Rapport: Plaatsnamen in Groningen en Drenthe

         Beschrijving: Places in Groningen and Drenthe


Treffers 1 t/m 100 van 1045   » Komma gescheiden CSV bestand

1 2 3 4 5 ... 11» Volgende»

# Plaats Longitude (Lengte) Latitude (Breedte) Aantekeningen
1 't Haantje, Sleen, Drenthe  6.82305555555556  52.8147222222222  't Haantje is een dorp in de gemeente Coevorden in de provincie Drenthe, met ongeveer 230 inwoners.
Het dorp is na de aanleg van het Oranjekanaal ontstaan. De herkomst van de naam is onzeker. Men vermoedt dat het de naam van een café is geweest, maar het waarom van de naam is onduidelijk. Het verhaal gaan dat de herbergier een struik bij huis had staan die in de vorm van een haan was geknipt.
Het bezit een zwembad dat de gemeente heeft willen sluiten, maar door protest van de bewoners werd besloten dat het zwembad toch kan blijven. Ook is er een voetbalclub, VV Theo genaamd (theo = 't Haantje en omstreken). 
2 't Heem, Vlagtwedde, Groningen  7.049016952514648  52.88612158186294  't Heem is tegenwoordig een wijk van Ter Apel in het Groningse Westerwolde (Nederland). Oorspronkelijk was het een gehucht even ten noorden van het kloosterdorp.
De huidige wijk wordt begrensd door de voormalige spoorlijn in het zuiden en de Nulweg in het noorden. De naam 't Heem betekent hoge boerenplaats. 
3 't Klooster, Usquert, Groningen  6.619480  53.429688  Zie ook de kaart. Een gehucht met twee huizen. 
4 't Lage van de weg, Uithuizen, Groningen  6.655098  53.411839  't Lage van de weg is een dorpje in de gemeente Eemsmond in de provincie Groningen. Het ligt direct ten westen van Uithuizen.
Het dorp ontstond in het midden van de negentiende eeuw. De naam verwijst naar de verhoging die naast de weg is ontstaan na een dijkdoorbraak in de veertiende eeuw. Op die verhoging staan een aantal boerderijen, die als buurt ook bekend zijn als Bovenhuizen. De huizen langs de weg liggen een stuk lager en heten daarom het Lage van de weg. 
5 't Schot, Vlagtwedde, Groningen  7.083499431610107  52.863365411807095  't Schot is een gehucht vlak bij Ter Apel in de gemeente Vlagtwedde. Het ligt ten zuiden van Ter Apel, ten noorden en zuiden van het Ruiten-Aa-kanaal, waar dit samenkomt met het Ter-Apelkanaal.
Anders dan de aanpalende dorpen Burgemeester Beinsdorp en Agodorp, die beiden uit de twintigste eeuw stammen, wordt 't Schot, net als 't Heem aan de noordzijde van Ter Apel, al op oude kaarten vermeld. De oorsprong van het gehucht hangt samen met de stichting van het Klooster Ter Apel in de vijftiende eeuw. De naam verwijst naar een schot, dat is een stal of schuur. De monniken van het klooster lieten hier hun vee grazen.
Het oorspronkelijke gehucht wordt omgeven door een bos met dezelfde naam. 
6 't Veen, Muntendam, Groningen  6.861777305603027  53.123289748203966  Het Veen, ook wel geschreven als 't Veen, is een streeknaam in de gemeente Menterwolde. De streek ligt ten zuiden van Muntendam, tegen de gemeentegrens met Veendam. Aan de noordzijde ligt het Eerste Veen, aan de zuidzijde het Tweede Veen. 
7 't Veen, Zuidbroek, Groningen  6.856389  53.178889  't Veen of Het Veen, vroeger Uiterbuursterveen genoemd, is een gehucht in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. Het dient niet te worden verward met het gehucht Het Veen ten zuiden van Muntendam.

Het gehucht ligt aan het gelijknamige niet voor doorgaand verkeer toegankelijke pad 't Veen ten westen van Uiterburen en ten zuiden van Botjes Zandgat. Er staan een zestal huizen.

In 1866 werd hier een joodse begraafplaats in gebruik genomen, waaromheen rond de eeuwwisseling vervolgens het gehucht ontstond. In de jaren 1960 werd een grootscheepse ruilverkaveling doorgevoerd, waardoor het landschap rond het gehucht ingrijpend veranderde. Dwars door het gehucht werd de Botjesweg aangelegd, waarna ten noorden van het gehucht de zandafgraving Botjes Zandgat ontstond en het deel van het gehucht ten westen van de Botjesweg werd afgebroken, waarna ook de weg aldaar verdween. Het huidige gehucht is dus het oostelijke restant van het oorspronkelijke gehucht. 
8 't Waar, Scheemda, Groningen  6.95194444444444  53.2252777777778  't Waar is een streekdorp in de gemeente Scheemda in de provincie Groningen (Nederland), gelegen in het kleigedeelte van het Oldambt. Het dorp ligt aan een oude oeverwal in de ingepolderde Dollard.
De naam van het dorp verwijst naar een sluis in het Ol Daipke. Woar of waar is een oud synoniem voor zijl het Groningse woord voor sluis. De Dollard werd in deze streek vanaf het einde van de zestiende eeuw op de zee teruggewonnen.
Voor de inpoldering liep hier de Menter A, het Oude Diepje zal daar en restant van zijn geweest. Tegenwoordig ligt het dorp tussen het Buiten Nieuwediep en het Termunterzijldiep. 't Waar vormt samen met Nieuw-Scheemda een dubbeldorp. 
9 't Zandt, Groningen  6.774918211969407  53.36637515514179  't Zandt is een dorp en voormalige gemeente provincie Groningen, Nederland. Het dorp heeft bijna 900 inwoners. In 1990 is 't Zandt bij de gemeente Loppersum gevoegd.

Het dorp is ontstaan als dijkdorp na de inpoldering van de voormalige Fivelboezem in de veertiende eeuw door monniken van het klooster Bloemhof. De naam verwijst naar een zandrug in de oude boezem. Dorpsbewoners wonen niet ín 't Zandt, maar óp 't Zandt.
Een opmerkelijk pand in het dorp (op het voormalige grondgebied van het dorp Leermens), is de zogenaamde sarrieshut. Deze hoorde bij de voormalige molen, de Leermenstermolen. Deze molen is in 1957 afgebroken, één roede ging naar een molen te Warffum. Bij iedere korenmolen in de provincie Groningen stond vroeger een sarrieshut. Dat was de woning van de chercher, de ambtenaar die belast was met de controle op de belasting op het gemaal. Het woord Chercher werd verbasterd tot sarries.
Even buiten het dorp ligt de boerderij Alberdaheerd. Hier stond vroeger een borg die bewoond werd door het geslacht Alberda. De borg is verdwenen, maar het borgterrein, met gracht, oprijlaan en bomen, is nog aanwezig. Tegenwoordig bevindt zich hier een sierviskwekerij.
't Zandt is gebouwd op een zandplaat die al bestond in de tijd dat de dijk op de lijn Godlinze, Schatsborg, Zeerijp als zeewering het achterland tegen het water beschermde. in die tijd liepen wadlopers al van de dijk naar de zandplaat en terug. Ze droegen stokken om de prielen makkelijker over te steken. Later hadden de wadloppers mooie wandelstokken. Vandaar de naam van de inwoners van 't Zandt " 't Zandster Handstokken".
Voormalige gemeente
De gemeente 't Zandt bestond tot 1990 naast het hoofddorp uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Eenum, De Groeve, Kolhol, Leermens, Lutjerijp, Oosterwijtwerd, 't Zandstervoorwerk, Zeerijp en Zijldijk. 
10 1e Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.93388888888889  52.9280555555556  Eerste Exloërmond (of: 1e Exloërmond) is een klein dorp in de gemeente Borger-Odoorn, provincie Drenthe.
Het ligt vlakbij Nieuw-Buinen en Tweede Exloërmond. Eerste Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 390 inwoners (201 mannen en 189 vrouwen).
Het dorp, dat vlakbij de provinciegrens met
Groningen ligt, heeft een korte geschiedenis. Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd
genoemd. De 'mond' werd gegraven ten behoeve van het vervoeren van onder andere turf naar de stad Groningen.
Door de vervening die daardoor ontstond, werd het gebied bewoonbaar en groeide de bevolking zeer snel. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
Als alternatief voor vervoer per schip en personenvervoer werd er een spoorlijn aangelegd in het gebied, die vanaf 2 mei 1924 ook een halte in Eerste Exloërmond kende. Al op 15 mei 1935 werd de halte gesloten. Het enorme, statige stationsgebouw bleef tot in de jaren '70 staan.
In 2003 is er een kunstwerk geplaatst die herinnert aan de plek. De spoorrails liggen er nog wel.
Eerste Exloërmond kent, net als vele andere kleine nederzettingen in de regio, een continue bevolkingsafname. Dit terwijl de grotere plaatsen alleen maar groeien. 
11 2e Exloërmond, Odoorn, Drenthe  6.92833333333333  52.9063888888889  Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Tweede Exloërmond of 2e Exloërmond (Drents: Tweide Ekselermond) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Borger-Odoorn. Tweede Exloërmond telde (volgens informatie van de gemeente Borger-Odoorn) op 1 januari 2006 2427 inwoners (1234 mannen en 1193 vrouwen). De officiële naam van het dorp is 2e Exloërmond, maar het is gebruikelijker de naam te spellen als Tweede Exloërmond.
Tweede Exloërmond is een veenkolonie, hoofdzakelijk bestaande uit lintbebouwing, die zich uitstrekt over een lengte van meer dan zes kilometer tot aan de provinciegrens met Groningen. Aan het zuideinde van het dorp bevindt zich naast het lint een nieuwbouwwijk.
In het dorp bevinden zich drie kerken: de Nederlands Hervormde kerk van de Protestantse Gemeente, een fraaie Baptistenkerk uit 1922 en een modern kerkgebouw van de Nieuw-Apostolische gemeente.
Tweede Exloërmond heeft de volgende voorzieningen: een bibliotheek, een openbare en protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en enkele horecagelegenheden.
In 2003 vierde het dorp zijn 150-jarig bestaan. In de ontginningstijd, midden negentiende eeuw, was het leven zwaar. Zowel het graven van kanalen en wijken als het steken van de turf werd met de hand gedaan. Voor de boeren die zich na de ontginning vestigden, was het moeilijk het land vruchtbaar te krijgen. Het had veel mest nodig, maar die was destijds schaars: kunstmest bestond nog niet. Daarnaast was de bereikbaarheid een probleem: pas in 1907 werd een verharde weg aangelegd naar Exloo.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het afgraven van turf gestaakt. Enerzijds was de meeste turf toen wel afgegraven, anderzijds was turf als brandstof overbodig geworden door de komst van andere brandstoffen. Het werd toen een probleem de vele veenarbeiders nieuw werk te verschaffen. Daar ook de werkgelegenheid in de landbouw langzaam terugliep, was dat geen gemakkelijke opgave. Gebrek aan werkgelegenheid is ook vandaag nog een probleem in de Veenkoloniën.
Eind 2006 kreeg het dorp nationale bekendheid door de verkrachting en moord op de 12-jarige inwoonster van dit dorp Suzanne Wisman.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd.
Exloërmond wordt wel gedeeld in 1e Exloërmond en 2e Exloërmond. Mede door de nieuwbouwwijk wonen er anno 2012 in de Tweede Exloërmond meer personen dan in de eerste Exloërmond.
Rond het jaar 1840 werd de 1e Exloërmond gegraven, die ook wel het Noorderhoofddiep werd genoemd. Het hoogste aantal inwoners telde Eerste Exloërmond in het jaar 1919, toen er 636 inwoners waren.
De tweede Exloërmond is van rond 1853. Het dorp was lang alleen over water goed bereikbaar: pas in 1907 werd een verharde weg naar Exloo aangelegd. 
12 2e Valthermond, Odoorn, Drenthe  7.03125  52.887  Tweede Valthermond is een buurtschap behorend tot de voormalige gemeente Odoorn in de provincie Drenthe, (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noordwesten van Ter Apel, pal aan de grens met de provincie Groningen.
Tot 2009 heette deze plaats Tweede Valthermond. In het kader van de in 2009 in werking getreden Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is de naam door de gemeente opnieuw formeel vastgesteld en nu als 2e Valthermond. 
13 Aalden, Zweeloo, Drenthe  6.719512939453125  52.789267958041876  Aalden is een dorp in de provincie Drenthe (Nederland), gemeente Coevorden.
Aalden vormt samen met buurdorp Zweeloo haast een geheel, enkel gescheiden door de Aelderstroom of Westerstroom. Het dorp bestaat zelf ook uit twee delen, gescheiden door de Aelderstraat, de doorgaande weg. Aan de ene kant van de weg ligt Oud-Aalden (Drents: Aold-Aalden), het oude esdorp dat volledig bestaat uit Saksische boerderijen en is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Aan de andere kant van de weg liggen de nieuwbouwwijken van het dorp.
Aalden is sterk op toeristen gericht. Dit heeft vooral te maken met de aanwezigheid van bungalowpark Aelderholt en golfterrein De Gelpenberg. Ook is er een asielzoekerscentrum bij het dorp gevestigd. Bezienswaardig is, naast Oud-Aalden, onder meer korenmolen Jantina Helling (ook wel Aeldermeul genoemd) uit 1891.
Het dorp is het voorzieningencentrum van de voormalige gemeente Zweeloo. Het heeft onder meer een bibliotheek, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, een supermarkt met postagentschap, een bakker en diverse horecagelegenheden.
De marke van Aalden wordt gekarakteriseerd door essen, kleine bospercelen en groenlanden langs de Aelder- of Westerstroom. 
14 Aardscheveld, Assen, Drenthe  6.580984  52.975729  Anreep is een oud esdorp, ontstaan in de middeleeuwen. Op schrift wordt Anreep in 1141 genoemd, waarschijnlijk bestond Anreep toen uit één boerderij. Maar er zijn bewoningssporen gevonden van ver voor de jaartelling. In 1456 zijn in Anreep 4 boerenerven bekend, in 1612 waren dat 5 erven. In het westelijk deel van de marke van Anreep ontstond in de 19e eeuw het Aardscheveld, een plaggenhuttenkolonie. Nu bestaat Anreep nog uit ca. 15 boerderijen, die overigens voor het overgrote deel geen agrarische functie meer hebben.
Ten noorden van Anreep loopt het Anreeperdiepje, de bovenloop van de Drentsche Aa. 
15 Abelstok, Leens, Groningen  6.44944444444444  53.3513888888889  Abelstok is het gemaal vlakbij de Abelstokstertil in de provincie Groningen dat als een van de drie gemalen de zg. tweede schil van het door de bodemdaling door gaswining verzakte gebied gaat bemalen.
Het gemaal staat met de gemalen Stad & Lande en Schaphalsterzijl op de rand van het verzakte gebied.
Naast het gemaal is een schutsluis aanwezig om de scheepvaart (voornamelijk pleziervaart) mogelijk te houden.
Het gemaal staat in de Hoornsevaart op de plek waar de Kromme Raken naar het zuiden aftakt.
Ook het bos aan de overkant van de provinciale weg heet Abelstok.
De Abelstokstertil is de brug (til) met de N361 over de Kromme Raken tussen Mensingeweer en Wehe-den Hoorn (gemeente De Marne).
De naam Abelstok is bij veel Groningers bekend. De herkomst van de naam is onduidelijk. Vermoedelijk is het genoemd naar een paal (stok) die daar in of bij het water was geplaatst namens de abt van het klooster van het Oldenklooster en Nijenklooster (ten noorden van Wehe-den Hoorn). Abelstok zou dus zijn: abtenstok. De paal zou kunnen zijn bedoeld om een doorwaadbare plek aan te gegeven of het zou een grenspaal kunnen zijn geweest. De aanduiding stok zou ook kunnen verwijzen naar een smalle loopbrug met één leuning.
De naam is al lang in gebruik en dus zeker – zoals wel wordt gedacht – geen verwijzing naar de nabij gelegen boomgaard, waar bij de ingang de naam Abelstok is aangebracht.
Een sage wil doen geloven dat een zekere Abel de naamgever was. Hij had gewed dat hij met een polsstok over het water kon springen. Dat lukte hem inderdaad, maar hij sprong zo ver dat niemand hem nog kon zien, waarop iedereen "Wee, wee" riep. Zo kwam Wehe aan zijn naam. Om aan te geven dat hij goed was overgekomen blies de bakker op zijn hoorn. Zo kreeg Den Hoorn zijn naam. Toen was men gerust gesteld en zei: "d' Mens is er weer" en dat werd: Mensingeweer. 
16 Abeltjeshuis, Vlagtwedde, Groningen  7.21451997756958  53.00643152334228  Abeltjeshuis is een streek in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen in Nederland.
Het ligt aan de grens met Duitsland ten oosten van Bourtange.
Abeltjes Huis was de naam van een eeuwenoude boerderij annex herberg. Deze deed in vroegere tijden dienst als rust- en overnachtingsplek voor reizigers die van en naar het Duitse achterland Westfalen trokken. De oude heirweg van Groningen naar Münster passeerde hier de grens.
Historie
Na de inval van de Franse troepen in 1795 werd ook de vesting Bourtange door hen veroverd. Ter verdediging werd ten oosten van Bourtange een linie aangelegd met diverse verdedigingswerken. Een lastig punt in deze verdedigingszone vormde het Abeltjeshuis. Om strategische redenen werd de verdedigingslinie ten oosten van Abeltjehuis aangelegd. Na de opheffing van de vesting Bourtange verloor de verdedigingslinie haar functie. De stichting Het Groninger Landschap wist het gebied in 1936 te verwerven. Diverse onderdelen van de verdedigingslinie zijn nog goed in het landschap te herkennen: de 637 meter lange liniedijk en de plaatsen waar de bastions, de redans en de redoute Bakoven hebben gelegen. 
17 Achterdiep, Sappemeer, Groningen  6.788820  53.172040  Het Achterdiep is een streek in de voormalige gemeente Sappemeer in Midden-Groningen, provincie Groningen.
Tegenwoordig behoordt het Achterdiep tot de wijk Sappemeer-Noord, gemeente Hoogezand-Sappemeer.

