op het kerkhof naast de abdijkerk.
Sinds de Tweede Wereldoorlog is er op het abdijterrein een opleidingscentrum voor gehandicapten gevestigd.
Bij een hevige storm in de winter van 1999 werden delen van het dak van de kerk afgeblazen. 
36415 
84 Abbaye de Saint-André-le-Bas, Vienne, Rhône-Alpes, Frankrijk  4.880204200744629  45.52457173494413  L'Abbaye de Saint-André-le-Bas de Vienne est une abbaye située à Vienne (Isère).
L'abbaye fait l'objet d'un classement au titre des monuments historiques depuis le 8 février 195.L'église Saint-André-le-Bas fait l'objet d'un classement au titre des monuments historiques par la liste de 184.
Histoire
L'abbaye de Saint-André-le-Bas est fondée au VIe siècle par le duc Ansemond, d'après son testament dont une copie tardive est conservée aux archives départementales de l'Isère. Après avoir restauré l'église des saints Apôtre Pierre et Paul (église Saint-Pierre) et enrichi le couvent féminin l'Abbaye de Saint-André-le-Haut de Vienne), il fonde ce monastère masculin implanté au confluent du Rhône et de la Gère. Les premiers temps de l'abbaye sont mal connus. L'église du monastère devient chapelle du palais des rois de Bourgogne à la fin du IXe siècle. Le monastère adopte la règle bénédictine sans doute à la fin du Xe siècle. Attirant les donations, il devient l'abbaye la plus puissante de la ville, derrière l'Abbaye Saint-Pierre de Vienne. Au XIIIe siècle l'abbé obtient du pape le droit de porter la mitre. Le quartier dans laquelle elle est implantée, appelé la Grande Paroisse joue un rôle particulier dans la ville : d'une part, la population juive y est nombreuse (elle apparaît à ce titre fréquemment dans les archives de l'abbaye), d'autre part, les premières réunions des consuls de la ville se tiennent fréquemment à proximité de l'abbatiale. Les difficultés liées à la guerre de Cent Ans et la concurrence des nouveaux ordres religieux réduisent le dynamisme du couvent qui ne parvient pas à se relever des guerres de Religion. Le nombre de moines se réduit et l'union du monastère avec celui de Saint-Chef en 1774 , puis avec celui de Saint-Pierre en 1780 fait cesser la vie monastique sur le site à la veille de la Révolution. L'église abbatiale devient paroissiale et les bâtiments conventuels sont vendus et partiellement démembrés.
Abbatiale
L'église Saint-André-le-Bas a été édifiée sur une plateforme artificielle romaine, dont un passage voûté subsiste sous les travées occidentales. Deux campagnes principales de constructions sont visibles : de la première (Xe siècle) subsiste l'élévation des murs gouttereaux, aux baies en plein cintre comblées ainsi que l'abside, reconnaissables à l'alternance d'assises de briques et de pierre. Il s'agissait d'un édifice basilical sans transept remployant de part et d'autre de l'abside deux colonnes antiques aux chapiteaux corinthiens. La seconde campagne est datée par une inscription placée à la base d'un des pilastres de la nef : "Willelmus Martini me fecit anno Domini 1152" (Guillaume fils de Martin m'a fait ou m'a fait faire en l'an du Seigneur 1152). Elle a consisté à accroître la hauteur des murs, voûter l'ensemble de l'édifice, l'étayer par des arcs-boutants et lui adjoindre un clocher. C'est à cette campagne qu'on doit un ensemble de chapiteaux proches d'oeuvres bourguignonnes contemporaines (Autun notamment). A partir du XIIIe siècle des chapelles sont ajoutées à l'édifice. Les stalles du choeur datent du début du XVIIIe siècle. Au cours du XIXe siècle plusieurs projets de reconstruction de la façade qui menaçait de s'effondrer se succèdent, avant d'aboutir au début du XXe siècle à la façade actuelle due à l'architecte Jules Formigé.