De streek is genoemd naar het kanaal het Achterdiep dat parallel aan het Winschoterdiep loopt, vandaar de naam: het diep achter het Winschoterdiep. Dit Achterdiep ligt in de wijk Sappemeer-Noord tussen de Verlengde Winkelhoek in het westen en Spitsbergen in het oosten. Het diep loopt nu onder de Slochterstraat, Verlengde Herenstraat en de Laveiweg door. Oorspronkelijk ging het diep over in het Noordbroeksterdiep dat doorliep tot aan Noordbroek.

Het streekje ontstond in het verlengde van het Gaarveen bij Kolham. Het Achterdiep en de Jagerswijk werden in 1630 gegraven voor het turfvervoer uit de Sappemeerstervenen. Winkelhoek en Heerenlaan (nu: Verlengde Herenstraat) werden rond 1900 als afzonderlijke buurtschappen gezien.

In het Achterdiep is een torenvormig kunstwerk te vinden dat in 1994 werd gemaakt door Gerlof Hamersma in het kader van de Herinrichting Gronings - Drentse Veenkoloniën. 
18 Achterdijk, Ruinen, Drenthe  6.3875627517700195  52.75962215385432  Een gehucht of streek nabij Ruinen 
19 Achterma, Ruinen, Drenthe  6.38181209564209  52.758648243117854  Een buurtje in de voormalige gemeente Ruinen 
20 Ackerenden, Siddeburen, Slochteren, Groningen  6.860977  53.254585  Een streek nabij Siddeburen. Het heet nu Akkereindenweg 
21 Adorp, Groningen  6.53444444444444  53.2747222222222  Adorp (Gronings: Oadörp) is een dorp gelegen in de gemeente Winsum in de provincie Groningen in (Nederland). Adorp is ook de naam van de voormalige gemeente die in 1990 is opgegaan in Winsum.
Adorp is een wierdedorp, gelegen op de uitloper van de Hondsrug en gelegen aan een voormalige bocht (meander) van het Selwerderdiepje (de Hunze).
Op de wierde staat een kerk uit de 13e eeuw. Het interieur stamt uit de 17e eeuw. Het dorp heeft verder een molen, Aeolus genaamd.
De naam Adorp zou kunnen betekenen:
1. dorp (terp) aan de A,
2. dorp in het bouwland (arth) of
3. dorp van Arn (persoonsnaam).
Even ten zuiden van het dorp mondde de Drentsche Aa uit in de Hunze.
Voormalige gemeente
De voormalige gemeente Adorp bestond naast het dorp zelf uit de dorpen, buurtschappen en gehuchten:Arwerd, Groot Wetsinge, Harssens, Hekkum, Klein Wetsinge, Sauwerd en Wierum. Het gemeentehuis stond in Sauwerd. 
22 Aduard, Groningen  6.46  53.2547222222222  Tot 1990 was Aduard een zelfstandige gemeente. In dat jaar werd het samen met de voormalige gemeenten Grijpskerk en Oldehove bij Zuidhorn gevoegd.

Aduard (Gronings: Auwerd) is een dorp in de huidige gemeente Zuidhorn in de Nederlandse provincie Groningen met 2.468 inwoners (2005).

Het dorp is ontstaan rond het Cisterciënzersklooster dat hier in 1192 werd gesticht. Dit klooster van Aduard groeide uit tot het grootste en invloedrijkste van de Ommelanden. Op zijn toppunt bezat het meer dan 10.000 ha aan gronden, waarvan een deel in Friesland en Drenthe. Zie ook Kloosterkaart Groningen
De voornaamste reden voor de enorme bloei van het klooster was dat het de ontginning en afwatering van de woeste gronden serieus ter hand nam. De monniken groeven het Aduarderdiep, legden de Aduarderzijl aan en stichtten verschillende voorwerken (uithoven), de boerderijen die bij het klooster behoorden.
Het klooster besloeg een groot deel van het huidige dorp, dat ooit groter was dan de toenmalige stad Groningen. In de 15e eeuw had het een eigen, zij het kleine academie, de Aduarder Kring. Op 11 september 1575 werd het klooster grotendeels verwoest. Alleen het hospitium (de ziekenzaal), tegenwoordig in gebruik als kerk, bleef tot op de dag van vandaag bestaan.
Voormalige gemeente
De voormalige gemeente Aduard bestond naast het hoofddorp uit de dorpen, gehuchten en buurtschappen: Aduardervoorwerk, Den Ham, Den Horn, Fransum, Fransumervoorwerk, Gaaikemadijk, Hoogemeeden, Lagemeeden, Nieuwklap, Steentil en Wierumerschouw (gedeeltelijk). 
23 Aduarder Voorwerk, Zuidhorn, Groningen  6.4740800857543945  53.26096592084243  Aduarder Voorwerk is een buurtje in de Groningse gemeente Zuidhorn. Het ligt aan de noordzijde van het van Starkenborghkanaal, iets ten oosten van Aduard en iets ten westen van Steentil. Er staan vier boerderijen op een rij langs de weg.
De naam voorwerk verwijst naar het voormalige klooster van Aduard. Een voorwerk, elders ook wel uithof genoemd, was een buitenbezitting van het klooster. Het Aduarder voorwerk werd ook wel het 'Oude Voorwerk' genoemd, waar het iets noordelijker gelegen Fransumer Voorwerk ook wel het 'Nieuwe Voorwerk' werd genoemd. De vroegere aanwezigheid is nog terug te zien in het feit dat het terrein enigszins verhoogd ligt. Dit is echter alleen aan noordoostzijde (nabij Steentil) goed te zien vanaf de weg. De vier boerderijen werden na de reductie gebouwd. De meest westelijke is de kop-hals-rompboerderij Rekamp. 
24 Aduarderzijl, Winsum, Groningen  6.466  53.318  Aduarderzijl (Gronings: Auwerderziel) is een gehucht in de gemeente Winsum in de provincie Groningen in (Nederland).
Het dorp heet naar de gelijknamige spuisluis (zijl) die is aangelegd door de monniken van het klooster Aduard. Deze hebben (± 1400) ook het Aduarderdiep aangelegd, het water waarin de zijl is gelegen.
Naast de Aduarderzijl is een tweede sluis, de Kokersluis, in de 1867 aangeleg toen de zijl te klein bleek te zijn.
Pal naast de sluis staat het bij iedere Groninger fietser bekende Waarhuis, de voormalige sluiswachterswoning (waren = bewaren, bewaken). 
25 Allersma, Winsum, Groningen  6.451139  53.3183362  Allersma is een buurtschap in de provincie Groningen, in de streek Westerkwartier, gemeente Winsum. T/m 1989 gemeente Ezinge.
Allersma was vroeger een heerlijkheid. Onder heerlijkheid moet in dit geval worden verstaan een boerenhofstede waaraan heerlijke rechten waren verbonden, dus een zogeheten 'edele heerd'.
De Allersmaborg stamt uit de 15e eeuw en ligt binnen een ruime gracht (met ophaalbrug) en met houtsingels. Het huis heeft drie vleugels. De zuidvleugel is het oudste gedeelte van de borg en heeft een kelder. De noordvleugel stamt uit de 16e eeuw, terwijl de oostvleugel uit 1720 stamt, waarop in 1817 een tweede verdieping is geplaatst. 
26 Alteveer, Hoogeveen, Drenthe  6.4875  52.6741666666667  Alteveer is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente De Wolden, met ongeveer 630 inwoners.
Alteveer is een veenkolonie uit de zeventiende eeuw. Het is een lintdorp met aan de zuidkant van het lint enige nieuwbouw.
Behalve een Gereformeerde kerk, een protestants-christelijke basisschool, kroegje, jeugdsoos, snackbar en een bibliotheek zijn er geen voorzieningen en is het dorp aangewezen op Zuidwolde of Hoogeveen. De omgeving bestaat uit landbouwgebied (veenontginningen) en kleine bospercelen. Ten westen van het dorpsgebied ligt het Steenberger Oosterveld, het grote bosgebied van Zuidwolde. 
27 Alteveer, Onstwedde, Groningen  6.994434  53.052057  Alteveer is een streekdorp in de voormalige gemeente Onstwedde in de provincie Groningen.
Na 1990 werd Onstwedde heringedeeld in de nieuwe gemeente Staskanaal.
Alteveer heeft ongeveer 1300 inwoners in 2003. Het dorp ligt aan weerszijden van de N365 en naast de N366.
In Alteveer is het multifunctioneel dorpscentrum de Drijscheer, waar sportieve en culturele gebeurtenissen plaatsvinden. Voor dit gebouw ligt een zwerfsteen van 30 ton die tussen Alteveer en Tange is opgegraven. Verder was de Coöperatieve aardappelmeelfabriek Alteveer in het dorp gevestigd. Deze was in 1909 opgericht en is inmiddels gesloten is. Bakkerij Muntinga, die voor de wijde omgeving brood bakte was in Alteveer gevestigd en is in 2006 verhuisd naar Winschoten. In Alteveer is het bedrijf Unitel gevestigd, dat in 2004 de telegramdienst van KPN telecom heeft overgenomen. Er zijn twee basisscholen: Christelijke basisschool De Höchte en openbare basisschool 't Zonnedal.

De kei van 30 ton voor het dorpshuis de Drijscheer die tussen Alteveer en Tange is opgegraven in Alteveer zelf en even ten zuiden van het dorp (in Höchte) ligt een morene uit de ijstijd. De maximale hoogte van deze morene is tien meter boven NAP.
Aan de noordoostelijke zijde van het dorp ligt het terrein van zandzuigerij Van de Velde. Hier wordt wit zand gewonnen dat is aangevoerd door de voormalige rivier Eridanos. Ook onder het dorp zelf heeft het bedrijf inmiddels zandlagen weggezogen. Toen dit gegeven zo rond 2003 in de aandacht kwam naar aanleiding van de behandeling van een vergunning zorgde dit voor ongerustheid binnen het dorp. 
28 Alteveer, Roden, Drenthe  6.43239256738525  53.111265948874085  Alteveer is een buurtschap ruim een kilometer ten zuiden van het Noord-Nederlandse dorp Roden, in het noorden van de provincie Drenthe. Het maakt deel uit van de gemeente Noordenveld. 
29 Alting, Beilen, Drenthe  6.538023948669434  52.8675507699814  Alting is een buurtschap vlak bij Beilen 
30 Amen, Rolde, Drenthe  6.608855724334717  52.94188976242298  Amen is een esdorp in het zuid-westen van de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe (Nederland). Het dorp ligt aan de weg van Rolde via Nijlande en Ekehaar naar Hooghalen in de gemeente Midden-Drenthe. Langs het dorp stroomt het Amerdiep, een van de namen van de bovenloop van de Drentsche Aa. In Amen wonen 91 mensen (1 januari 2008). Behalve een café heeft het verder nauwelijks voorzieningen.
Geschiedenis
De oudste vermelding van van Amen is in 944 toen het twee erven groot was. In de dertiende eeuw werd de buurtschap een boermarke, samen met Ekehaar had Amen omstreeks 1300 vijf waardelen. Tot de dag van vandaag is Amen een kleine buurtschap gebleven. De school die in 1819 werd geopend werd wegens gebrek aan leerlingen in 1853 weer afgebroken. Ook de coöperatieve zuivelfabriek was slechts een kort leven beschoren, van 1903 tot 1913. Het grootste aantal inwoners had Amen net na de Tweede Wereldoorlog, toen het dorp 147 inwoners had. 
31 Amsterdamscheveld, Emmen, Drenthe  6.91388888888889  52.6872222222222  Amsterdamscheveld is een buurtschap in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, dat valt onder Erica. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 130 inwoners.
In 1850 kocht een groep Amsterdamse beleggers dit stuk veengrond en noemden het naar hun woonplaats: Amsterdamscheveld. Het veen dat hier werd afgegraven, werd over de Verlengde Hoogeveense Vaart afgevoerd. Nieuw -Amsterdam ontwikkelde zich hierdoor sterk. 
32 Amsweer, Delfzijl, Groningen  6.902461051940918  53.30857142976585  Amsweer is een gehucht in de gemeente Delfzijl. Het ligt op een kleine wierde, net ten zuiden van het Eemskanaal. Op de wierde was vroeger een vijver die nooit droog viel. In die vijver zaten drie putten, die de zusterputten genoemd werden. Vanuit die putten kon het omliggende land, dat veel lager lag, bevloeid worden. De putten zijn in 1911 gedempt. 
33 Anderen, Anloo, Drenthe  6.68555555555556  53.0002777777778  Anderen is een klein (agrarisch)dorp in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe. Het ligt tussen Rolde en Eext, even ten zuiden van Anloo in het Nationaal landschap de Drentsche Aa en grenst aan het Balloërveld een uitgestrekt heidegebied. Het dorp bestaat al zeker meer dan 600 jaar. Gebinten van de boerderij aan het Hagenend 3 stammen uit 1376, terwijl uit bisschoppelijke leenprotocollen blijkt dat deze boerderij al tussen 1379 en 1382 werd beleend aan Albert Avinghe. Samen met de dorpen Gasteren en Anloo vormt het de zo genaamde zanddorpen. Het dorp heeft 255 inwoners (1 januari 2007). 
34 Angeloerdijk, Emmen, Drenthe  6.908766  52.780790  Verder geen gegevens bekend 
35 Angelsloo, Emmen, Drenthe  6.9333333  52.7833333  Angelslo is een woonwijk in de Drentse plaats Emmen.
Algemeen
De wijk is gebouwd in de jaren '60 van de twintigste eeuw.
De Statenweg verbindt de verschillende straten, welke ook nog weer allemaal een zijstraat hebben waar woonerven zijn gelegen.
In Angelslo, vlakbij het winkelcentrum, is een moskee gevestigd. Het winkelcentrum aan de Landschapslaan is geheel overdekt, er kan ook gratis geparkeerd worden. Verder kent Angelslo twee basisscholen, de O.B.S. Angelslo en C.B.S. Het Twiespan.
Ook twee hunebedden hebben hun ligging gevonden in Angelslo. Momenteel ondergaan de Boerschaplaan en zijstraten, alsmede de Kerspellaan en zijstraten een grondige renovatie in het kader van Emmen Revisited. Aan de rand van Angelslo ligt de Boermarkeweg, waaraan het Scheperziekenhuis gevestigd is met aan de overzijde het theater De Muzeval.
Geschiedenis
Tot in de jaren 60 van de vorige eeuw was Angelslo niet echt een zelfstandig functionerend dorp. Het was meer een boerennederzetting in de marke van Noord- en Zuidbarge, gelegen op een zandrug ten westen van Emmen, die twee meter hoger gelegen was dan de omliggende moerassen. Pas per 1 oktober 1938 werd Angelslo ook administratief en bestuurlijk tot Emmen gerekend. Maar Angelslo is alles behalve een jonge nederzetting. Uit de archeologisch onderzoeken ten tijde van de bouw van de wijk zijn er grondsporen van grote boerderijen uit de Bronstijd (ong. 3000 jaar geleden) gevonden. Andere tekenen van een vroege bewoning zijn de hunebedden die respectievelijk aan de huidige Fokkingeslag en Haselackers zijn gelegen. Deze twee hunebedden zijn tijdens de bouw van de wijk Angelslo opgenomen in de wijkstructuur. Dat Angelslo vroeger aan een bos gelegen moeten hebben valt af te leiden uit zijn naam. Lo of Loo is een bosrijke vlakte. Ook de huidige wijk is gelegen aan een bos. Tegenwoordig is Angelslo een wijk met ongeveer 3000 wooneenheden. Samen bieden zij ongeveer 8000 mensen een thuis. Angelslo is in de jaren zestig in rap tempo gebouwd. De toestroom van arbeiders als nieuwe inwoners dwong de stad ertoe te zorgen voor passende huisvesting. De wijk wordt ontworpen door ir. Niek de Boer, die in 1955 zijn voorganger stedenbouwkundige Z. Naber opvolgde en het plan ‘Emmen III’ van Naber verder uitwerkte (historisch-emmen, 2006). Met grote volledigheid is destijds in de wijken vormgegeven aan het ’moderne bouwen’ dat gekenmerkt wordt door platte daken. Een tweetal architecten, Th. Strikwerda en A.Oosterman heeft hun stempel gedrukt op de wijk. Zij hebben veelal de identieke woningen met platte daken ontworpen Deze vorm van bouwen leverde niet alleen kostenbesparingen op, maar bleek ook de gelijk uitziende vorm te vergroten. Behalve laagbouw met platte daken kent Angelslo verspreid langs de wijkrand 11 zogenaamde ‘egmondflat’. Verder werd rond 1975 langs de bosrand, aan het eind van elke laan een hoogbouwflat gerealiseerd. De flats waren bedoeld om de wijk te ‘omarmen’ en te voorkomen dat de laagbouw van de wijk ongemerkt ‘overloopt’ naar het bos. Er waren plannen om langs de Statenweg ook hoogbouwflats te realiseren. De gemeenteraad had hier echter moeite mee waardoor het aantal tot één hoogbouwflat aan het begin van de Landschapslaan is gebleven. Wel zijn het winkelcentrum van architect J.Sterrenberg en de belangrijkste voorzieningen als scholen, kerken, horeca, dokterspraktijken en tankstations langs de slagader van Angelslo, de Statenweg, geconcentreerd. 
36 Anloo, Drenthe  6.697368621826172  53.04296886105308  Anloo is een dorpje in de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe. Het dorp is gelegen in het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa en op de rand van de Hondsrug. Op 1 januari 2007 had het dorp 370 inwoners.
Anloo is een zeer goed bewaard gebleven brinkdorp met veel monumentale Saksische boerderijen. Bezienswaardig is verder de Nederlands Hervormde Magnuskerk, een romaanse kerk die grotendeels is opgetrokken uit tufsteen. De kerk dateert uit de 11e eeuw en is daarmee een van de oudste kerken van Drenthe. Mede om de instandhouding van de kerk te kunnen bekostigen, wordt elk jaar rond 19 augustus, de feestdag van Sint-Magnus, een etstoeldag gehouden. Op deze dag wordt een 17e-eeuwse rechtszitting van de etstoel nagespeeld, waarbij het dorp geheel in de sfeer van die tijd gebracht wordt.
In Anloo zijn diverse horecagelegenheden te vinden. Daarnaast is er de openbare basisschool Anloo, die tevens een streekfunctie vervult voor de dorpen Gasteren en Anderen.
Het landschap rond Anloo wordt gedomineerd door essen, bossen en heidevelden (Landgoed Terborgh, Kniphorstbosch) en groenlanden langs de beek, het Anlooër Diepje.
Staatsbosbeheer (SBB) heeft in Anloo een informatiecentrum in de Homanshof. Hier kan men uitgebreide informatie vinden over het nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa. In de bossen ligt het pinetum Ter Borgh, een coniferenpark opgericht in 1953.
Voormalige gemeente
Tot de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1998 was Anloo de naam van een zelfstandige gemeente, waarvan het gemeentehuis zich in Annen bevond. Naast Anloo en Annen bestond de gemeente uit de dorpen: Anderen, Annerveenschekanaal, Eext, Eexterveen, Eexterveenschekanaal, Eexterzandvoort, Gasteren, Nieuw Annerveen, Oud Annerveen, Schipborg en Spijkerboor. 
37 Annen, Anloo, Drenthe  6.71833333333333  53.0586111111111  Annen is een dorp in het noorden van de gemeente Aa en Hunze in de Nederlandse provincie Drenthe, halverwege de dorpen Zuidlaren en Gieten, gelegen op de Hondsrug. Het dorp heeft 3707 inwoners (1 januari 2007). Tot de vorming van de gemeente Aa en Hunze was het de hoofdplaats van de voormalige gemeente Anloo.
Midden in de oude dorpskern ligt een grasbrink, wat kenmerkend is voor dorpen in de omgeving. De brink van Annen is de grootste grasbrink van Europa. Één van de hunebedden bij Annen is tegenwoordig binnen de dorpskern te vinden. 
38 Annerveen, Anloo, Drenthe  6.76055555555556  53.0886111111111  Oud Annerveen is een klein dorp in de gemeente Aa en Hunze Het ligt in het uiterste noord-westen van de gemeente. Aan de zuid-oost kant ligt het tegen Spijkerboor, in het noord-oosten grenst het aan Zuidlaarderveen. Evenwijdig aan de Dorpsstraat, iets ten zuiden van het dorp, stroomt de Hunze. Het dorp telde op 1 januari 2007 126 inwoners.
Het dorp heeft nauwelijks eigen voorzieningen. De dichtsbijzijndste basisschool is in Nieuw Annerveen.
Zie ook
* Annerveenschecompagnie,Anloo, Drenthe
* Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe
 
39 Annerveenschecompagnie, Anloo, Drenthe  6.796473  53.080945  Een voormalig veengebied, behorend tot de marken Annen en Eext, begrensd door de Hunze aan de westzijde en door de Semslinie aan de oostzijde. Voordat in 1817 door middel van het Convenant tussen de Drentse veenmarken en de stad Groningen de afvoer van turf uit de Oostermoerse venen via het Stadskanaal geregeld werd, sloot de stad al in 1771 een overeenkomst met de marken van Annen en Eext.
Een leidende rol in de onderhandelingen speelde Lambertus Grevijlink, wiens vader het verlaat in de Hunze bij Spijkerboor pachtte. Voor de aankoop van de venen en het in exploitatie nemen van het veengebied had Lambertus Grevijlink een compagnie gevormd met enige Drentse notabelen die als geldschieters optraden. Dit werd de Annerveensche Heerencompagnie die in 1771 daadwerkelijk van start kon gaan. Het veengebied werd ontsloten door het Kielster Hoofddiep, dat op Gronings grondgebied lag, aan de Drentse zijde van de Semslinie in zuidoostelijke richting te verlengen. Dit werd het Grevijlinkskanaal, later Annerveenschekanaal genoemd. Het veengebied lag geheel westelijk van het kanaal.
De laatste twee decennia van de 18e eeuw maakte de vervening goede voortgang en werd het Anner gedeelte van het veenbezit geheel aan snee gebracht. In de 19e eeuw volgde de ontsluiting van het gedeelte in de marke van Eext. In 1810 kwam een einde aan de compagnie toen het grootste deel van goederen werd verkocht. In 1822 ontstond een nieuwe compagnie onder de naam Annerveensche Compagnie. Deze ging zich niet langer actief met de vervening zelf bemoeien, maar zich beperken tot het verkopen van veenpercelen en ondergrond, vooral in het Eexterveen, alsmede tot het onderhoud van de vaart. In 1847 werden de laatste percelen verkocht, waarmee feitelijk een einde kwam aan de compagnie. Ondanks dat de onderneming van Lambertus Grevijlink in zijn tijd als lichtend voorbeeld gold, ging het feitelijk slechts om een beperkt veengebied van ongeveer 500 ha. De turfproductie kwam nooit boven de 1000 dagwerk uit. Naar schatting hebben de Anner- en Eextervenen in een tijdsbestek van tachtig jaar in totaal ca. 50.000 dagwerk opgeleverd. M.A.W. Gerding
--------------------------------------------------------
Zie ook
* Annerveen, Anloo, Drenthe
* Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe
* Begraafplaats Annerveen, Annerveen, Aa & Hunze, Drenthe, Nederland
* Begraafplaatsen en grafstenen in Aa & Hunze, Drenthe, Nederland 
40 Annerveenschekanaal, Anloo, Drenthe  6.791009902954102  53.0840263929045  Annerveenschekanaal (Drents: Annerveensekenaol) is een Nederlands dorpje in het noordoosten van de Drentse gemeente Aa en Hunze, op de grens met de provincie Groningen. Op 1 januari 2007 had het 431 inwoners.
In het dorp, dat gekenmerkt wordt door boerderijen en herenhuizen, bevindt zich een Nederlands Hervormd boerderijkerkje uit 1836 en Annerzathe ,een landhuis uit 1878 in Waterstaatstijl omringd door een grote landschapstuin. Behalve de openbare basisschool De Badde zijn er geen voorzieningen meer.
Annerveenschekanaal is ontstaan als een veenkolonie. Het bestaat hoofdzakelijk uit lintbebouwing aan de oostkant van het Grevelingskanaal. Het kanaal is genoemd naar Lambartus Greijvelink, mede-eigenaar van de Annerveensche Heerencompagnie die de hoogvenen in dit gebied heeft ontgonnen. Naar hem is ook een herenhuis in het dorp vernoemd, het Greijvelinkhuis. Eind negentiende eeuw vormde het kanaal een belangrijke transportroute en was het dorp volledig ingesteld op de binnenvaart. Tegenwoordig is daar vrijwel niets meer van over. Het verstilde kanaal, met zijn kleine bruggetjes en bomenrijen aan weerskanten, biedt het dorp echter wel een pittoreske aanblik en maakt Annerveenschekanaal tot een van de meest karakteristieke veenkoloniale dorpen van Drenthe. Het kanaal is wel opgenomen in een nieuwe vaarroute die wordt aangelegd tussen het Zuidlaardermeer en Bareveld.
--------------------------------------------------------
Zie ook
* Annerveen, Anloo, Drenthe
* Annerveenschecompagnie,Anloo, Drenthe
* Nieuw Annerveen, Anloo, Drenthe
* Oud Annerveen, Anloo, Drenthe
* Begraafplaats Annerveen, Annerveen, Aa & Hunze, Drenthe, Nederland
* Begraafplaatsen en grafstenen in Aa & Hunze, Drenthe, Nederland 
41 Anreep, Assen, Drenthe  6.5848850011389  52.976388633273096  Anreep is een buurtschap gelegen ten zuid-oosten van de stad Assen en valt onder de gemeente Assen in de provincie Drenthe (Nederland).
Geschiedenis
Anreep is een oud esdorp, ontstaan in de middeleeuwen. Op schrift wordt Anreep in 1141 genoemd, waarschijnlijk bestond Anreep toen uit één boerderij. Maar er zijn bewoningssporen gevonden van ver voor de jaartelling. In 1456 zijn in Anreep 4 boerenerven bekend, in 1612 waren dat 5 erven. In het westelijk deel van de marke van Anreep ontstond in de 19e eeuw het Aardscheveld, een plaggenhuttenkolonie. Nu bestaat Anreep nog uit ca. 15 boerderijen, die overigens voor het overgrote deel geen agrarische functie meer hebben.
Ten noorden van Anreep loopt het Anreeperdiepje, de bovenloop van de Drentsche Aa. 
42 Ansen, Ruinen, Drenthe  6.333446502685547  52.78273769849248  Ansen (Nedersaksisch: Aansen) is een klein dorp tussen Dwingeloo en Ruinen in de Nederlandse provincie Drenthe. Ansen heeft ongeveer 220 inwoners. Het behoort samen met tientallen andere plaatsen, dorpen en gehuchten, onder andere Alteveer, Koekange, Ruinerwold, Veeningen en Zuidwolde, tot de gemeente De Wolden.
Ansen heeft een basisschool, restaurant (Theehuys Anserdennen), beeldhouwatelier en kampeermogelijkheden. De dorpswinkel is rond 1997 opgeheven. Wel komt er in Ansen een bus van Connexxion 
43 Appingedam, Groningen  6.858386993408203  53.32300423278852  Appingedam (Gronings: n Daam, inwoners per 1 juli 2006: 12.240, bron: CBS) is een stad en gemeente in het noorden van Nederland, in de provincie Groningen. De gemeente beslaat een oppervlakte van 24,62 km² (waarvan 0,79 km² water).
Het stadje Appingedam, gelegen aan het Damsterdiep, is de hoofdstad van het Ommeland (historisch gewest) Fivelingo. Het is tezamen met de stad Groningen een van de twee steden met historische stadsrechten in de provincie.
Geschiedenis
De stad Appingedam is, naast Groningen, één van de 2 middeleeuwse steden die de provincie Groningen rijk is. Over de precieze ouderdom en het ontstaan van de naam bestaat geen zekerheid. De stad ontstond omstreeks 1200 rond de Delf, het latere Damsterdiep. De naam is mogelijk ontleend aan een dam in de rivier de Appe of Apt. Bij de kruising van de Apt en de Delf ontstond een nederzetting van schippers, koop-en ambachtslieden. In een document uit 1224 is voor het eerst sprake van de plaatsnaam Appingedam.
Door de gunstige ligging aan de Delf, die een open verbinding met de zee vormde, groeide de nederzetting in korte tijd uit tot een belangrijk handels- en marktcentrum. Appingedam werd de hoofdplaats van het Friese gewest Fivelingo. Aan de kaden van de Delf werden binnengelopen zeeschepen afgemeerd en losten en laadden schippers hun vracht. Vervolgens werden de goederen opgeslagen en verhandeld. Handel werd gedreven met Noord-Duitsland en het Oostzee-gebied, Scandinavië en Westfalen. Bij de Wezertol van Bremen golden gunstige uitzonderingstarieven voor Damster schepen. Appingedam was een belangrijk regionaal marktcentrum.
Appingedam had in de Middeleeuwen niet alleen in economisch, maar ook in juridisch en bestuurlijk opzicht een centrumfunctie. Al in de 13e eeuw vergaderden hier de redgers van het Friese gewest Fivelingo. De zelfstandigheid van rechtspraak en bestuur werd bevestigd in 1327. In dat jaar erkenden de vertegenwoordigers van de Zeven Friese Zeelanden, verenigd in het verbond van de Opstalboom, de al van oudsher in Appingedam bestaande rechten en gewoonten en leggen deze vast in het stadsprivilege van Appingedam, de buurbrief. De voertaal in Appingedam was in de middeleeuwen Fries. Dit blijkt ook uit overgeleverde Oudfriese wetsteksten. Het Fries werd als gevolg van de Hanzehandel en de invloed van de stad Groningen aan het einde van de middeleeuwen verdrongen door het Gronings/Sakisch. Hoewel Appingedam sedert de 16e eeuw in economisch opzicht geleidelijk aan achteruit ging, ontstond er tijdelijk een opleving rond 1630, als het raadhuis gebouwd wordt en rond 1760 als veel gevels, vooral in de Solwerderstraat, worden vernieuwd. Aan het eind van de 18e eeuw worden toch nog altijd zo'n 50 zeeschepen per jaar bevracht en worden regelmatig vaste beurtdiensten onderhouden op Sneek, Amsterdam en Leer.
Langs het Damsterdiep stonden steen- en pannenbakkerijen, kalkovens en scheepswerven. Wind- en rosmolens zorgden voor het malen van graan en boekweit het persen van olie en het zagen van hout. Bovendien telde de stad maar liefst 6 bierbrouwerijen, 2 jeneverstokerijen, enkele leerlooierijen, weverijen, garentwijnderijen, een zeepziederij, een lijmziederij, een azijnmakerij en een zoutkeet.
Aan het einde van de 19e eeuw bloeide de Damster economie weer wat op. Appingedam maakte vooral naam met de veemarkten, waarvan de paardenmarkt de belangrijkste was. In 1884 kreeg de stad aansluiting op de nieuwe spoorlijn Groningen-Delfzijl. Het vervoer over water nam hierdoor in belangrijkheid af. Aan het begin van de 20e eeuw ontwikkelde Appingedam zich meer en meer tot het industriële centrum vanFivelingo. In 1870 introduceerde C. Roggenkamp de eerste stoommachine in Appingedam en richtte hij de eerste stoomtimmerfabriek van Nederland op, de 'Molly'.
Appingedam kreeg onder andere een zuivelfabriek, een vlasfabriek, een strokartonfabriek en een gasfabriek. De Machinefabriek van Ter Borg & Mensinga kreeg wereldfaam en de metaalgieterij van Jan Brons produceerde de Bronsmotor, een scheepsmotor die over de hele wereld werd verkocht.
Thans staat op de hoek van de Kniestraat en de Dijkstraat, als een soort industrieel monument, de reusachtige krukas van zo'n Bronsmotor.
Sinds 1945 heeft Appingedam zich vooral ontwikkeld tot regionaal verzorgingscentrum, zowel in bestuurlijk opzicht als op het gebied van het onderwijs en de winkelvoorzieningen. Eind zeventiger jaren, begin tachtiger jaren komt daar de ontwikkeling tot toeristisch centrum voor de noord-oostelijke hoek van de provincie Groningen bij. 
44 Armweide, Ruinen, Drenthe  6.3167524337768555  52.767804740829575  Armweide is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noordoosten van Ruinen en ten zuiden van Ansen. 
45 Arwerd, Delfzijl, Groningen  6.836111  53.3525  Arwerd, vroeger ook Arnwerd, is een buurtschap in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Het buurtje ligt ten westen van Krewerd, aan de weg naar Oosterwijtwerd, Nijenklooster, Jukwerd en Appingedam. Ten westen stroomt het Godlinzermaar.