Cloître
Seul cloître roman complet de Rhône-Alpes, il a été construit au milieu du XIIe siècle. Ses sculptures sont proches de celles qui ornent le clocher de l'abbatiale. Il n'était pas voûté mais simplement charpenté comme ceux de Notre-Dame de l'Isle (Vienne) ou de Saint-Donat-sur-l'Herbasse. Une partie du plafond lambrissé actuel date de la fin du XVe siècle. Il était doté d'un étage. Après la fin de la vie conventuelle, l'aile sud a été démembrée et les autres ont été intégrées dans des constructions adjacentes. La restauration menée par Jules Formigé (inaugurée en 1938) lui a donné son aspect actuel : l'aile sud a été reconstituée à l'aide des éléments sculptés restitués par leur propriétaires et l'ensemble du plafond a été reconstitué. Les chapiteaux sont essentiellement végétaux, plus ou moins fortement inspirés de modèles corinthiens. Parmi eux figurent Samson déchirant le lion ou encore un ours dans une vigne. Certains fûts de colonnes sont ornés de motifs inspirés de l'architecture antique : imbrications de feuilles, rais de coeurs, perles notamment.
Autres bâtiments de l'abbaye
L'ancienne église Saint-Pierre-entre-les-Juifs, église paroissiale dépendant de l'abbaye, conserve deux fenêtres incluses dans la façade d'un immeuble de la rue de la Table-Ronde. La chapelle de l'abbé n'est plus signalée que par un fragment de corniche et un modillon sur la façade sud de l'école de la Table-Ronde. La maison du Chamarier (intendant de l'abbaye), accolée au sud de l'église abbatiale, conserve des éléments du XIIIe siècle. Enfin le palais abbatial aujourd'hui englobé dans l'école de la Table-Ronde conserve un escalier du XVIIIe siècle. 
82856 
85 Abbaye de Saint-Yved, Braine, Picardie, Frankrijk  3.531944  49.341667  Braine est une commune de l'Aisne en France.
Monuments L'abbaye de Saint-Yved, datant du Ve siècle,entre en 1130 dans l’ordre des Prémontrés. L'abbatiale fut la nécropole des comtes capétiens de Dreux. 
36468 
86 Abbaye du Val-Dieu, Liège, België  5.805017  50.698038  L'Abbaye du Val-Dieu se trouve à Aubel, dans le pays de Herve, en Belgique. Sa construction date du début du XIIIe siècle et est l'œuvre de moines de l'Ordre de Cîteaux.
Les origines du Val-Dieu se rattachent à une communauté de moines cisterciens envoyés en l’an 1180 de l’abbaye d’Eberbach, au diocèse de Mayence, à Hocht, près de Maastricht, au diocèse de Liège, pour y fonder un monastère de l’ordre. La situation précaire de cette fondation fit que la communauté émigra aux confins du comté de Dalhem et du duché de Limbourg, dans un site sauvage et solitaire du val de la Berwinne, sur des terres plus fertiles dont firent donation, en 1216, Lothaire 1er ,comte de Hochstade et de Dalhem, et Henri III, duc de Limbourg.
L'abbaye a été partiellement détruite plusieurs fois :
* Un incendie détruit l'église en 1286 (reconstruite en 1331)
* Des Protestants mirent le feu à l'église et au monastère en 1574, la reconstruction s'acheva en 1625
Après la suppression des Ordres en 1796, l'abbaye est mise en vente en 1798. L'abbé directeur se rend propriétaire de l'église, du couvent, du jardin et de la ferme. À son décès, tout devient propriété de sa famille.
À partir de 1844, seul le château appartient aux laïcs, le reste est occupé par des moines, qui revivent en communauté à l'abbaye.
Cette cohabitation durera jusqu'en 1975.
Brasserie et fromagerie
Le brassage de la bière est un art qui est à nouveau pratiqué, depuis 1997, au sein de l'abbaye. C'est un laïc qui exerce la fonction de brasseur.
Trois bières de fermentation haute y sont fabriquées :
* Une blonde de tradition
* Une brune de tradition
* Un triple blonde
Un fromage à pâte pressée demi-cuite est également produit par l'abbaye.
De abdij van Godsdal (Frans: Val-Dieu), is een oude Cisterciënzerabdij in Aubel in de provincie Luik. De abdij dateert van bij het begin van de 13e eeuw.
Geschiedenis
In 1180 werden monniken uitgezonden van de abdij van Eberbach in Duitsland naar Hocht bij Maastricht (Lanaken), maar in 1216 kwamen zij terecht in een verlaten gebied in de vallei van de Berwijn in het land van Overmaas, precies op de grens van het graafschap Dalhem en het hertogdom Limburg.
Later ging de abt van Godsdal deel uitmaken van de statenvergadering van Dalhem of Daelhem.