De naam Arwerd komt van Arendswierde. De oorspronkelijke ovale wierde meet 225 meter bij 150 meter, is grotendeels afgegraven en met name vanaf de richting Nijenklooster is de steilrand goed zichtbaar. In de wierden zijn vondsten gedaan uit de Romeinse tijd en uit de vroege en late middeleeuwen.
In de 11e eeuw stonden er ten minste 7 boerderijen van de abdij van Werden en was het gehucht aanzienlijk dichter bevolkt dan tegenwoordig.
Later was het gehucht deels eigendom van de kerk van Krewerd. Tegenwoordig staan er vier boerderijen en twee huisjes. 
46 Asingaborg, Ulrum, De Marne, Groningen  6.335919499397278  53.35635027459569  De Asingaborg was een borg in Ulrum gebouwd rond de 15e eeuw. In 1809 is de borg gesloopt.
De borg is bewoond door de families Asinga, Hillebrandes, Lewens, Lewe en Von Inn- und Kniphausen. 
47 Assen, Drenthe  6.562099456787109  53.00209945515253  Assen (Drents: As'n) is een gemeente en stad in het noorden van de Nederlandse provincie Drenthe, waarvan het de hoofdstad is.
De oppervlakte van de gemeente is 83,5 km². Op 28 augustus 2007 werd de 65.000e inwoner geboren. Een inwoner van Assen wordt een Assenaar genoemd. Assen maakt samen met onder meer Groningen deel uit van de regiovisie Groningen-Assen
Kernen
De stad Assen ligt in een esdorpenlandschap. De gemeente omvat behalve de stad Assen, de dorpen Witten, Loon, Rhee, Ter Aard, Ubbena, een gedeelte van Vries, Zeijerveen en Zeijerveld. Daarnaast horen de buurtschappen Anreep, De Haar, Schieven en Graswijk bij de Gemeente Assen.
Geschiedenis
In 1258 werd het nonnenklooster Sancta Maria de Campe of Mariënkamp verplaatst van Coevorden naar een dekzandrug op de plek waar nu het centrum van Assen ligt. Het grootste deel van de toen gegraven singels is later gedempt, maar de huidige straatnamen (Gedempte Singel, Noordersingel, Oostersingel en Zuidersingel) herinneren er nog aan. Het klooster werd in 1602 opgeheven, waarna het hoofdgebouw in gebruik werd genomen als vergaderplaats voor onder meer het College van Gedeputeerden. Later in de 17e eeuw ontstond er een echte nederzetting binnen de singels, ongeveer een cirkel met een doorsnede van 300 m. Pas laat in de 18e eeuw werd Assen uitgebreid tot buiten dit gebied. Het voorheen vrij onaanzienlijke Assen werd pas rond die tijd een aantrekkelijke woonplaats voor de welgestelden in de provincie. Voorbeelden van opmerkelijke woonhuizen zijn Huize Overcingel en het Witte Huis.
In opdracht van Lodewijk Napoleon, die Assen als zomerresidentie koos, werd het in 1807 een zelfstandige gemeente en in 1809 een stad. Daarmee is het één van de jongste steden met stadsrechten in Nederland. Het grootse stedenbouwkundige plan dat hij liet maken door de Italiaanse architect Carlo Giovanni Francesco Giudici bleef nagenoeg onuitgevoerd. In 1814 werd Assen hoofdstad van Drenthe.
In de prille ochtend van maandag 11 december 1944 werd een gewapende overval gepleegd op het Huis van Bewaring in Assen. De overval werd uitgevoerd door 11 mannen en 1 vrouw, ze bevrijdden uiteindelijk 29 gevangenen. De overvallers en een deel van de bevrijde gevangenen waren jongeren die behoorden tot de Knok Ploeg Noord Drenthe.
Woonwijken
De laatste 100 jaar is de ontwikkeling van Assen in een stroomversnelling geraakt. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog groeide de werkgelenheid en daarmee het inwonertal tot ongeveer 22.000 mensen. Na de oorlog verdubbelde dat aantal.
Na de Tweede Wereldoorlog werd een aantal grote woonwijken gebouwd. Assen heeft negen woonwijken, die soms weer zijn opgedeeld in buurten. Het oudste is het centrum, waarna “over het spoor” Assen-Oost werd gebouwd, dat in de volksmond ook wel Vredeveld wordt genoemd. Deze wijk is vanuit het verleden op te splitsen in verschillende buurten, zoals het Rode, Blauwe en Witte dorp, de Schildersbuurt, Amelterhout en de villawijken Sluisdennen, Vreebergen en Houtlaan. In Assen-Oost wordt een nieuwe woonbuurt ingericht, Park Diepstroeten, op het voormalige terrein van de stichting Hendrik van Boeijenoord.
De tweede uitbreiding in Assen zijn de wijken de Lariks en Noorderpark, vervolgens werden Vredeveld en Noorderpark vergroot en werd de wijk Pittelo gebouwd. Begin jaren '70 kwam de wijk Assen-West tot stand; deze bestaat uit de buurten Baggelhuizen, Kortbossen en Westerpark. In de jaren '80 en '90 werden Peelo en Marsdijk gebouwd.
Kloosterveen is de nieuwste woonwijk van Assen. In de wijk komen in totaal ongeveer 6.500 woningen te staan en is zo opgezet dat alle woonstijlen van de twintigste eeuw er in terug te vinden zijn. In het hart van Kloosterveen wordt een compleet voorzieningencentrum gebouwd, genaamd ‘Kloosterveste’. Assen heeft nu, als snelst groeiende stad van het noorden, ongeveer 67.000 inwoners. Naar verwachting neemt dit aantal de komende jaren verder toe tot 80.000 in 2030.
Stadsdelen
De wijken/stadsdelen met inwonersaantal per januari 2010
Centrum Assen (5.400)
Assen-Oost (7.800)
de Lariks (5.700)
Noorderpark (8.600)
Pittelo (3.800)
Baggelhuizen (?)
Assen-West (4.100)
Peelo (6.900)
Marsdijk (12.900)
Kloosterveen (10.200+)
Bedrijventerreinen:
Messchenveld
Peelerpark
Marsdijk 
48 Baamsum, Delfzijl, Groningen  7.041389  53.283932  Baamsum is een gehucht in de gemeente Delfzijl in het noorden van de provincie Groningen. Het ligt aan de weg van Woldendorp naar Termunten. Tot de gemeentelijke herindeling van 1990 hoorde het bij de gemeente Termunten. De Oude Ae stroomt langs het gehucht.
De naam komt in de middeleeuwen al voor als Bompsum en Baemzen. De betekenis zou afgeleid zijn van heem.
Iets ten westen van het gehucht lag tot het einde van de zestiende eeuw het klooster Menterne, ook bekend als Grijzemonnikenklooster. Het klooster werd gesticht aan het einde van de dertiende eeuw door monniken uit het klooster van Nieuwolda. Op de plaats van het klooster staat nu een boerderij die Grijze Monnikenklooster heet. 
49 Baflo, Winsum, Groningen  6.51333333333333  53.3619444444444  Baflo (Gronings: Bavvelt) is een dorp in de gemeente Winsum in de Nederlandse provincie Groningen. Tot 1990 was het de hoofdplaats van de gemeente Baflo. Het dorp vormt een dubbeldorp met Rasquert. Het postcodegebied van Baflo telt 1.955 inwoners (2012), het dorp zelf ongeveer 1700 inwoners (CBS 2010).
De inwoners van Baflo werden vroeger ook wel spottend 'koarschoevers' genoemd. Volgens een volksverhaal zouden Baflo en Eenrum elkaars torens benijden; die van Eenrum is veel hoger, maar die van Baflo veel steviger. Om de Eenrummers te plagen zouden een inwoner uit Baflo eens een dun houten torentje op een kruiwagen hebben gezet en daarmee naar Eenrum zijn gekruid. Daar zou hij vervolgens zijn doodgestoken door Eenrummers, waarop de Baffelders de Eenrummers vervolgens 'doodstekers' noemden en de Eenrummers de Baffelders 'koarschoevers'.
Wierde en naam
De Baffelder wierde dateert van omstreeks 600 v.Chr. Rond die tijd was het gebied van Noord-Groningen half land en half zee, omdat het periodiek overstroomde. Aan het einde van de 8e eeuw zou Liudger een kerkje hebben gesticht in Baflo. Baflo wordt zelf voor het eerst genoemd als 'Bestlon' in 945 in een lijst van bezittingen van de abdij van Fulda (oorkonde in het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe), maar zou ouder zijn dan het reeds in 885 genoemde nabijgelegen dorp Den Andel. Rond 1000 wordt het dorp 'Bahtlon' genoemd in een lijst van de goederen van het klooster van Werden en in 1221 wordt het genoemd als 'Beftlo' toen Maarhuizen als parochie werd afgescheiden van de kerk van Baflo. Het voorvoegsel beft of baft wordt vertaald als "achter" en het achtervoegsel -lo als "moerasbossen" in de betekenis "achter de moerasbossen" of misschien "de achtermoerassen". Het moeras verwijst hier naar de lager gelegen gronden ten zuiden van Baflo.
Kerk en macht
In de 12e eeuw werd de oude stenen kerk van Baflo gebouwd. De losstaande toren dateert uit de 13e eeuw en werd vroeger ook gebruikt als gevangenis, waaraan een cachot nog herinnert. De kerk vormde de zetel van het personaatschap (proosdij of decanaat) Baflo, een van de zes proosdijen van De Ommelanden (de anderen waren Oldehove, Leens, Usquert, Loppersum en Farmsum). Deze zes proosdijen samen werden ook wel aangeduid als het personaatschap Baflo in ruime zin. Het personaatschap Baflo in enge zin omvatte Halfambt, Innersdijk, een deel van Middag, Ubbega (Ubga of Upgo), Westerdijkshorn en Noord- en Zuidwolde. Deze gebieden omvatten een belangrijk deel van de streek Hunsingo. In 1371 vielen er 35 kerspelen onder. Baflo zelf was tevens de hoofdplaats van de Hunsingose landstreek Halfambt, waaronder ook de latere gemeenten Baflo, Eenrum en Warffum vielen.
De kerk en proosdij van Baflo werden in de middeleeuwen geleid door een afdeling van het genootschap van de Kalendebroeders. Hun vergaderingen werden 'kalendae' genoemd en in Baflo stond aan het hoofd daarvan een persona (of persona personatus), die tevens de functie van pastoor vervulde. Een van de Baflose persona was de vader van een belangrijk humanist genaamd Roelf Huisman ofwel Rudolf Agricola, ter ere van wie in 1982 in het dorp een beeld werd geplaatst van de hand van de Andelse beeldhouwer Jan Steen. In latere eeuwen taande de invloed van de kerk van Baflo en ging de persona in Bedum wonen.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog leed het dorp onder opgelegde schattingen en in 1582 werd het dorp geplunderd door Spaanse troepen onder leiding van Mulert (of Muylert). Na de reductie verloor het dorp haar belangrijke kerkelijke en wereldlijke positie, al behield het dorp wel de functie van kerkelijke hoofdplaats. De macht van de adel bleef echter. Nabij Baflo stonden de Saaksumborg (of De Eest; bij Lutje Saaksum/Lutke Saaxum) en de borg Sassema (bij De Dingen). Sassema werd reeds in 1710 op afbraak verkocht. In 1886 werd ook de Saaksumborg op afbraak verkocht, waarbij echter het schathuis bleef staan om te dienen als boerderij tot 1972, toen het werd verplaatst naar de borg Verhildersum bij Leens. De huiswierden van beide borgen zijn nog zichtbaar in het landschap.
Ontwikkeling vanaf de 19e eeuw
De bebouwing van het dorp bleef eeuwenlang beperkt tot de wierde. Nadat echter in 1893 de spoorlijn spoorlijn Sauwerd - Roodeschool werd aangelegd en het Station Baflo werd geopend, veranderde dit. Het dorp breidde zich toen uit naar het oosten. Gepensioneerde boeren lieten hier rentenierswoningen bouwen. Niet alle woningen waren echter van even goede kwaliteit. Zo stonden de woningen die kort na de Eerste Wereldoorlog tussen Baflo en de begraafplaats aan oostzijde van het dorp werden gebouwd bekend als een 'verbanningsoord' en werden in de volksmond daarom spottend ook wel 'Amerongen' genoemd, naar het verbanningsoord van de Duitse keizer Wilhelm II. Na de Tweede Wereldoorlog werd het dorp verder uitgebreid naar het zuiden. Het inwoneraantal van het dorp nam in tegenstelling tot veel andere dorpen op het Groninger platteland nauwelijks af na de Tweede Wereldoorlog. Weliswaar was ook in Baflo sprake van een terugloop in de werkgelegenheid in de landbouwsector, maar in het dorp zelf werd dit gecompenseerd door de aanwezigheid en stichting van verschillende bedrijven.
Baflo heeft een aantal fabrieken en bedrijven gekend. In 1888 werd een zuivelfabriek geopend, die echter al in 1916 weer sloot en vanaf 1921 werd voortgezet in Bedum (nu Frico). Rond 1900 bevond zich ook een scheepssloperij aan de haven. Voor de werkverschaffing was er toen een vlintenklopperij. In 1939 wist de toenmalige burgemeester van Spengler een filiaal van de Groningse N.V. Tricotagefabriek Mekel en Co. naar Baflo te halen voor het uitvoeren van defensieorders. Direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden deze orders echter teruggetrokken en werd de fabriek regelmatig stilgelegd vanwege een gebrek aan grondstoffen. Toen verschillende meisjes ook nog voortijdig stopten met hun arbeid in de fabriek, was het snel bekeken: In 1942 sloot het filiaal haar deuren alweer. Naast deze fabrieken heeft Baflo ook een filiaal (sorteercentrum) van het Groningse Pootgoed en Zaaizaad-Verkoopbureau (PZVB) gehad, dat in de jaren 1970 overging naar Agrico en nog later naar de gebroeders Vonck, die in 2003 opgingen in Logistiek Centrum Westpoort, dat het gebouw nu gebruikt als opslag ('warehouse'). Ook stond in Baflo de veevoederfabriek van Jacobus Jan Nienoord (al in de jaren 1920 bekend als commissiehandel). Nadat Jacobus overleed bij een ongeluk in 1976 en de veevoederindustrie in het slop raakte was het ook hiermee snel gebeurd. In 1984 namen mengvoederfabriek Sikma uit Giekerk en Viando uit Veenwouden de fabriek over. Kort daarna werd de fabriek gesloten en de productie overgebracht naar Giekerk (sinds 1999 alleen nog in Stroobos). Veel inwoners van het dorp zijn tegenwoordig werkzaam als forens in plaatsen als Delfzijl of Groningen.
Baflo was in 1950 het eerste dorp op het Groningse platteland dat een bejaardentehuis kreeg ('De Hörn'), wat betekende dat de inwoners, in tegenstelling tot de situatie in de meeste verzorgingstehuizen, hun zelfstandigheid behielden. Eind jaren 1960 werd De Hörn vervangen door het huidige bejaardentehuis 'Viskenij'. 
50 Bakovensmee, Vlagtwedde, Groningen  7.1981048583984375  53.014008691262525  Bakovensmee, ook geschreven als Bakovensmeij is een streekje in de gemeente Vlagtwedde in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt direct ten noorden van Bourtange.
Bakovensmee maakt feitelijk onderdeel uit van de vesting Bourtange. Aan de westzijde loopt het kanaal. Aan de noordzijde de Bakovenkade. Deze kade, ook bekend als de Soldatendijk, is in de achttiende eeuw aangelegd ter versterking van de vesting. Later werd langs de grens met Duitsland nog De Linie aangelegd. Waar het kanaal de Bakovenkade kruist ligt een redoute. De extra verdedigingswerken werden aangelegd omdat door voortgaande verdroging van het moeras de vesting makkelijker bereikbaar werd.
De naam Bakovensmee verwijst naar de Groningse benaming voor hooi/weidelanden, die lagen aan de Bakovenkade.
Het Groninger Landschap beheert dit buitengebied van de vesting. Vanaf het informatiecentrum van de vesting is een wandelroute uitgezet. Een deel van die wandeling gaat over de route van het Noaberpad.
Bron http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Bakovensmee&oldid=33716921 
51 Balinge, Westerbork, Drenthe  6.60694444444444  52.7652777777778  Nieuw-Balinge (Drents: Nei-Baoling) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Midden-Drenthe, met ongeveer 790 inwoners (1 januari 2004).
Nieuw-Balinge is een veenkolonie, ontstaan aan het einde van de negentiende eeuw aan de Middenraai. Door kleinschalige nieuwbouw heeft het een eigen dorpskern gekregen. Een deel van de dorpskern wordt gevormd door bungalowpark De Breistroeken.
Het dorp heeft een Nederlands Hervormde en een Christelijk Gereformeerde kerk. Daarnaast zijn er sportvelden, een openbare en een protestants-christelijke basisschool, en een kleine supermarkt voor eerste levensbehoeften.
De omgeving van Nieuw-Balinge bestaat uit een combinatie van landbouwgebied (veenontginningen) en de uitgestrekte heidevelden van het Mantingerveld, met als belangrijkste onderdelen het Mantingerzand ten noorden van het dorp en het Lentsche Veen ten oosten ervan. In het 850 hectare grote natuurgebied van Natuurmonumenten wordt een natuurherstelprogramma afgewerkt om enkele versnipperde gebieden weer met elkaar te verbinden.
Geschiedenis
Het gebied waar nu Nieuw-Balinge ligt, was tot midden negentiende eeuw een smalle strook veen tussen de heidevelden van Mantinge en Gees in. Daarna begon ook hier de vervening. In 1860 werd haaks op de Hoogeveense Vaart in noordelijke richting de Middenraai gegraven, met links en rechts vele wijken als zijtakken hiervan. Via het water werd het turf afgevoerd. Na de afgraving werden vanwege de grote vraag naar hout eerst naaldbomen aangeplant in het gebied, maar toen de houtprijzen zakten werd het omgevormd tot landbouwgebied. In de jaren twintig werd de Middenraai doorgetrokken in noordelijke richting door het Mekelmeersche Veen, richting Witteveen. Ten oosten van het veengebied werden ook delen van het heidegebied (Groote Veld) ontgonnen. Door afgraving van de bemeste bovenlaag zullen veel van deze heideontginningen weer teruggegeven worden aan de natuur.
Tot 1 januari 1998 maakte Nieuw-Balinge deel uit van de gemeente Westerbork. 
52 Ballast, Coevorden, Drenthe  6.719825  52.674704  Verder geen informatie bekend 
53 Balloo, Rolde, Drenthe  6.63166666666667  52.9955555555556  Balloo is een klein dorpje in de gemeente Aa en Hunze. Het ligt vlak bij Rolde. Balloo heeft 149 inwoners (1 januari 2007).
Geschiedenis
Balloo ligt op een van de oudste verkeersroutes door Drenthe. Deze route liep van Sleen via Rolde en Balloo naar Groningen. Langs die route door het veen ontstonden de eerste nederzettingen. Dat Balloo daarbij enige status had blijkt uit de aanwezigheid van de Balloërkuil, vlak bij het dorp. Hier zouden in de prehistorie al vergaderingen en rechtszittingen hebben plaatsgevonden. Later wordt dit ook een van de drie plaatsen waar de Etstoel bijeenkomt. 
54 Bansum, Holwierde, Delfzijl, Groningen  6.873890161514282  53.35774330259089  Bansum of Bantsum is een wierde in het noordoosten van het dorp Holwierde in de Nederlandse provincie Groningen. De diameter van de wierde bedraagt ongeveer 175 meter. De Bansum is met 3,29 meter boven NAP de hoogste van de drie wierden waarop het dorp gebouwd is. Volgens W.J. Eelssema komt ban uit het Keltisch en betekent "hoog" en zou het nan uit Nansum laag betekenen omdat deze wierde lager is (2,83 meter). Een andere verklaring stelt dat Banse een mansnaam is en -um verwijst naar heem ("Banse's heem/erf").
De wierde wordt van west naar oost in tweeën gedeeld door de Nansumerweg, die loopt tussen de westelijker gelegen Holwierde en de oostelijker gelegen wierde Nansum. Het noordelijk deel wordt gevormd door de begraafplaats met omringende grasvelden en een woning. Het zuidelijk deel bestaat uit huizen aan zuidzijde van de Bansumerweg, aan weerszijden van de haaks erop verlopende Bansumerweg en de tuinen erachter. De grens van het noordelijk deel is relatief duidelijk afgebakend aan de rand van de grasvelden, aan zuidzijde lopen de grenzen van de wierde dwars door de bebouwing en tuinen. Aan oostzijde van de begraafplaats stroomt een stukje van de De Vliet (of Het Vliet), die vroeger vanaf Marsum als waddenpriel langs de zuid- en oostzijde van de wierde en langs Uiteinde naar de Eems liep, maar bij Bansum dichtslipte en later werd vergraven. De straat ten oosten van de wierde (Het Vliet) is ernaar vernoemd.
De uit zandige klei bestaande wierde dateert uit de Late IJzertijd (oudste aangetroffen sporen dateren uit Romeinse tijd) en vormde onderdeel van een oeverwal langs De Vliet, die langzamerhand werd uitgebreid in westelijke richting. Vroeger moeten er gezien de hoogte meerdere huizen hebben gestaan, maar rond 1800 was de wierde bijna onbewoond. Er lagen toen alleen een paar gebouwen aan zuidzijde van de wierde. In 1860 werd door een boer aan oostzijde van de wierde een stuk grond verkocht, waarop de Holwierse begraafplaats werd aangelegd. Rond 1900 lagen er nog steeds slechts 2 huisjes op de wierde, aan weerszijde van de Nansumerweg. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Bansumerweg aangelegd. Pas vanaf die tijd werd de huizenbouw uitgebreid op en rond de wierde. Eerst op het zuidelijk deel van de wierde, maar rond 1990 ook aan noordzijde van de wierde. 
55 Bareveld, Anloo, Drenthe  6.845666899999969  53.0509384  Bareveld (Gronings: Boareveld, ruig onland) is een Nederlands dorp in de provincie Drenthe op de grens met de provincie Groningen. Het hoort bij de gemeente Aa en Hunze. Het Groninger deel van Bareveld met 380 inwoners hoort niet bij het dorp, maar is een wijk / buurt in het dorp Wildervank in de gemeente Veendam.
Bareveld ligt op de Semslinie uit 1615, een rechte lijn tussen de Martinitoren in de stad Groningen en Ter Apel die een eind aan de toenmalige twisten moest maken. Het is nu gelegen aan de N33.
Bij Bareveld lag vroeger een dam. Op grond van een convenant uit 1817 tussen de stad Groningen en de Drentse veenmarken van Eext tot Valthe mocht die niet doorgestoken worden. In dat convenant trof de stad een regeling met de Drenten voor de afvoer van hun turf via de Drentse Monden over het Stadskanaal en het Grevelingskanaal via het Kielsterdiep en het Winschoterdiep naar de stad. De dam moest ervoor zorgen dat de turf niet via Veendam vervoerd zou worden, omdat dat kanaal niet in eigendom was bij de stad. De stad zou dan niet alleen passagegelden mislopen, maar vreesde ook de controle dan kwijt te raken. Pas in 1873 werd de dam verwijderd. 
56 Barge, Wolfsbarge, Hoogezand-Sappemeer, Groningen  6.722347  53.130717  Wolfsbarge (soms: Wolfsbergen) is een buurtschap in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Wolfsbarge is gelegen aan de weg N386, ten zuiden van Kropswolde en ten oosten van het Zuidlaardermeer. De Semslinie is de zuidgrens van het gebied.
Ondanks dat er slechts enkele woningen staan, heeft Wolfsbarge een begraafplaats van 14 are groot met tientallen graven waaronder enkele uit het Gemenebest.
In de Middeleeuwen werd hier veen afgegraven. Tot in de 20e eeuw was er voldoende restveen om tot turf te verwerken. Na de vervening werden de dalgrond vooral voor akkerbouw gebruikt.
Geschiedenis
In 1250 verwierf de abdij van Aduard grond nabij Wolfsbarge voor de aanleg van een kloosterkolonie (Colonium Masterii). In 1262 kocht de abdij percelen veen en weiland , gelegen aan de rivier de Hunze, van Zuidlaren.
Voor de turfstekers in het veen liet het klooster een kapel bouwen. In 1268 kwam de bisschop van Utrecht de kapel inwijden en noemde de kolonie Hotus Sancti Bernardi, de tuin van Sint Berhardus. In het jaar 1282 werd de kapel afgescheiden van de kerk van Noordlaren, waarvoor de abdij van Aduard 2000 stenen als vergoeding aan de kerk van Noordlaren betaalde.(Register Feith, deel 1, 1282.) Wolfsbarge werd daarmee een van de kerspellen van het Gorecht.
De kapel was gewijd aan de Heilige Maagd Maria, ook Beate Maria Virginis kapel genoemd.
De Rijksuniversiteit Groningen heeft in 1937, onderzoek gedaan naar de plaats waar de kapel zou hebben gestaan.
Het klooster van Aduard bezat te Wolfsbarge ook een kloosterboerderij, een zogenaamd voorwerk, dat werd gepacht door een meier. De huur die een meier aan het klooster diende te betalen werd uitgedrukt in schuiten turf. Turf werd naar de stad Groningen vervoerd over de Hunze. De vaart op de Hunze werd beheerst door het Schuitenschuiversgilde. Buiten het Schuitenschuiversgilde om mochten alleen inwoners van Kropswolde, Wolfsbarge en Westerbroek turf vervoeren, mits hun schepen minder capaciteit hadden dan die van het gilde. Gildebroeders van het Schuitenschuiversgilde verwijderden ondiepten in de Hunze. Tot 1667 bleef dit zo, daarna zouden de aangrenzende marken de Hunze onderhouden. Dit gebeurde zo slecht dat de rivier als scheepvaartroute verviel tot aan het begin van de 19e eeuw de Hunze bijna onbevaarbaar was. Daarna ging het bergafwaarts met de ontginning van het veen. 
57 Barger Oosterveld, Emmen, Drenthe  6.955833  52.771944  Barger-Oosterveld was van oorsprong een zelfstandig dorp, maar tegenwoordig is het als woonwijk onderdeel van de plaats Emmen.