De abdij werd enkele keren geteisterd door brand. In 1286 vernielde een brand de kerk, die in 1331 terug opgebouwd werd. Protestantse opstandelingen, volgens sommigen Hollandse of staatse troepen, staken in 1574 de kerk en het klooster in brand; de wederopbouw werd voltooid in 1625.
Onder de Franse bezetting werden de orden afgeschaft en de abdij werd in 1798 verkocht aan de abt en zijn familie. Vanaf 1844 wonen er opnieuw monniken.
Brouwerij en kaas
Vanaf 1997 wordt er in de abdij opnieuw bier gebrouwen (blond, bruin en triple blond). Er is ook een kaasmerk onder de naam Abbaye du Val-Dieu. 
33275 
87 Abbaye Sainte-Geneviève, Paris, Île-de-France, Frankrijk  2.347651720046997  48.8459694874107  L'abbaye Sainte-Geneviève de Paris était une ancienne abbaye parisienne dont plusieurs bâtiments ont été conservés.
Historique
Située à proximité de l'église Saint-Étienne-du-Mont et du Panthéon, elle fut fondée en 502 par Clovis et son épouse Clotilde sur le mons Lucotitius où se trouvait déjà un cimetière, sous le nom de monastère des Saints-Apôtres (car dédié aux apôtres Pierre et Paul) ou ils furent inhumés tous les deux.
Sainte Geneviève avait l'habitude d'y venir prier et empruntait pour cela un chemin devenu par la suite : « rue de la Montagne-Sainte-Geneviève ». À sa mort en 512, sa dépouille fut enterrée dans l'église abbatiale aux côtés de Clovis et rejointe plus tard par la reine Clotilde.
Ravagée par les invasions normandes en 857, elle ne fut reconstruite qu'au début du XIIe par Étienne de Tournai, elle appartenait alors à l'ordre de Cluny.
l'état du XIIe d'après 'le dictionnaire raisoné' de Eugène Viollet-le-Duc.
Plusieurs conciles y furent tenu au VI et VIIe siècle, notamment celui de 577 contre Prétextat évêque de Rouen.
Lors de grand désordres, des processions avaient lieu en sortant la chasse de Sainte Geneviève qui parcourrait alors des rues de Paris, cette chasse fut fondue à La Monnaie de Paris en 1793 et les ossements de la sainte, brûlés. La chasse faisait partie d'une œuvre de Germain Pilon pour la statuaire et de l'orfèvre Bonard qui en 1242 pesais 193 marcs d'argent et sept marcs et demi d'or.
De cette ancienne église abbatiale, démolie en 1807 pour percer la rue Clovis, on découvrit dans les fouilles leurs tombeaux qui furent transportés au Musée des Monuments Françaisréf. nécessaire. De l'église initiale, il ne subsiste plus que le clocher connu actuellement sous le nom de "Tour Clovis" située dans l'enceinte du lycée Henri-IV, lui-même constitué par les anciens bâtiments conventuels de l'abbaye, datant des XIIIe et XVIIe siècles.
Le 24 juin 1667 le cercueil en cuivre de Descartes y fut déposé sous un monument de marbre.
Comme siège de la Congrégation de France (ou 'association') des abbayes augustiniennes dites des Génovéfains, l'abbaye eut une grande influence en Europe à partir du XVIIe siècle. La fédération des abbayes augustiniennes initiée par le cardinal de la Rochefoucauld, abbé commendataire de l'abbaye, avait pour but d'introduire dans les abbayes augustiniennes les réformes demandées par le concile de Trente.
Avant la Révolution française, un projet de reconstruction avait été commencé : une nouvelle abbatiale monumentale fut construite sur une crypte. Cette église, due à l'architecte Jacques-Germain Soufflot, est aujourd'hui connue sous le nom de Panthéon de Paris.
Parmi les richesses de l'abbaye, une importante bibliothèque qui est devenue la bibliothèque Sainte-Geneviève. L'astronome Pingré en fut le bibliothécaire. 
82901 
88 Abbega, Wymbritseradeel, Friesland  5.570286512156599  53.01934724181899  Abbega (Fries: Abbegea) is een dorp in de gemeente Súdwest-Fryslân, in de Nederlandse provincie Friesland.
Beschrijving
Tot 2011 lag Abbega in de voormalige gemeente Wymbritseradeel. Het dorp telt ongeveer 260 inwoners.