Het huidige Barger-Oosterveld is ontstaan in 1880 en vierde in 2005 zijn 125-jarig jubileum. Het huidige dorpsgebied was tot eind negentiende eeuw een heidegebied dat hoorde bij de marke van Noord- en Zuidbarge. De eerste bewoners waren individuele gelukzoekers die vanaf de veilige zandgronden wilde meeprofiteren van de veenontginningen in de buurt. In de jaren 1870 kwamen er steeds meer boeren uit Barger-Compascuum die daar hun bedrijf niet meer konden uitoefenen. Het ging vooral om rooms-katholieken afkomstig uit het aangrenzende Hannover, die daarom Hannovenaren werden genoemd. Door grond te pachten van de Barger boeren konden zij hier een eigen bestaan opbouwen, zij het met hard werken en veel bijverdiensten in Holland of de veengebieden. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het dorp sterk door de bouw van enkele nieuwbouwwijken, maar het bleef een hechte gemeenschap.
(nl/wikipedia.org) 
58 Barger-Compascuum, Emmen, Drenthe  7.04194444444444  52.7552777777778  Barger-Compascuum (Drents: Barger-Compas) is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met ongeveer 1480 inwoners (1 januari 2004).
Barger-Compascuum is een veenkolonie in het uiterste oosten van de provincie, tegen de Duitse grens. In tegenstelling tot de meeste veenkoloniën in het gebied is het een vrij compact dorp met weinig lintbebouwing. Doordat het dorp lange tijd vrij geïsoleerd lag, is het nog altijd een hechte gemeenschap.
De belangrijkste bezienswaardigheid in het dorp is het Veenpark. Hier wordt de geschiedenis van het veengebied en de veenkoloniën vertelt: van het moeras, via de plaggenhutjes en de turfgravende veenarbeiders, naar het ontstaan van de dorpen. Tot slot komt ook de geschiedenis van de landbouw aan bod, die na het voltooien van de vervenging ontstond. Daarnaast bevindt zich in het park het Harmoniummuseum. Met een smalspoortreintje is niet alleen het hele park, maar ook het aangrenzende hoogveenreservaat Berkenrode van Staatsbosbeheer te bereiken.
Barger-Compascuum heeft behalve de rooms-katholieke Sint-Josephkerk uit 1924, een ontwerp van Jos Cuypers en diens zoon Pierre Cuypers jr., de volgende voorzieningen: een rooms-Katholieke en een protestants-christelijke basisschool, sportvelden, een supermarkt, een postagentschap en diverse andere winkels en horecagelegenheden. Het dorp kent daarnaast een uitbundig verenigingsleven.
Het dorpsgebied van Barger-Compascuum bestaat uit een combinatie van landbouwgebied (veenontginningen) en natuurgebied. Tot de laatste categorie behoort niet alleen Berkenrode, maar ook het Oosterbos en het aangrenzende ontwikkelingsproject Landgoed Scholtenszathe. Tussen beide grote natuurgebieden in ligt het buurtschap Klazienaveen-Noord, dat ook onder Barger-Compascuum valt. Buiten het dorpsgebied valt het tuinbouwgebied van Klazienaveen ten zuidwesten van Barger-Compascuum.
Geschiedenis
Het gebied waar nu Barger-Compascuum ligt, was eeuwenlang een woest en moeilijk begaanbaar hoogveengebied, dat onderdeel uitmaakte van het 50.000 hectare grote Bourtangermoeras. In de Middeleeuwen kregen de boeren van de Duitse zanddorpen Ober- en Niederlangen en Altharen aan de andere kant van de grens, van de bisschop van Münster (het toenmalig 'staatshoofd' in wat nu het Eemsland is) het recht om hun schapen gezamenlijk te laten weiden in het gebied tot aan de Runde. De Runde was een belangrijk veenriviertje ten westen van het huidige Barger-Compascuum, dat uitmondde in het Zwarte Meer. Tot in de negentiende eeuw heeft er onenigheid bestaan tussen de Drenten en de Hannoveranen (het Eemsland hoorde bij het Koninkrijk Hannover) over de grens tussen de Duitse en de Nederlandse gebieden. Een enkele keer kwam het zelfs tot massale vechtpartijen in het veen tussen Drentse en Eemslandse boeren. Dit ondanks het bestaan van grensverdragen, waarin het beweiden was geregeld. Dit werd omschreven met het Latijnse woord compascere, dat gezamenlijk beweiden betekent. De namen Emmer-Compascuum en Barger-Compascuum duiden er dus op, dat zich hier de gezamenlijke weide van de marke van Emmen resp. Noordbarge bevond. In het Tractaat van Meppen van 1824 werd de staatgrens tussen de Nederlandse en Duitse gebieden min of meer vastgelegd. De definitieve scheiding van de compascuum voltrok zich echter pas in 1867. Doordat tegelijkertijd het verbod op het bouwen van woningen met een 'stookplaats' werd opgeheven, kon het grensgebied bewoond worden.
Ondertussen waren rond 1861 de eerste bewoners al in het gebied neergestreken. Zij waren grotendeels afkomstig uit het Eemsland (Hannoveranen), maar er waren ook kolonisten uit Drenthe (Coevorden), Groningen en zelfs uit Overijssel bij. De overgrote meerderheid van hen was katholiek, wat de katholieke achtergrond van het dorp verklaart. Na een inventarisatie van het aantal katholieken door de pastoor van Erica, waar Barger-Compascuum onder viel, werd in 1873 in het dorp een eigen parochie opgericht. Na een jaar missen te hebben gehouden in een schuurkapel met strodak, werd in 1874 een houten 'veenkerk' gebouwd, die tot de ingebruikname van de huidige kerk in 1924 dienst zou doen. 
59 Barger-Oosterveen, Emmen, Drenthe  6.97694444444444  52.7041666666667  Barger-Oosterveen is een buurtschap in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, dat hoort bij Klazienaveen. Op 1 januari 2004 had het ongeveer 300 inwoners. 
60 Barger-Oosterveld, Emmen, Drenthe  6.95583333333333  52.7719444444444  Barger-Oosterveld is een dorp in de Nederlandse provincie Drenthe, gemeente Emmen, met 2770 inwoners (1 januari 2004). Officieel is het echter niet erkend als afzonderlijk dorp, maar maakt het deel uit van de kern Emmen.
Geografie
Barger-Oosterveld is een ontginningsdorp, gelegen op een hoge zandrug. Het is een jong dorp en heeft daarom weinig oude gebouwen. Het wordt van de rest van Emmen gescheiden door de N381, de Rondweg rond de stad. Aan de noordkant van het dorp ligt een groot bedrijventerrein.
De omgeving van Barger-Oosterveld bestaat uit landbouwgebied (heideontginningen). Het omliggende veengebied ligt tot tien meter lager dan het dorp. Aan de oostkant grenst het dorpsgebied aan het Oosterbos en het natuurontwikkelingsproject Landgoed Scholtenszathe.
Barger-Oosterveld heeft een aantal voorzieningen, waaronder een openbare en rooms-Katholieke basisschool, sportvelden, een supermarkt met postagentschap en diverse winkels en horecagelegenheden. Het dorp is echter vooral bekend van sportpark de Meerdijk, waar FC Emmen zijn thuiswedstrijden speelt. Tot het dorpsgebied behoort ook begraafplaats Oeverse Bos.
Geschiedenis
Al in de Bronstijd was er bewoning op deze plek. In 1957 worden de resten blootgelegd van een tempel uit deze periode. Deze staat bekend onder de naam Tempeltje van Barger-Oosterveld. In 1953 wordt een nog oudere vondst gedaan, namelijk de Dolk van Barger-Oosterveld.
Het huidige Barger-Oosterveld is ontstaan in 1880 en vierde in 2005 zijn 125-jarig jubileum. Het huidige dorpsgebied was tot eind negentiende eeuw een heidegebied dat hoorde bij de marke van Noord- en Zuidbarge. De eerste bewoners waren individuele gelukzoekers die vanaf de veilige zandgronden wilde meeprofiteren van de veenontginningen in de buurt. In de jaren 1870 kwamen er steeds meer boeren uit Barger-Compascuum die daar hun bedrijf niet meer konden uitoefenen. Het ging vooral om rooms-katholieken afkomstig uit de buurt van Hannover, die daarom Hannovenaren werden genoemd. Door grond te pachten van de Barger boeren konden zij hier een eigen bestaan opbouwen, zij het met hard werken en veel bijverdiensten in Holland of de veengebieden. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het dorp sterk door de bouw van enkele nieuwbouwwijken, maar het bleef een hechte gemeenschap.==Bezienswaardigheden== De rooms-katholieke Gerardus Majellakerk dateert uit 1906. Het was de eerste kerk in Nederland met deze heilige als patroon en om die reden is het een bedevaartplaats geworden. 
61 Bargercompagnie, Wolfsbarge, Hoogezand-Sappemeer, Groningen  6.721841  53.128926  Wolfsbarge (soms: Wolfsbergen) is een buurtschap in de gemeente Hoogezand-Sappemeer in de provincie Groningen in Nederland. Wolfsbarge is gelegen aan de weg N386, ten zuiden van Kropswolde en ten oosten van het Zuidlaardermeer. De Semslinie is de zuidgrens van het gebied.
Ondanks dat er slechts enkele woningen staan, heeft Wolfsbarge een begraafplaats van 14 are groot met tientallen graven waaronder enkele uit het Gemenebest.
In de Middeleeuwen werd hier veen afgegraven. Tot in de 20e eeuw was er voldoende restveen om tot turf te verwerken. Na de vervening werden de dalgrond vooral voor akkerbouw gebruikt.
Geschiedenis
In 1250 verwierf de abdij van Aduard grond nabij Wolfsbarge voor de aanleg van een kloosterkolonie (Colonium Masterii). In 1262 kocht de abdij percelen veen en weiland , gelegen aan de rivier de Hunze, van Zuidlaren.
Voor de turfstekers in het veen liet het klooster een kapel bouwen. In 1268 kwam de bisschop van Utrecht de kapel inwijden en noemde de kolonie Hotus Sancti Bernardi, de tuin van Sint Berhardus. In het jaar 1282 werd de kapel afgescheiden van de kerk van Noordlaren, waarvoor de abdij van Aduard 2000 stenen als vergoeding aan de kerk van Noordlaren betaalde.(Register Feith, deel 1, 1282.) Wolfsbarge werd daarmee een van de kerspellen van het Gorecht.
De kapel was gewijd aan de Heilige Maagd Maria, ook Beate Maria Virginis kapel genoemd.
De Rijksuniversiteit Groningen heeft in 1937, onderzoek gedaan naar de plaats waar de kapel zou hebben gestaan.
Het klooster van Aduard bezat te Wolfsbarge ook een kloosterboerderij, een zogenaamd voorwerk, dat werd gepacht door een meier. De huur die een meier aan het klooster diende te betalen werd uitgedrukt in schuiten turf. Turf werd naar de stad Groningen vervoerd over de Hunze. De vaart op de Hunze werd beheerst door het Schuitenschuiversgilde. Buiten het Schuitenschuiversgilde om mochten alleen inwoners van Kropswolde, Wolfsbarge en Westerbroek turf vervoeren, mits hun schepen minder capaciteit hadden dan die van het gilde. Gildebroeders van het Schuitenschuiversgilde verwijderden ondiepten in de Hunze. Tot 1667 bleef dit zo, daarna zouden de aangrenzende marken de Hunze onderhouden. Dit gebeurde zo slecht dat de rivier als scheepvaartroute verviel tot aan het begin van de 19e eeuw de Hunze bijna onbevaarbaar was. Daarna ging het bergafwaarts met de ontginning van het veen. 
62 Bargermeer, Emmen, Drenthe  6.917185  52.757696  Het Bargermeer is een drooggelegd meer en is nu een kleine woonwijk van Emmen. 
63 Bargerwesterveen, Emmen, Drenthe  6.876349  52.727519  Gelocaliseerd, met de volgende tekst:
Persbericht: bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'
Gewijzigd bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'
Het college van burgemeester en wethouders stemt in met het gewijzigde bestemmingsplan 'Barger-Westerveen'. Zij stelt de raad voor dit gewijzigde bestemmingsplan vast te stellen.
Het bestemmingsplan wordt gewijzigd omdat het Van der Valk concern heeft verzocht om in de omgeving van de afslag N37 nabij de Dikkewijk een hotel-accommodatie te mogen vestigen. Dit verzoek past in de gemeentelijke visie voor dit gebied en vormt de directe aanleiding tot het opstellen van het bestemmingsplan. 
64 Barkhoorn, Onstwedde, Groningen  7.045433521270752  53.01278357576965  Een gehucht nabij Onstwedde 
65 Barlage, Onstwedde, Groningen  7.059230804443359  53.01850091440276  Barlage (Gronings: Ballege) is een buurtschap in de voormalige gemeente Onstwedde (na 1990 gemeente Stadskanaal) in de Nederlandse provincie Groningen. Bij Vlagtwedde is een streek met dezelfde naam. Om die reden wordt ook wel gesproken van Onstwedder Barlage. De naam van de plaats betekent ongeveer berkenbos (bar = berk, lage is plek (vgl. het Duitse Lage)).  
66 Barnflair, Vlagtwedde, Groningen  7.08166666666667  52.8513888888889  Barnflair is een dorp in de gemeente Vlagtwedde in de Nederlandse provincie Groningen.
Het dorp ligt ten zuiden van Ter Apel en is ermee verbonden door de lintbebouwing langs het Ter Apelkanaal. Tussen Ter Apel en het dorp ligt nog: Burgemeester Beinsdorp en met wat fantasie Agodorp.
Het plaatsje is vooral bekend omdat er zich de grensovergang met Duitsland bevindt. Ook aan de andere zijde van de grup (zoals de grens hier wel schertsend wordt genoemd — grup is een droge sloot) heet het, op zijn Duits geschreven, Barnfleer.
De naam betekent brandend veen (bern = brand, fleer = laagveen). De ietwat Franse schrijfwijze komt wel meer bij Groninger plaatsnamen voor, zoals bij Bourtange en Usquert. 
67 Bazuin, Zuidwolde, Drenthe  6.41447496440378  52.6545026637486  Bazuin is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen tussen Drogt en Schottershuizen. 
68 Bedum, Groningen  6.6025  53.3002777777778  Bedum (Gronings: Beem) is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente in de provincie Groningen in Nederland.
Het dorp ligt ongeveer 10 km ten noorden van de stad Groningen en is gelegen aan de spoorlijn van Groningen naar Delfzijl en aan het Boterdiep.
Kerken
De huidige hervormde kerk werd in de 11e eeuw gesticht als bedevaartskerk van Sint-Walfridus, die in Bedum zou hebben geleefd en door Vikingen was vermoord. Opvallend aan de kerk is de scheve 11e eeuwse toren in romaanse stijl. Volgens sommigen is deze minstens zo scheef als die van Pisa. Hij is in ieder geval de scheefste van Nederland. In de 15e eeuw werd de kerk vergroot tot een tweebeukige gotische hallenkerk, die in de 16e eeuw werd uitgebreid met een groot koor met omgang ten behoeve van het kapittel van de kerk. Na de Reformatie is de kerk zwaar verminkt, onder meer door sloop van het koor en verlaging van de noorderbeuk. In de Middeleeuwen had Bedum nog een bedevaartskerk, gewijd aan Sint Radfridus, de zoon van Walfridus. Van deze kerk is boven de grond niets over.
De rooms katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart is een eenbeukige kruiskerk in neo-gotische stijl, gebouwd in 1880-1881 naar ontwerp van Alfred Tepe.
De gereformeerde Noorderkerk uit 1938 werd ontworpen door architect Egbert Reitsma in traditionalistische stijl. 
69 Beersterhamrik, Beerta, Groningen  7.095  53.1738888888889  Vroeger Nieuw-Beerta. Nieuw Beerta is apart opgenomen in deze dBase. 
70 Beersterhoogen, Beerta, Groningen  7.134176  53.182856  Beersterhoogen is een streekdorp in de voormalige gemeente Beerta in de provincie Groningen.
Het ligt tussen Beerta en Nieuw-Beerta. De streek bestaat uit een aantal kapitale boerderijen. De naam verwijst naar de hogere ligging van de streek ten opzichte van Beerta.