Er staat een kleine basisschool, genaamd Bernegea. Het fonds (leen) 'sint geertruiden', waardoor in de afgelopen eeuwen honderden studenten de mogelijkheid hebben gekregen om te kunnen studeren, heeft zijn oorsprong in dit dorp. 
134201 
89 Abbekerk, Noord-Holland  5.020065  52.732094  Abbekerk (Westfries: Abbenkerke; verouderd: Abbentjerke) is een stad en dorp in de Nederlandse provincie Noord-Holland, sinds 2007 deel uitmakend van de gemeente Medemblik. Hoewel het formeel een stad is, wordt de plaats meestal aangeduid als dorp, ook omdat bij de stad het dorp Lambertschaag behoort en omdat de stede sinds 1811, bij de invoering van de gemeentes, niet meer een bestuurlijke of judicieel een functie had en vanaf 1830 de stad niet uitgedragen werd.
Tot 1 januari 1979 was Abbekerk een zelfstandige gemeente, waartoe ook het dorp Lambertschaag behoorde. In 1979 fuseerde de gemeente met de gemeenten Midwoud, Opperdoes, Sijbekarspel en Twisk en het dorp Hauwert (tot dan behorend tot de gemeente Nibbixwoud) tot de gemeente Noorder-Koggenland, die zelf per 1 januari 2007 fuseerde tot de gemeente Medemblik.
Op 2 februari 1414 werd Abbekerk door Willem VI, samen met Twisk, Midwoud en Lambertschaag verheven tot de stede Abbekerk. Later zou het alleen nog gehele stadsrechten hebben met Lambertschaag, al bleven Twisk en Midwoud onder de stede Abbekerk vallen en dus ook onder de gezamenlijke rechtbank voor hoge, middelbare en lage jurisdictie van de stede. Ook hadden de twee dorpen nog eigendomsrechten via de stede. In Abbekerk was het een "regthuys" (rechthuis) gevestigd van de stede en de stad. Dit gebouw bestaat nog steeds, alhoewel het in 1830 door een verbouwing een heel ander aanzien kreeg. In 1830 werden ook de eigendomsrechten van Twisk en Midwoud afgekocht.
Abbekerk komt als plaatsnaam voor het eerst voor in 1310 als Abbenkerke. De plaatsnaam zou verwijzen dat hier een kerk van de persoon of familie van Abbe(n) stond.
De plaats is gelegen aan de Westfriese Omringdijk, vroeger lag het aan het water, tegenwoordig aan de polder van de Wieringermeer. Het dorp Abbekerk ligt zelf niet aan de dijk, dit is het dorp Lambertschaag.
Abbekerk werd in 1969 tot groeikern aangeduid. Het werd daardoor een stuk groter dan het lange tijd was geweest. Heel lang had Abbekerk zo'n 1000 inwoners, in 1984 was dit ruim verdubbeld, tot 2093. Bij het ontstaan van Noorder-Koggenland in 1979 was Abbekerk ook de hoofdkern geworden van de gemeente, ondanks het feit dat het gemeentehuis in Midwoud was gevestigd. In de loop van de jaren 1990 werd Midwoud mede de hoofdkern om zo ook te kunnen groeien.
Met Lambertschaag deelt Abbekerk een oud stationsgebouwtje aan de lijn Hoorn-Medemblik van de toenmalige Locaalspoorwegmaatschappij Hollands Noorderkwartier. Het werd in gebruik genomen op 3 november 1887, en op 5 januari 1941 weer gesloten. Het gebouw is een laag langwerpig gebouw en groen gekleurd.
Een bekende inwoner van Abbekerk is Wil Hartog, een voormalig Nederlands motorcoureur.
Verder is Abbekerk bekend van het internationaal bekende bedrijf Grasdrogerij Hartog. Het huidige bedrijf is gevestigd in de buurtschap Koppershorn, dat formeel onder het Lambertschaag valt. De grasdrogerij verhuisde naar Koppershorn omdat het in Abbekerk gestarte bedrijf dermate groot was geworden dat de overlast te groot was. In 1974 werd er gestart met de bouw van het bedrijf in Koppershorn. Wil Hartog, de zoon van oprichter Jan Hartog, nam in de jaren 1980 het directeurschap op zich nadat hij zijn sportcarrière beëindigde; hij was een bekend motorrijder en winnaar van de TT van Assen. In 2001 werd het bedrijf getroffen door een grote brand, maar al snel werd het heropgebouwd. 
907 
90 Abbemuhlen, Versen, Niedersachsen, Duitsland  7.2238969802856445  52.734342769426426  Beschrijving van de plaats
Versen heeft in 2005 bijna 1.800 inwoners en ligt aan de Eems, evenals aan de federale snelweg 402 en de rijksweg A31. De oude verlaten handelsroute van het Semester, de zogenaamde Friese straat, loopt door de stad. De plaats werd voor het eerst genoemd in 854 als een fersne. Versen vierde zijn 1150-jarig jubileum in 2004.
Ver buiten het Emsland werden verzen bekend door de ontdekking van het veenlichaam "Roter Franz". Lange tijd werd het beschouwd als het best bewaarde veenlichaam. De "Rode Franz" werd gevonden in juni 1900. De laatste onderzoeken dateren de dood van de "Emsland Ötzi" naar de periode tussen 252 en 388 na Christus.

Tijdens de periode van het nationaal-socialisme, werd een van de Emsland-kampen in Versen opgericht vanaf de zomer van 1938.
Verzen behoren kleinere nederzetting eenheden (oudere boerderijen en gehuchten) in een vroeg stadium op verspreide zandrug van Emstales gevonden: in het oosten op de "Bergham," van hier, halverwege verzen aan de rand "Borker Hamm" en in het noorden van vandaag "Abbemühlen ". HeimathausIn het midden van de 18e eeuw wordt de nieuwe nederzetting "Tuntel" in de vorm van een Moorhofkolonie gebouwd aan de rand van de grotendeels onbebouwde Bourtanger Moor, ver ten westen van het voormalige nederzettingsgebied. 
634 
91 Abbenbroek, Bernisse, Zuid-Holland  4.24277777777778  51.8486111111111  Abbenbroek is een dorp in de Nederlandse provincie Zuid-Holland dat sinds 1 januari 1980 tot de gemeente Bernisse behoort . Het dorp heeft ruim 1300 inwoners (2006). Abbenbroek is omstreeks 1200 ontstaan langs de rivier Bernisse op het eiland Voorne. Abbenbroek ligt ongeveer 4 kilometer ten westen van Spijkenisse en 2,5 kilometer ten zuiden van Heenvliet.  36089 
92 Abbenes, Haarlemmermeer, Noord-Holland  4.590353965759277  52.234503325743404  Abbenes is een dorp in de gemeente Haarlemmermeer in de provincie Noord-Holland, gelegen aan de Hoofdvaart tussen Nieuw-Vennep en Buitenkaag, in het zuidwestelijke, minst verstedelijkte gedeelte van de Haarlemmermeer. Het telt 1136 inwoners (op 1 januari 2009).
De naam van het polderdorp herinnert aan het gelijknamige eiland in het Haarlemmermeer, dat mettertijd in het meer was verdwenen. De naam van dit eiland komt van "het nes van de abt", wat zoiets betekent als de neus van de abdij. Over het bestaan van een abt op het eiland zelf heerst enige onduidelijkheid. Vlakbij lag ook de landtong Huigsloot; de Dr. Heijelaan loopt daarnaartoe.
Verenigingen
De verenigingen in Abbenes zijn onder andere de Oranje Evenementen Vereniging, Sportvereniging Abbenes, Toneelvereniging Abbenes en de Algemene Volleybal Vereniging Abbenes.
Scholen
Op dit moment is er in Abbenes slechts een school. De basisschool De Tonne. Deze school heeft vroeger ook Meester Pieter Boekelschool geheten. Langs de Hoofdweg bevond zich vroeger de School met de Bijbel en in de Dr. Heijelaan stond de Cornelia Sophia School.
Monumenten
Er bevinden zich in 2009 5 monumenten in Abbenes. Dit zijn de Boerderijen Andreas Hoeve, Vondel's Landleeuw en Meerhof, de Nederlands Hervormde Kerk en het graf van de negentiende-eeuwse arts en schrijver J.P. Heije. Heije was de auteur van vele nog steeds bekende kinderliedjes, zoals Zie de maan schijnt door de bomen. Hij bracht zijn laatste levensjaren in Abbenes door en was er de plaatselijke weldoener. 