De gemeente Beerta is in 1990 heringedeeld in de nieuwe gemeente Reiderland,
die vervolgens weer werd ingedeeld in de gemeente Oldambt (2010). 
71 Beerta, Groningen  7.096133  53.173631  Beerta (Gronings: Beert(e), oorspronkelijk De Beerte) is een dorp in de voormalige gemeente Beerta in de Nederlandse provincie Groningen.

Het dorp ligt in de streek Reiderland en telt volgens gegevens van het CBS 2.460 inwoners (2008), waarvan ongeveer 400 in de verspreide huizen eromheen. Op 1 januari 2017 was de bevolking gedaald naar 2.120 inwoners.

De gemeente Beerta is in 1990 heringedeeld in de nieuwe gemeente Reiderland, die vervolgens weer werd ingedeeld in de niueuwe gemeente Oldambt (2010)  
72 Beijum, Bedum, Groningen  6.591481000195927  53.25429593256067  Beijum is een wijk in het noorden van de stad Groningen. De straatnamen hebben betrekking op heerden. Beijum werd gebouwd in de jaren zeventig en tachtig van de 20e eeuw. De eerste bewoners van de nieuwe wijk betrokken hun nieuwbouwwoning in 1978. De wijk heeft twee winkelcentra. Het overdekte Winkelcentrum Beijum ligt aan de Stoepemaheerd in het westen van de wijk. Hier zijn twee supermarkten en enkele kleine winkels gevestigd. Tot 2003 liep de busbaan door het winkelcentrum heen. Sindsdien is het winkelcentrum met een grote renovatie opgeschoven en rijdt de bus langs het centrum. In Beijum-Oost bevinden zich aan de Claremaheerd ook enkele winkels. In 2007 is dit winkelcentrum ook gerenoveerd en is het plein autovrij gemaakt.
Geschiedenis
Beijum is één van de eerst bewoonde gebieden van de provincie Groningen. Al in de periode van 250 voor tot 150 na Chr. was er sprake van bewoning op de wierde Beiahêm. Deze was gelegen aan zee (het brede estuarium van de Hunze) en werd in de 3e eeuw overspoeld. De verhoging van het landschap, waar de wierde gelegen moet hebben, is nog te zien bij het huidige gezondheidscentrum.
In de 11e eeuw werd begonnen met de afgraving van het veengebied en ontstond weer een dorp Beijum. Dit had zijn eigen kapel en borg. De laatste is in 1738 afgebroken. Het schathuis bleef staan en kan nog herkend worden in het pand Beijumerweg 15. Het kerkhof, behorende bij de ook afgebroken Middeleeuwse kapel in Beijum, bevindt zich nog op het terrein rond de boerderij in het midden van de wijk, waar op korte termijn weer een kinderboerderij zal worden gevestigd. Rond 1900 werd het gehucht Beijum genoemd.
Het gehucht lag in de gemeente Bedum en kwam in 1969 (tegelijk met de gehele gemeente Noorddijk) bij de stad Groningen. De grote waterpartij die door de wijk loopt, met de naam Noorddijkstermaar, is de verbrede grenswatergang. 
73 Beilen, Drenthe  6.51111111111111  52.8566666666667  Beilen is een dorp in Drenthe en hoofdplaats van de gemeente Midden-Drenthe.
Beilen + bijgebied Beilen telt ruim 10.700 inwoners, het dorp Beilen telt c.a. 9.600 inwoners. De hele gemeente Midden-Drenthe ongeveer 33.000 inwoners. Beilen ligt midden in Drenthe en wordt daarom ook wel het Hart van Drenthe genoemd.
Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 20.000 jaar geleden rond Beilen al mensen woonden. Rond het jaar 1000 werd Beilen al genoemd in oorkonden. De naam is een verbastering van de oorspronkelijke naam Bijlloo, dat zoiets als 'open gehakte plek in het bos' betekent. Door ontginningen in deze eeuw werden geregeld resten van oude nederzettingen en begraafplaatsen gevonden. In 1955 werd in Beilen een belangrijke vondst gedaan: een goudschat. Dit was de rijkste uit de Drentse bodem. Deze is in het Drents Museum in Assen te bezichtigen. Op 8 augustus 1820 heeft een grote brand een groot deel van Beilen in de as gelegd. Alleen de oude kerk is bewaard gebleven.
Het dorp is ligt ingesloten tussen de spoorlijn Groningen - Zwolle, de autosnelweg de A28, de provinciale weg N381 en het natuurgebied Terhorsterzand.
Op 2 december 1975 werd bij Wijster een trein gekaapt door Zuid-Molukse jongeren waarna in Beilen een beleidscentrum werd ingericht (zie Treinkaping bij Wijster). De kapers schoten drie personen (de machinist en twee passagiers) dood maar gaven zich na bijna 2 weken over.
Gemeentelijke herindeling
Tot 1998 was Beilen een gemeente. Na gemeentelijke herindeling ging Beilen op in de gemeente Middenveld. Deze gemeente heeft slechts kort bestaan, want vanaf 2000 is Middenveld weer overgegaan in de gemeente Midden-Drenthe. 
74 Beilervaart, Beilen, Drenthe  6.46666666666667  52.8666666666667  Beilervaart (dorp in de gemeente Midden-Drenthe) 
75 Bellingeweer, Winsum, Groningen  6.517277  53.326093  Bellingeweer is tegenwoordig een deel van het dorp Winsum in de provincie Groningen (Nederland). Oorspronkelijk is het een zelfstandig dorpje geweest, gebouwd op een wierde. Het had een eigen kerk, die in 1824 is afgebroken. Het kerkhof is bewaard gebleven. Bij het dorp stond het Huis te Bellingweer of ook wel de Tammingaborg genoemd. Deze is in 1820 afgebroken.
De wierde waarop het dorp gebouwd werd dateert uit het begin van de jaartelling. 
76 Bellingwolde, Groningen  7.17194444444444  53.1202777777778  Bellingwolde is een dorp van 3762 inwoners (met inbegrip van de omliggende gehuchten Den Ham, Rhederbrug en Rhederveld) in de voormalige gemeente Bellingwolde in de Nederlandse provincie Groningen.
De gemeente Bellingwolde werd later heringedeeld in de gemeente Bellingwedde en vervolgens in de gemeente Westerwolde.

Het draagt het karakter van een streekdorp en heeft een lengte van ruim 4 kilometer. Het is een beschermd dorpsgezicht. Tot 1968 was Bellingwolde een zelfstandige gemeente.
Geschiedenis
Bellingwolde is in de Middeleeuwen ontstaan op een zandrug. Het hoorde aanvankelijk bij Reiderland, maar door het oprukken van de Dollard verdween deze streek voor een groot deel in de golven en kwam Bellingwolde onder Westerwolde te vallen waartoe het nog steeds wordt gerekend. Vanuit Bellingwolde is er, getuige de voormalige opstrekkende verkaveling land gewonnen op de Dollard. Hierdoor kwam Bellingwolde op een zandrug te liggen die de klei van de Dollard in het westen scheidde van het veen in het oosten van het Bourtangermoeras. Ook dit werd ontgonnen vanuit Bellingwolde.
In de 19e eeuw vormden de vruchtbare kleigronden de basis voor de groei van de welvaart van de Bellingwolder boeren. Door de hoge graanprijzen tussen 1850 en 1875 specialiseerden velen van hen in de akkerbouw en verwierven een hoge mate van welvaart. Van deze - vroegere - welvaart getuigen een aantal grote herenboerderijen in het dorp. In diezelfde tijd groeide het dorp naar het zuiden. Tegenover de zeer rijke herenboeren stonden de arme arbeiders en de spanningen tussen deze bevolkingsgroepen leidden er in 1892 toe dat er een opstand uitbrak, die met behulp van soldaten werd neergeslagen. In het interbellum kwam het tweemaal tot langdurige stakingen.
Voorzieningen en economie
Na de Tweede Wereldoorlog nam het belang van de landbouw af. De mechanisatie zorgde voor een sterke uitstoot van arbeidskrachten. Het landschap werd ingrijpend veranderd door de ruilverkavelingen in de jaren zestig en zeventig, waardoor de opstrekkende verkaveling verdween. Het dorp kreeg meer het karakter van een forenzendorp en door de toegenomen mobiliteit gingen er zich mensen vestigen die zich aangetrokken voelden tot het karakter van het dorp. Ook ontwikkelt het dorp zich in toeristische zin.
Vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw zijn bossen aangelegd. Het gebied langs het Veendiep, dat pal ten zuiden van het dorp loopt, maakt deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Hier langs liggen vrijliggende fietspaden. Door het dorp loopt de LF-route 9: De NAP-route en de grensoverschrijdende fietsroute de United Countries Tour. Langs de oostzijde van het dorp loopt een gedeelte van het bij wandelaars bekende "Noaberpad", een wandelroute van Bad Nieuweschans naar Emmerik (Duitsland).
Het Museum de Oude Wolden is een kunstmuseum met wisselende tentoonstellingen en permanent werken van de magische realist Lodewijk Bruckman.
Bellingwolde heeft verschillende instellingen voor onderwijs: de openbare basisschool De Oosterschool, de openbare basisschool De Westerschool en de christelijke basisschool De Wegwijzer bevinden zich in het dorp zelf. In het gehucht Rhederbrug dat tegen het dorp aan ligt en onder Bellingwolde valt, ligt de openbare basisschool Rhederbrug.
Bellingwolde heeft een sportpark, het H. Kemperpark, dat is geopend in 1955. Er zijn veel verschillende naaldbomen aangeplant en het wordt daarom ook wel arboretum genoemd. Naast het sportpark ligt het zwembad en een camping. Ook is er in het dorp een multifunctioneel zalencentrum aanwezig, genaamd De Meet, dat beschikt over een sporthal, podia en diverse zalen met horecafaciliteiten. 
77 Benderse, Ruinen, Drenthe  6.3713836669921875  52.78111795859963  Benderse is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen ten noorden van Ruinen.
In Benderse staat een schaapskooi, de thuisbasis van de schaapskudde van Ruinen. Ook is er een bezoekerscentrum van Natuurmonumenten gevestigd, het Bezoekerscentrum Dwingelderveld. In de zomermaanden worden er wel demonstraties schapendrijven gegeven met behulp van bordercollies. 
78 Beneden Veensloot, Meeden, Groningen  6.930441856384277  53.12921259644791  Beneden Veensloot is een streek in de gemeente Menterwolde in de Nederlandse provincie Groningen. De streek wordt tegenwoordig tot Meeden gerekend. Beneden Veensloot ligt ten oosten van Muntendam en ten zuiden van Meeden. De weg door het gehucht loopt in het oosten door naar Kibbelgaarn
Beneden ziet op de ligging van het gehucht ten opzichte van de voormalige Veensloot. Deze liep van zuid naar noord. Derhalve ligt Beneden Veensloot ten noorden van Boven Veensloot. 
79 Beneden Verlaat, Veendam, Groningen  6.87794029712677  53.124410001657026  Vroeger waren de vaarwegen de hoofdwegen. Bij het beneden verlaat kwam je dan ook Veendam binnen 
80 Benkemahuis, Midwolda, Groningen  7.018847465515137  53.19638101619105  Dit huis wordt voor het eerst vermeld in 1505 als 'hoofdmanswooninghe' van Harmen Benckema. Harmen komt in verschillende akten voor sinds het jaar 1484, ook als grietman van Vredewold. Mogelijk is Harmen verwant aan Eneke Benkema (in 1445 en 1448 genoemd), maar dat is niet te bewijzen.
In 1505 ging het huis een belangrijke rol spelen in de strijd om Groningen. De hertog van Saksen en de graaf van Oost-Friesland lieten het versterken met bolwerken en grachten en ze legerden er een bezetting, zonder dat de stad dat kon verhinderen. Harmen zelf kreeg ter vergoeding een jaargeld van 1000 rijnse gulden. In 1514 vernamen de stedelingen, dat het huis slecht bezet was; Harmen Benkema was er zelf hoofdman met een vijftiental knechten. De Groningers overvielen het huis 's nachts, er was toen een waker boven op het steenhuis. In de gracht zat in verband met de zomer weinig water. Zo trokken de Groningers aan de oostzijde uit het appelhof door de gracht en braken het staket in de gracht en op de wallen. Daarna kwamen ze beneden in het huis waar Harmen Benckema nog lag te slapen. Hij werd gevangen genomen en naar Groningen gevoerd. Huis, benedenkamer, keuken en zaal werden geheel geplunderd, waarna alles uitgebrand werd. Op een rantsoengeld van 800 rijns gulden werd Harmen vrijgelaten. In 1520 wordt hij voor het laatst vermeld.
Of de in 1540 te Midwolde genoemde Jelt en Ivo Benckema zonen van hem waren, is niet bekend. Zij zijn mogelijk de laatsten met deze naam. Ook het huis speelde geen rol meer, het werd verdrongen door het kort na 1520 gestichtte Nienoord. In 1557 kwam het zelfs aan Wigbold van Ewsum, tegelijk met een niet nader bekende Mentkeheerd. Dit kwam door een overeenkomst met Ewo Eyssema, die blijkbaar deze goederen geerfd had. Tijdelijk zijn de beide heerden in bezit geweest van de stad Groningen, want in 1632 kocht de heer van Nienoord ze van haar. Aan het eind van de 17e eeuw werd het huis opgeknapt en ingericht als woning voor Karel Ferdinand van In- en Kniphuisen. Van hem is mogelijk de nieuwe naam Carelsveld afgeleid. Na de dood van zijn moeder in 1714 werd Karel Ferdinand heer van Nienoord. Hij stierf in 1718. Rechten waren niet verbonden aan het huis. In Vredewold behoorden deze aan de heren van Nienoord. In 1768 stond het huis leeg en onverhuurd. Eveneens in 1773, toen het in een advertentie te huur werd aangeboden. In 1793 werd het huis met hoven, singels, grachten, geboomten, plantages enz. bij akte van donatie door F. F. van In- en Kniphuisen overgedragen aan zijn zoon Johan Carel Ferdinand. Deze trouwde het volgende jaar, nog minderjarig, ondanks het verzet van zijn vader met Magdalena Dorothea Lewe. Na de dood van zijn vader in 1795 erfde hij Asinga bij Ulrum.
Huidige toestand
In 1819 werd het huis door brand verwoest en daarna gesloopt. De oprijlaan bestond nog aan het eind van de 19e eeuw. Het terrein is nog te herkennen, hoewel de grachten gedempt zijn. De bodem is daar nog lager en drassig. De korte oprijlaan was vroeger hoog geweest maar afgegraven voor het dempen van de gracht. Aan het begin van de oprijlaan staat nu een huisje.
Ik heb het niet kunnen vinden. Als iemand het weet hoor ik het graag. 
81 Benneveld, Zweeloo, Drenthe  6.75  52.7833333333333  Benneveld (buurtschap in de gemeente Coevorden) 
82 Berghuizen, Ruinerwold, Drenthe  6.28888888888889  52.7136111111111  Berghuizen is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap ligt vlakbij de N375 tussen Ruinerwold en Koekange.
Berghuizen heeft actieve verenigingsgezinde inwoners; er is een toneel-, muziek- en voetbalvereniging. 
83 Beukhorst, Vlagtwedde, Groningen  7.1201276779174805  52.92259381695968  Het toponiem horst is een historische benaming voor een met kreupelhout of hakhout begroeid, hoger gelegen stuk grond. De grond is meestal zandgrond en de houtbegroeiing kan zowel op als rondom het stuk grond voorkomen. Het woord horst is afkomstig van het Germaanse woord hursti dat beboste opduiking in moerassig terrein betekende.
Naast horst komt af en toe ook de variant hors voor, niet te verwarren met het woord hors of gors dat gebruikt wordt voor een zandplaat die met springtij onderloopt, bijvoorbeeld de Vliehors.
Het Germaanse woord hursti is ook terug te vinden in Duitsland en Engeland in toponiemen horst resp. hurst. 
84 Bierum, Groningen  6.85944444444444  53.3813888888889  Bierum (Gronings: Baaierm) is een wierdedorp en voormalige gemeente in het noorden van de provincie Groningen in Nederland.
Het ongeveer 800 inwoners tellende dorpje ligt ten noordwesten van Delfzijl aan de Waddenkust. Het meest karakteristieke gebouw van het dorp is de middeleeuwse kerk waarvan de toren wordt ondersteund door een enorme steunbeer met doorgang. Deze steunbeer was er oorspronkelijk voor bedoeld om de toren van de kerk te ondersteunen, maar door een fout in de fundering trekt deze de toren nu in feite naar beneden. Bijzonder is verder dat deze grotendeels Romaanse kerk overwelfd is met Romanogotische meloengewelven.
In Bierum stond vroeger de borg Luinga. Het borgterrein is nog goed te herkennen. De entree met bakstenen brug is nog volledig intact.
Bierum vormde met de omliggende dorpen Godlinze, Losdorp, Holwierde, Krewerd en Spijk, tot 1990 een zelfstandige gemeente. Bij de grootschalige herindeling in dat jaar werd Bierum bij Delfzijl gevoegd. 
85 Biessum, Delfzijl, Groningen  6.8975  53.3341666666667  Biessum is een dorpje in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Het ligt tegen Delfzijl-Noord aan.
Het dorpje ligt op, of beter gezegd rond, een wierde. De wierde van Biessum is een van de best bewaarde in de provincie Groningen. De oorspronkelijke stervormige verkaveling is nog vrijwel helemaal terug te vinden. De woningen en boerderijen staan aan de ossengang die nog intact is.
Het dorpje heeft geen eigen kerk, ook niet gehad. Voor het kerkbezoek moesten de Biessumers via het kerkepad naar de nabijgelegen Uitwierde. 
86 Binnen Ae, Woldendorp, Termunten, Groningen  7.026663461376984  53.25500734608302  Binnen Ae is een buurtschap op de grens van de gemeenten Scheemda en Delfzijl in de provincie Groningen. De buurtschap bestaat uit een aantal boerderijen langs de weg Binnen Ae. Het ligt in het verlengde van Oostwolderhamrik aan de weg van Nieuwolda naar Woldendorp. Langs de buurtschap stroomt een riviertje met dezelfde naam dat een restant van de Munte is. 
87 Blekslage, Onstwedde, Groningen  7.064787624467499  52.9898779251393  Blekslage is een gehucht in de gemeente Stadskanaal in de provincie Groningen.
Het ligt tussen de Mussel-Aa en het Mussel-Aa-kanaal, iets ten noorden van Kopstukken. Blekslage ligt aan de rand van de gemeente en heeft geen enkele voorziening. Het dichtstbijzijnde dorp is Harpel, waar een lagere school is.
Vlak bij het gehucht liggen voormalige vloeivelden voor de aardappelmeelindustie. Hier ontwikkelt zich een klein natuurgebied waar onder meer de zwarte stern sinds enige jaren weer broedt.
De naam komt van blek (= blik, dat zilverschoon betekent) en lage (= plaats, plek). 
88 Blijham, Bellingwolde, Groningen  7.07666666666667  53.1075  Blijham is een Gronings dorp in de voormalige gemeente Bellingwolde en telde in 2006 2918 inwoners.
De gemeente Bellingwolde werd later heringedeeld in de gemeente Bellingwedde en vervolgens in de gemeente Westerwolde.