74847 
93 Abbeville, Picardie, Frankrijk  1.8419265747070312  50.107808876025054  Abbeville-Nord is een kanton van het departement Somme in Frankrijk. Een kanton omvat veelal een aantal kleinere gemeentes. Maar bij grotere plaatsen is het zo dat een dergelijke gemeente meerdere kantons kan omvatten.
Het kanton Abbeville-Nord omvat de volgende gemeentes:
* Bellancourt
* Caours
* Drucat
* Grand-Laviers
* Neufmoulin
* Vauchelles-les-Quesnoy
Abbeville-Sud is een kanton van het departement Somme in Frankrijk. Een kanton omvat veelal een aantal kleinere gemeentes. Maar bij grotere plaatsen is het zo dat een dergelijke gemeente meerdere kantons kan omvatten.
Het kanton Abbeville-Sud omvat de volgende gemeentes:
* Bray-lès-Mareuil
* Cambron
* Eaucourt-sur-Somme
* Épagne-Épagnette
* Mareuil-Caubert
* Yonval 
34554 
94 Abbotsford, British Columbia, Canada  -122.27766036987305  49.0427066868467  Abbotsford is a Canadian city in the Fraser Valley of British Columbia, adjacent to Greater Vancouver. It is the 5th largest municipality in British Columbia and the 37th largest in Canada, home to 128,940 people (2006). Its Census Metropolitan Area numbers 159,020 people (23rd largest in Canada in 2006).
Abbotsford is the third most ethnically diverse city in Canada, after Toronto and Vancouver. It is also home to Abbotsford International Airport, which serves as a reliever airport to Vancouver International Airport.
The municipality shares its southern boundary with the Canada-US border, across from Sumas, Washington. In Canada, it is bordered by Langley to the west, Mission to the north, and Chilliwack to the east. Most of Abbotsford has dramatic views of Mount Baker, which is less than 100km from the city.
History
The first stage in Abbotsford's colonial development occurred when the Royal Engineers surveyed the area in response to the Gold Rush along the Fraser River in 1858. This led to the building of Old Yale Road, the first transportation route to link the Fraser Valley. Settlement continued and tobacco, milk and butter was produced by the late 1860s. In 1891 the Canadian Pacific Railway built a line through the area that connected Mission with Sumas. BC Electric Railway arrived soon after in 1910, ensuring a rapid rate of growth that has continued to this day.
The most notable natural disaster to ever hit Abbotsford was a major flood in 1948.
Demographics
Abbotsford is the third most ethnically diverse city in Canada and has been well-known, like neighbouring communities on the south bank of the Fraser, for having a large German and Dutch population within the usual core of British ethnicities as well as an associated large religious community of Lutherans, Mennonite, Dutch Reformed and various fundamentalist and evangelical denominations. As also typical in British Columbia, there are large components of the population from the Scandinavian and Eastern and Southern European nationalities. It now leads the country with the highest proportion of people of South Asian origin per capita, according to results from the 2006 census.
Abbotsford's largest religious group is Christian at a total 61.4%, with most belonging to Protestant and Anabaptist (Mennonite Brethren and Mennonite Church) denominations. The largest non-Christian religious group is the Sikh community, comprising 13.4% of the population. The city contains the first Sikh temple built in Canada, which is also one of the oldest in North America.
The largest racial group is Caucasian, comprising approximately 79.6% of the population. The largest ethnic groups within this are English, German, Canadian, Scottish, Irish, Norwegian, Swedish, Italian, Hungarian, Russian, Polish, Danish and Spanish. (see table below)
The next largest racial group in Abbotsford is South Asian (countries of India, Pakistan, Bangladesh and Sri Lanka) comprising 14.9% of the population. Next are East and Southeast Asian at 4.71%, then Aboriginals, at 2.2% of the population (3.4% including Metis and indigenous peoples from other parts of Canada and the United States.
English is the primary language spoken, with 71.2% of the population having it as their first language. Punjabi is the second most spoken language.
23.8% of the city's population was born outside of Canada. Of that percentage, a majority is from South Asia, followed by groups from Southeast Asia, China, Korea and Latin America. 
59106 
95 Abbotsford, Victoria, Australia  145.002  -37.803  Abbotsford (parts of which were also known as Carringbush at the turn of the 19th century) is a small inner city suburb of Melbourne, Victoria, Australia, nestled in between Collingwood, Richmond and Clifton Hill and separated from Kew by the meandering Yarra River. Formerly part of the City of Collingwood, it is now part of the City of Yarra.
History
Abbotsford area was once bush along the Yarra River, but was subdivided as an industrial estate in the late 1870s.
Originally the area was home to many Irish, mostly factory workers, and until the construction of Melbourne's sewerage and drainage systems was regularly flooded by the Yarra River. Since World War II the area has become very multicultural, with many Greeks, Italians, Vietnamese, Chinese and more recently Arabs and Africans making it their home.
In the 1960s a section of the northern part of the suburb was demolished to make way for the Eastern Freeway.
The originally working class area long had a reputation for heroin and crime.
Along with Clifton Hill and Collingwood the suburb was a part of the City of Collingwood until former State premier Jeff Kennett conducted a wholesale merger of local government areas in the early 1990s.
Property values have skyrocketed in recent years and many young professionals have moved to the area and the old industrial areas have experienced significant gentrification and urban renewal since 2000.
In recent years, Victoria Street has become associated with Melbourne's Vietnamese community and is home to the biggest and best selection of Vietnamese food in Melbourne and is known as Little Saigon along Victoria Street. 
34674 
96 Abcoude Proosdij, Utrecht  4.9833  52.2833  Abcoude (Vroeger Abcoude Proosdij) is een gemeente en dorp in het noordwesten van de Nederlandse provincie Utrecht, grenzend aan de gemeente Amsterdam. De gemeente telt 8.657 inwoners (per 1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 32,11 km² (waarvan 1,75 km² water).  20006 
97 Abcoude, Utrecht  4.9833  52.2833  Abcoude is een gemeente en dorp in het noordwesten van de Nederlandse provincie Utrecht, grenzend aan de gemeente Amsterdam. De gemeente telt 8.657 inwoners (per 1 januari 2007, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 32,11 km² (waarvan 1,75 km² water).  21483 
98 Abdij Averbode, Averbode, Vlaams-Brabant, België  4.979209899902344  51.03363687084692  De Abdij van Averbode werd in 1135 gesticht op initiatief van Arnold II, graaf van Loon. Eggebertus van Rolingen, een kasteelheer van het huidige Rullingen was getuige bij de stichting.
Het is een abdij van de Premonstratenzers, ook Norbertijnen of Witheren genoemd.
Geschiedenis
In de beginjaren overleefde de kloostergemeenschap, die oorspronkelijk uit mannen en vrouwen bestond, door landbouw waarbij de Norbertijnen hulp kregen van lekenbroeders. De zusters verhuisden aan het begin van de 13e eeuw naar een eigen abdij (Keizerbos). Deze gemeenschap bleef tot 1796 bestaan.
In 1154 schonk graaf Lodewijk I van Loon de Bolderbergwinning, nu gekend als domein Bovy aan de kloostergemeenschap. Het bleef in hun bezit tot de Franse revolutionairen het domein verbeurd verklaarden en verkochten.
De Norbertijnen van Averbode hielden zich in de late middeleeuwen meer met pastoraal werk bezig. De kerk en het abdijgebouw werden in 1499 door blikseminslag zwaar beschadigd. Tijdens de 16e eeuw moesten de Norbertijnen verscheidene keren een veilig onderkomen zoeken in hun refugehuis van Diest en later Averbode verlaten om zich eerst in Sint-Truiden, daarna in Diest te vestigen. In 1604 lieten de omstandigheden het toe om terug te keren.
In 1648 voltooiden Norbertijnen de bouw van een bedevaartskapel in Kortenbos bij Sint-Truiden. De Fransen schaften in 1796 bijna alle kloosters en abdijen af; de abdij werd verkocht en het klooster afgebroken. Het monumentale pijporgel van Robustelly werd gekocht door de St. Lambertuskerk te Helmond (Nederland), waar het nog steeds te bewonderen en te beluisteren valt. In 1802 verwierven de Norbertijnen de abdij opnieuw en na de onafhankelijkheid van België in 1830 werd het kloosterleven in Averbode hervat. In 1858 werd het op dat moment grootste romantische kerkorgel van België in de abdij in gebruik genomen, gebouwd door Hippolyte Loret. Dit orgel is momenteel onbespeelbaar en wacht op restauratie.