Het was aanvankelijk sterk agrarisch, maar heeft zich in de laatste decennia van de twintigste eeuw ontwikkeld als forenzenplaats, met name voor het dichtbij gelegen Winschoten. In het landschap vormt Blijham de grens van het kleinschalige Westerwolde, met kronkelende riviertjes en kleine bosrijke plekken enerzijds en het grootschalige agrarische landschap van het verdronken Reiderland en Oldambt. Blijham is gelegen op een oude hoefijzervormige zandrug die vanaf dit dorp via Wedde, en Vriescheloo naar Bellingwolde loopt.
Twee kernen
Het dorp bestond aanvankelijk uit twee kernen met verschillend karakter. De noordelijke kern Kerkhorn, gelegen aan de weg naar Bellingwolde, bestaat uit grootschalige classicistische en Oldambtster boerderijen. De andere kern, Molenhorn genaamd en gelegen vlakbij Wedderveer, bestond uit kleinschaliger bebouwing. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de ruimte tussen beide kernen geleidelijk aan bebouwd.
Monumenten
De Nederlands Hervormde kerk van Blijham dateert uit 1783, de toren ervan uit 1872. Blijham was voor de gemeentelijke samenvoeging het rijkste dorp in wat nu heet gemeente Bellingwedde. Opvallend zijn vooral aan het voormalige gehucht Oosteinde de rijke boerenvilla's met deels nog de kenmerkende slingertuinen.
De voormalige "dikste" boerderij, oorspronkelijk daterend van voor 1600 en met in 1825 maar liefst 174 ha land, was "De Boschplaatse", nu gepresenteerd als klein landgoed voor vakantieverblijf, door de familie Caderius van Veen-de Savornin Lohman gerestaureerd met herstel van de allure die na de herbouw in 1887 bedoeld was. Huis, tuinkoepel, tuin en bijbehorende dienstwoning staan op de lijst van Rijksmonumenten.
Ook de naburige boerderijen met daarbij een manege en een toeristenschuur zijn monumentaal.
Voormalig tramstation in Blijham
Aan de Winschoterweg ligt het voormalig tramstation van de OG als getuige van het tramverleden van Blijham. In 1900 kwam het dorp aan de toen geopende paardentramlijn van Maatschappij Winschoten-Bellingwolde te liggen. In 1914 werd deze maatschappij overgenomen door de OG om deze lijn om te bouwen tot stoomtramlijn. In 1915 kwam de lijn Winschoten - Ter Apel gereed, die de paardentramlijn tussen Winschoten en Blijham verving. In 1918 kwam de lijn Blijham - Bellingwolde gereed waarmee de ombouw was voltooid. In 1948 werd de reguliere dienstvoering beëindigd. Het tramvervoer langs Blijham bleef echter nog tot 1950 in stand vanwege zandtransporten. 
89 Bloemberg, Zuidwolde, Drenthe  6.35101966505124  52.65140765325341  Bloemberg is een buurtschap in de gemeente De Wolden, provincie Drenthe (Nederland). De buurtschap is gelegen aan zuidwestgrens van Drenthe met Overijssel, halverwege tussen de buurtschappen De Stapel en Pieperij. 
90 Blokum, Ten Boer, Groningen  6.71885242485348  53.259301129563795  Blokum is een gehucht in de Nederlandse gemeente Slochteren. Het ligt even ten oosten van het Eemskanaal en ten zuiden van Woltersum dat aan de andere kant van het kanaal ligt. Voordat het kanaal werd gegraven, hoorde het gehucht bij de gemeente Ten Boer.
Blokum is ontstaan op een wierde. De naam Blokum komt van blok in de zin van afsluiting. Ter plaatse lag een afsluiting in de Scharmer Ae.
In 1868 werd het waterschap "De Blokumerpolder" opgericht, dat was gelegen in de gemeentes Slochteren en Ten Boer. Dit waterschap werd per 1 januari 1970 opgeheven en ging met 52 andere waterschapen op in het waterschap Duurswold. 
91 Boerakker, Roden, Drenthe  6.329456  53.186683  Boerakker is een dorp in de gemeente Marum in de provincie Groningen in Nederland. De ligging is ten noordoosten van het dorp Marum op de grens met de gemeente Leek. Het dorp telt ongeveer 650 inwoners.
Het is ontstaan in een veengebied dat gelegen is tussen de zandruggen Langewold in het noorden en Vredewold in het zuiden van het Westerkwartier. Het dorp is nog niet zo oud, het is pas rond 1900 ontstaan.
Tot het begin van de 20e eeuw stelde het dorp weinig voor, het was een klein gehuchtje. In de decennia daarna groeide het uit tot het huidige dorp. De eerste Gereformeerde Kerk van Boerakker dateert van 1911. In 1929 werd naast de bestaande kerk een grotere kerk gebouwd, de huidige kerk. Tegenover de kerk staat de pastorie uit 1923. In de jaren 70-80 van de vorige eeuw werd het dorp uitgebreid met nieuwbouw aan een nieuwe straat, De Olde Ee. Anno 2006 vindt uitbreiding plaats in zuidelijke richting langs de Hoofdweg.
Lange tijd was Boerakker geen 'gewoon' dorp. Het lag tot de gemeentelijke herindeling in 1990 in twee gemeenten, de gemeente Marum en Leek. De Hoofdweg vormde de scheiding. Na de herindeling kwam het dorp in zijn geheel bij Marum. Opvallend was dat beide gemeenten een verschillende status aan het dorp gaven. De gemeente Leek beschouwde Boerakker als een deel van Tolbert, terwijl Marum het dorp Boerakker een dorpsstatus gaf.
Boerakker ligt aan het Dwarsdiep en aan begin van de Matssloot. Door de bewoners van Boerakker worden beide wateren aangeduid met Old Diep. 
92 Boermastreek, Odoorn, Drenthe  6.901559829711914  52.88443965811288  De Boermastreek is de naam van een buurtschap in de Nederlandse gemeente Borger-Odoorn, in de provincie Drenthe. De Boermastreek ligt ten noordoosten van Exloo, tussen Exloo en Exloërkijl.
De Boermastreek is genoemd naar de grootvader van de Drentse dichter Harm Jans Stevens (geboren aldaar 2 maart 1913). Deze grootvader, de landbouwer Albert Boerma (1821-1905), vestigde zich in de 19e eeuw als eerste in deze streek. De Boermastreek ligt net op de grens van het Drents veenkoloniaal gebied en het zandgebied. De gelijknamige weg vormt de kern van de streek. 
93 Boltklap, Ten Boer, Groningen  6.701231002807617  53.27304541897024  De Boldklap (de Boltbrugge) vroeger ook Belteklap, is een gehucht in de gemeente Ten Boer in de Nederlandse provincie Groningen. Het ligt direct ten oosten van het hoofddorp aan de andere kant van het Damsterdiep. Aan de oostkant wordt het begrensd door het Eemskanaal. Boltklap ligt in de Boltjerpolder.
Het gehucht is genoemd naar de klap (is brug) over het Damsterdiep, die tegenwoordig Boltbrug wordt genoemd.
Bij het gehucht staan de zaagmolen Bovenrijge (sinds jaren 1980) en de korenmolen De Widde Meuln (sinds 1839). Voor de Bovenrijge stond tussen ca. 1811 en ca. 1903 ook al een zaagmolen aan de noordzijde van Boltklap.
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Boltklap&oldid=40971791 
94 Bonnen, Gieten, Drenthe  6.77388888888889  53.005  Bonnen is een buurtschap in de gemeente Aa en Hunze in de provincie Drenthe. Het ligt direct ten oosten van Gieten en is nog slechts met moeite als aparte buurtschap te herkennen. De gemeente Aa en Hunze ziet het als deel van Gieten en houdt ook geen aparte bevolkingscijfers voor Bonnen bij.
Bonnen heeft een eigen basisschool, waar echter ook kinderen uit Gieten naar toe gaan. De buurtschap ligt op de rand van de Hondsrug. Bij het verlaten van Bonnen richting Gieterveen valt direct het niveauverschil op tussen het zand, de Hondsrug, en het voormalige veengebied. 
95 Bonnerveen, Gieten, Drenthe  6.83333333333333  53.0166666666667  Bonnerveen (buurtschap in de gemeente Aa en Hunze) 
96 Booneschans, Nieuweschans, Groningen  7.187172174453735  53.15935560736101  Booneschans is een buurtschap in de gemeente Oldambt (provincie Groningen, Nederland), gelegen direct aan de grens met Duitsland. Even ten zuiden van Bad Nieuweschans aan de Hamdijk. De naam verwijst naar een schans uit de zestiende eeuw.
In 1589 werd deze Booneschans gebouwd door Alfred Evert Bonen. Bij de schans werd wel een stenen huis gebouwd, maar plannen om de schans uit te bouwen tot een vesting zijn nooit uitgevoerd. Nadat in 1628 de Langakkerschans werd gebouwd, nu bekend als Bad Nieuweschans, verloor de Booneschans snel aan belang en raakte in verval. Het enige dat nu nog verwijst naar de voormalige schans is een lichte verhoging in het land.
IJkdijk
Bij de Booneschans is langs het B.L. Tijdenskanaal het IJkdijkproject gesitueerd om proeven te doen met dijkconstructies. 
97 Borg De Brake, Obergum, Winsum, Groningen  6.515  53.335  Huis (borg) De Brake was een borg gelegen te Obergum aan het Winsumerdiep. De borg De Brake werd gesticht in de 15e eeuw en werd gedurende de 15e en 16e eeuw bewoond door het geslacht ter Brake. Daarna werd de borg meermalen verkocht tot in de 19e eeuw.
In 1856 is de borg gesloopt, het schathuis is later afgebrand. 
98 Borg Duirsum, Den Ham, Aduard, Groningen  6.428396701812744  53.271637192851735  Bij Loppersum bevond zich vroeger de borg Duirsum (Huis Den Ham; afgebroken rond 1727), waar de beruchte Spaansgezinde Johan de Mepsche woonde in de 16e eeuw, die begraven moet zijn in de kerk van Loppersum (zijn graf is tot op heden onvindbaar). Volgens WIkipedia lag het bij Loppersum volgens andere bronnen bij Den Ham, ik vermoed op basis van de vorm dat het hier lag, maar ik kan er compleet naast zitten 
99 Borg Eenum, Eenum, 't Zandt, Groningen  6.78111111111111  53.3388888888889  Huis (borg) Eenum was een borg in het dorp Eenum.
In 1639 wordt het huis omschreven als borg met schuur, singel, grachten, put en poort en 37 grazen land met rechten.
Eerst bekende bewoner was Willem Ubbena, die leefde tot 1631. Zijn broer Reint erft en bewoont de borg tot zijn dood in 1691.
Diens zoon Reint Alberda woont er eveneens tot zijn dood in 1724, waarna zijn oudste dochter Clara er woont alweer tot haar overlijden in 1732. Na die tijd moeten er meiers gewoond hebben tot de afbraak
In 1800 is de borg afgebroken en in 1885 is zelfs de wierde afgegraven
(Bron: Borgen in Groningen) 
100 Borg Folkerda, Bedum, Groningen  6.6025  53.300278  De borg Folkerda was een borg, gelegen tussen Bedum en Noordwolde.
Eind 16e eeuw wordt de heerd voor het eerst genoemd.
Eind 17e eeuw wordt Folkerda voor het eerst "borg" genoemd en omvat 69 grazen met redger- en collatierecht en gestoelten in de kerk. In 1798 en 1799 wordt het huis verkocht en afgebroken. 


1 2 3 4 5 ... 11» Volgende»