Op het einde van de 19e eeuw vertrokken ook de eerste missionarissen naar Brazilië. Toen legden de broeders zich toe op drukkers- en uitgeversactiviteiten en het aantal leden van de gemeenschap nam in die periode sterk toe. Vanaf 1920 gaf de abdij een kindertijdschrift uit: Zonneland. In 1930 volgden de Vlaamse Filmpjes, waarin de jeugd kon kennismaken met de literatuur, en in 1958 ontstond Zonnekind. De drukkerij, die zich op het terrein van de abdij bevond, werd in 1996 verkocht aan een privéonderneming, deze is intussen failliet. De plaats van de drukkerij wordt momenteel omgebouwd.
In 1942 telde de gemeenschap 230 leden. In hetzelfde jaar werd het hele complex behalve de kerk door brand vernield.
In de jaren vijftig van de vorige eeuw waren de Norbertijnen actief in het onderwijs door het stichten van colleges voor middelbaar onderwijs.
Huidige activiteiten
Tegenwoordig (2004) vind je in de abdij een gastenkwartier, een bibliotheek en een bezinningscentrum. De gemeenschap telt 92 leden waarvan er 39 in de abdij leven en werken. De huidige abt is Jos Wouters. Hij volgde in februari 2006 abt Ulrik Edward Geniets op die in november 2005 onverwacht stierf. 
67829 
99 Abdij Rijnsburg, Zuid-Holland  4.443444013595581  52.1895065816722  De Abdij van Rijnsburg (1133 - 1574) werd in 1133 gesticht door Petronilla van Saksen, de weduwe van graaf Floris II, tijdens haar regentschap voor haar zoon Dirk VI. Het was een vrouwenabdij in de traditie van Cluny. Er konden uitsluitend adellijke vrouwen toetreden.
Onder bescherming van de graven en gravinnen van Holland werd het de belangrijkste vrouwenabdij van Holland, met zeer veel bezittingen. Onder andere Aalsmeer en Boskoop.
In 1574 werden de gebouwen van de abdij verwoest. In het centrum van Rijnsburg resteert, als deel van de huidige kerk, alleen nog een van de twee torens van de romaanse abdijkerk. 
82922 
100 Abelstok, Leens, Groningen  6.44944444444444  53.3513888888889  Abelstok is het gemaal vlakbij de Abelstokstertil in de provincie Groningen dat als een van de drie gemalen de zg. tweede schil van het door de bodemdaling door gaswining verzakte gebied gaat bemalen.
Het gemaal staat met de gemalen Stad & Lande en Schaphalsterzijl op de rand van het verzakte gebied.
Naast het gemaal is een schutsluis aanwezig om de scheepvaart (voornamelijk pleziervaart) mogelijk te houden.
Het gemaal staat in de Hoornsevaart op de plek waar de Kromme Raken naar het zuiden aftakt.
Ook het bos aan de overkant van de provinciale weg heet Abelstok.
De Abelstokstertil is de brug (til) met de N361 over de Kromme Raken tussen Mensingeweer en Wehe-den Hoorn (gemeente De Marne).
De naam Abelstok is bij veel Groningers bekend. De herkomst van de naam is onduidelijk. Vermoedelijk is het genoemd naar een paal (stok) die daar in of bij het water was geplaatst namens de abt van het klooster van het Oldenklooster en Nijenklooster (ten noorden van Wehe-den Hoorn). Abelstok zou dus zijn: abtenstok. De paal zou kunnen zijn bedoeld om een doorwaadbare plek aan te gegeven of het zou een grenspaal kunnen zijn geweest. De aanduiding stok zou ook kunnen verwijzen naar een smalle loopbrug met één leuning.
De naam is al lang in gebruik en dus zeker – zoals wel wordt gedacht – geen verwijzing naar de nabij gelegen boomgaard, waar bij de ingang de naam Abelstok is aangebracht.
Een sage wil doen geloven dat een zekere Abel de naamgever was. Hij had gewed dat hij met een polsstok over het water kon springen. Dat lukte hem inderdaad, maar hij sprong zo ver dat niemand hem nog kon zien, waarop iedereen "Wee, wee" riep. Zo kwam Wehe aan zijn naam. Om aan te geven dat hij goed was overgekomen blies de bakker op zijn hoorn. Zo kreeg Den Hoorn zijn naam. Toen was men gerust gesteld en zei: "d' Mens is er weer" en dat werd: Mensingeweer. 
65702 


1 2 3 4 5 ... 144» Volgende»